Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Matteüs 21, 28 - 32

Door Leonie van Straaten, gehouden op 28 september 2008

 

Wie hoort de vraag, en gaat op weg naar Gods toekomst?

 

In de Vredeskrant van Pax Christi staat een interview met Erik Borgman. Daarin zeg hij:

‘Kiezen voor vrede is onder ogen zien dat je een gemeenschap vormt met mensen om je heen. Wij zijn deel van een geheel en daarin worden we pas onszelf. Kiezen voor vrede is ook: denken, weten dat een situatie je iets kan opleggen. Dat je kiest die vraag te accepteren. Niet omdat je het leuk vindt, maar omdat de situatie het vraagt.’ Dat raakte me.

En ook al sluiten we vandaag de vredesweek af, ook morgen staan we weer voor die keuze. Kiezen voor vrede is eigenlijk op weg gaan naar vrede, en heel vaak is dat niet meteen zo’n vredig gebeuren, laat staan een fijn gevoel. Je bent in je keuze altijd samen met anderen, die anders zijn en jou in je keuzes beproeven. Als je dat toelaat, blijf je onderweg. Achter Jezus aan.

 

Want Jezus ging de weg naar vrede. En vóór hem Ezechiël, Johannes en talloze profeten. We horen vandaag, dat die weg niet bepaald vredig verloopt. Wat vertelt Matteüs ons?

Het is een heel eenvoudige gelijkenis, die eigenlijk voor zich spreekt. De context vertelt echter over een groeiende conflictsituatie. Jezus is juichend binnengehaald in Jeruzalem. Maar daarna gaat hij de tempel binnen en verdrijft de handelaren en de geldwisselaars. Er groeit verdeeldheid onder het volk: mensen erkennen hem als Zoon van David, maar anderen erkennen hem niet.

In deze situatie van groeiende onrust vragen hogepriesters en oudsten aan Jezus, met welke bevoegdheid hij optreedt. Dat is heel begrijpelijk. Stel je voor dat hier iemand binnenkomt zoals Jezus in de tempel….; dan zou ik ook vragen waar hij dit vandaan heeft.

Maar die vraag blijft onbeantwoord en dan vertelt Jezus deze gelijkenis van een mens, een vader, en twee zonen. De vader vraagt zijn zonen om te gaan werken in de wijngaard. Werken in de wijngaard roept bij ons misschien vakantiegevoelens op, maar in Matteüs’ tijd is dit beeld verbonden met het dagelijks leven én met profetische beelden over Gods verbond met ons. Zowel in de dagelijkse praktijk als in de beelden over Gods verbond gaan mensen verschillende wegen.

De een zegt nee en gaat zijn eigen gang, maar is in staat om te luisteren naar een vraag en verandert daardoor van richting. Het is een wonderlijk proces van omkeer, waarin de mens met God samen leert werken.

De ander zegt ja, maar gaat vervolgens zijn eigen gang. Deze mens heeft een helder beeld dat hijzelf op de goede rechte weg zit, vandaar dat ja. Maar verbindt er vervolgens geen consequenties aan. Het is zo krom, om wel ja te zeggen en het vervolgens niet te doen. En het gebeurt zo gemakkelijk, dat een mens de schone schijn ophoudt, maar er vervolgens niets van waar maakt. Mensen gaan kromme wegen, zegt Ezechiël, als ze van de weg van rechtvaardigheid afwijken. Zij zetten God buiten spel.

Centraal staat de vraag van Jezus: wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan? De hogepriesters en de oudsten hebben meteen het goede antwoord: natuurlijk is het de zoon die doet wat gevraagd wordt, die zich omkeert en bereid is te luisteren!

Maar door hun eigen antwoord raken ze persoonlijk betrokken en als ze dat hadden beseft, hadden ze misschien wel gezwegen. Want als Jezus toelicht wie die zoon is, dan moeten ze in de spiegel zien wie zij zelf zijn. Hun vraag naar Jezus’ bevoegdheid komt als een boemerang terug: ze worden geconfronteerd met de wijze waarop ze met hun eigen bevoegdheid omgaan.

 

Hebt u ondertussen al gekozen in wiens schoenen u staat? De eerste of de tweede zoon? Ik kom er niet onderuit dat ik me zie als die oudsten en hogepriesters. Ik geloof dat we dat gevoel in de voorbereiding breed deelden. Want we doen echt ons best om te luisteren en het goede te doen, we kiezen met vallen en opstaan voor de weg naar vrede. Beleeft u dat ook niet zo? Hoe weet je dan of je toch niet vastzit in eigen beelden?

Misschien groeit dit inzicht als we open blijven voor de vraag naar God, en niet pretenderen dat wij weten hoe en wie en waar Hij is. Als wij bescheiden zijn met onze antwoorden. En: als we openstaan voor de mogelijkheid dat wij niet op de goede weg zitten.

 

Dit evangelie stelt ons de vraag wie of wat ons opent voor de toekomst van God. Wie heeft een open oog voor Johannes, mocht hij in deze tijd naar ons toekomen? Hij brak het godsdienstige establishment in zijn tijd open. Laten wij niet te snel naar anderen wijzen, als het gaat over godsdienstig establishment.

Wie in openheid luistert, en bereid is om concreet te veranderen, gaat een weg van geloof, een weg naar vrede en gerechtigheid, achter Johannes en Jezus aan.

 

Misschien moeten wij Johannes in onze tijd niet te dichtbij zoeken, maar uitkijken in volgende generaties en luisteren naar de vragen die zij stellen en de taal die zij gebruiken. Onze jongeren van Ad Fundum zijn niet bezig met religie als leidend aspect in hun leven, zo schreef één van hen me. Maar: de vraag naar bezieling spreekt wel aan. Al zouden ze die vraag vertalen in ‘wat houdt je bezig, wat maak je mee, hoe bekijk jij je omgeving?’ Aan ons de kans en de kunst, om in hun taalspel hun geboeidheid op het spoor te komen – anders dan wij denken en verwachten. Bidden we om Gods geest, opdat we die kans niet voorbij laten gaan.