Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Matteüs 21, 33 - 43

Door Tineke Renkema, gehouden op 5 oktober 2008

 

Gods tranen! Gods vreugde!

 

Ik weet niet hoe u hebt geluisterd, maar de lezingen van vandaag op deze feestelijk gekleurde dag zijn uiterst indringend. Uiterst indringend omdat het gaat over de liefde. Liefde als fundament als begin van alles, als perspectief van alles. God die van alles het begin is. Waar het besef van liefde groeit, daar gaat het ook, en het kan blijkbaar niet anders, over de keerzijde: over liefde die geen antwoord vindt, over liefdeloosheid, over onrecht. Waar het besef van liefde groeit, kunnen we aan het verdriet en de pijn van die keerzijde niet ontkomen. De tranen van God. Ook nu vandaag is het zo dat, als we weet willen hebben van liefde, we er al luisterend door heen moeten!

Eerst is er het lied van de wijngaard: Een lied dat Jesaja wellicht heeft gezongen rond deze tijd van het jaar, waarin de druiven worden geoogst. Aan het begin kun je horen dat het een liefdeslied is:’Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard.’

Het maakte op mij diepe indruk met hoeveel liefde en met hoeveel zorg de wijngaard wordt gemaakt. We horen van de grote verwachting, het grote verlangen naar de oogst en we horen over de diepe teleurstelling wanneer de wijngaard slechts wrange vruchten voortbrengt. We horen de indringende vraag van de wijngaardenier: Wat had ik nog kunnen doen en heb ik niet gedaan?

 

Ons wordt hier in dit lied een spiegelverhaal verteld. God die alles met zoveel liefde heeft geschapen en naar zijn beeld de mens om deze schepping te beheren. God die zich terugtrekt en ruimte laat aan de mens in de hoop dat de liefde, waarmee alles begon, vrucht zal dragen. Vrucht in de vorm van mensen die de schepping recht doen, elkaar recht doen. Maar wat zichtbaar wordt is wangedrag, wanbeleid, misdaden tegen de menselijkheid. Ieder van ons heeft wel beelden op zijn netvlies, als hij een paar minuten stil is. Is in het lied van de wijngaard het verdriet en de woede van de grote wijngaardenier over zoveel liefdeloosheid niet gerechtvaardigd?

De tranen van God.

 

Jezus neemt het lied van de wijngaard van Jesaja weer op. Hij volgt de levensdraad zou je kunnen zeggen, zoals jullie, Elsbeth en Arnaud, dat in de voorbereiding op deze dag noemden. Jezus neemt dit lied van de wijngaard op in gesprek met de hogepriesters en de oudsten, die hem ondervragen met betrekking tot zijn bevoegdheid.

Ook in het spiegelverhaal dat Jézus vertelt, is er sprake van een eigenaar van een wijngaard die deze met veel zorg en liefde tot stand brengt en die dan het beheer van de wijngaard overdraagt. Ook hier is het oogsttijd! Zouden de beheerders van de wijngaard nog weten dat deze wijngaard, met zoveel liefde gemaakt, niet hun eigen bezit is en de vruchten dienen af te geven? We horen het: De beheerders hebben zich de wijngaard toegeëigend, in beslag genomen. En er gebeurt groot onrecht, er is ronduit sprake van kwaad: Zij doden al wie om de vruchten vraagt. Dat overkomt ook de geliefde zoon. De tranen van God.

Waarom gebeurt dit toch?

Is onze angst om met lege handen te komen staan, angst voor de leegte zo groot, dat wij er nauwelijks toe kunnen komen om de vruchten af te geven, om los te laten in plaats van vast te houden en ons toe te eigenen wat uiteindelijk niet van ons is? Kunnen we zo moeilijk geloven dat het afgeven van de vruchten léven zal voortbrengen? Kunnen we zo moeilijk geloven dat God daarmee ons geluk op het oog heeft?

 

De gesprekspartners van Jezus kijken in ieder geval niet in de hun voorgehouden spiegel. We weten hoe het afloopt: zij zullen de zoon, die zich erfgenaam weet van de liefde van de Vader en zich niets toeeigende, ombrengen. De tranen van God.

 

Maar dat is het einde niet. De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dat is de grote geloofsboodschap van Jezus en des te meer ongelooflijk, omdat het zijn eigen leven was dat op het spel stond. Én: de wijngaard wordt niet aan de chaos prijsgegeven, zoals bij Jesaja. De God in het beeld van Jezus trekt zijn barmhartigheid niet terug en laat de wijngaard intact. De wijngaard wordt steeds opnieuw gegeven aan ons, aan onze kinderen, net zolang tot zij vrucht zal dragen.

 

Zal zij ooit vrucht dragen. Is dat niet tegen beter weten in?

God weet, dat het antwoord op zijn liefde niet kan worden afgedwongen. Liefde is weerloos en onmachtig. Liefde laat vrij. God weet dat liefde slechts kan hopen en verlangend uitziet en nooit bezit. Jezus wist zich geliefd: Dat is de sleutel! En het is deze volgehouden liefde als antwoord op de liefde van God, die Jezus tot hoeksteen maakte. Daarom is onze hoop niet naïef, want zij is geënt op iemand. Op deze hoeksteen kunnen wij onze hoop en ons verlangen laten enten en op al diegenen die deze levensdraad hebben gevolgd en volgen. Ook die beelden hebben wij, als we een paar minuten stil staan, op ons netvlies.

Naarmate wij worden wat we zijn: Geliefd, zullen wij werkers in de wijngaard worden en onze angst overwinnen om onze vruchten te durven afgeven. Gods vreugde.

 

In dit spoor willen wij onze kinderen vandaag meenemen en tegelijkertijd beseffen dat zij ons voorgaan in hun ontvankelijkheid voor die liefde, geliefd als zij zijn.