|
|
Preken: Matteüs 22, 1 - 14
Door
Jan Rooijakkers, gehouden op 12 oktober 2008
De aanhechting van het volk aan zijn God
In kort bestek samengevat wordt ons vandaag gezegd: de Heer veegt de
tranen van alle volkeren weg! Hij keert de aarde ondersteboven! God
breekt de sluiers van ellende open, en onze kranten en media staan
bol van verwarring en sluiers. Zo’n woord van Jesaja over het
grootse feest voor alle volkeren staat haaks op onze dagelijkse
realiteit. Vanmorgen wil ik toch proberen met u in die profetie
binnen te komen. Levend in de warboel van onze wereld, gisteren
oorlog, vandaag de economie. Een profeet moet je serieus beluisteren
wil je als volk niet verwilderen.
Via het woord van het evangelie wil ik die belofte proberen binnen
te gaan: Jezus omschrijft het rijk Gods – wat is dat toch die droom
van God – als een roeping, een uitnodiging tot een feestelijk
verbond. Zeven maal staat er ‘roepen’ en zeven maal ‘bruiloft’. Onze
vertaling zegt ‘uitnodiging’ maar dan stevig vanuit ‘ik heb je
nodig’. De koning heeft nood aan gasten!
Eerst dacht ik: een bruiloftsfeest, dat is toch heerlijk;
veelbelovende liefde, vieren van toekomst. Er moet feest zijn om het
bruidspaar een goede toekomst te wensen… maar het is niet zo maar
een feestje.
De ernst van de zaak blijkt uit die zevenvoudige roep, die
niet vrijblijvend is: als je niet wilt, dan heeft dat felle
consequenties. De koning wil zijn zaal echt vol krijgen, de bruiloft
van de zoon zal echt doorgaan, geen wrikken aan. En dan als het
doorgaat, dan kom je ook echt feesten, dan zul je er ook feestelijk
uitzien, anders hoor je er alsnog echt niet thuis. - Kortom: een
zeer feestelijke, maar tegelijk ernstige zaak
De koning geeft zijn zoon uit handen. De zoon hecht zich aan
zijn bruid. In Jezus oren, voor zijn eigen verstaan is hij de zoon,
en de bruid is het volk van de belofte, daaraan geeft hij zich. God
verwerft zich Israël als bruid, en als Israël niet wil, dan zal de
zaal toch vol worden, en nodigt hij alle volken. Hij heeft allen
nodig, en daar zijn u en ik ook bij. En zo zijn wij partner in dit
bruiloftsfeest. De gasten zijn ‘de bruid’ en de bruid moet erop
gekleed zijn, dan niet zomaar van de afwas af naar de bruiloftszaal
lopen, dat kan de koning niet hebben! De zoon geeft zich aan zijn
bruid. Wij mensen geven ons aan Hem en daarin aan elkaar, en zo
worden we familie van God, kinderen van God. En God wil dat, hij
maakt een feest. Hij roept ons daartoe op. Hij, de Vader die zijn
kinderen geen stenen geeft als ze brood nodig hebben.
De boodschap: het verbond is een feest van allen.
Verbonden raken is een lange weg van leven. Een rijpe vrucht
van leven, vind ik ook. Enerzijds die moeizame weg van baby, via
kind en puberteit en eigen levensweg tot een zelfstandig leven,
eigen individualiteit. Een groeiproces. Een gezond ego ontwikkelen,
vrij en zelfstandig in het leven kunnen staan en het leven durven
dragen op eigen benen.
En anderzijds in relatie komen, verantwoordelijk willen zijn
voor meer dan je eigen ik, een sociaal hart ontwikkelen. Na je zelf
gepantserd te hebben door ‘iemand’ te zijn, nu de nabijheid van een
ander, die door dat pantser heenkijkt, aandurven. Je gaan hechten
aan anderen – dat kan voelen als een wondhechting, maar het is een
proces van samengroeien. Ongemaskerd, ongepantserd leren worden.
Daar begint het verbond, het engagement om voor de ander borg te
staan. Anders gezegd: er is me iets aan jou gelegen, jij gaat me
aan, voor jou laat ik mijn akker, mijn zaken vallen, voor jou ga ik
als het moet door het vuur.
Onze huiver om ons te binden, om ons ego of onze vrijheid te
verliezen, is typerend voor onze individualistische tijd. Maar het
‘Rijk Gods’ is de belofte en meer dan dat: de werkelijkheid dat
mensen gehecht raken, dat wonden genezen worden, dat vervreemding
overwonnen wordt. Dat is de opbouw van het Rijk Gods, daar gebeurt
Gods droom. Dat is de reden dat de Koning daar ieder voor nodigt,
nodig heeft, dat kan niet zo maar iemand alleen. Ook vandaag hebben
we daarbij elkaar, een ‘kerk’, een volk nodig. God gaat juist die
niet vrijblijvende band, de relatie met elkaar ter harte.
Een feest? Ja, een groots feest. Jesaja
zegt: een feestmaal van hoge kwaliteit boven op de berg en voor alle
volken, dan pas – als we er samen voor gaan – kan de Heer de sluier
verscheuren die steeds maar weer over onze wereld heenvalt. Een echt
feest – daar hebben in onze gemeenschap weet van – laat echte
verbondenheid voelbaar en zichtbaar worden.
|