Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Matteüs 16, 13 - 20

Door Tineke Renkema, gehouden op 24 augustus 2008

 

Opgebouwd worden als zijn mens

 

Jezus bevindt zich in het gebied van Caesarea, een gebied aan de uiterste grens, het verst van Jeruzalem vandaan. Een keerpunt.

Vorige week in gesprek met de Kanaänitische vrouw zagen we dat hij zich gaandeweg voor haar opende. Hij werd zelf over een grens getrokken, zei Koos. Open blijven, ruimte maken, steeds meer ruimte en tegelijkertijd ieder in eigen roeping bevestigen. Dat is wat echte ontmoeting bewerkstelligt. Zo hoorde ik het vorige week.

 

En nu? Hij staat op een keerpunt: het punt waarop hij de weg gaat naar Jeruzalem. Op dat punt gekomen stelt hij de voor ons zo overbekende vragen aan de leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen, dat de mensenzoon is’ en vervolgens: ‘En wie ben ik volgens jullie?’.

 

We hebben het vast al eens eerder gehoord, maar toch is het goed om te zeggen dat Jezus hier niet vraagt om een persoonlijke bevestiging, maar het is een vraag naar de plaats waar de leerlingen zelf staan en of die plaats ook heilige grond voor hen is. Het is de vraag of Jezus zélf ook heilige grond voor hen is.

Met deze vraag maakt Jezus de weg open voor een gezamenlijke opdracht en een dieper gaande verbondenheid, nu hij de weg naar Jeruzalem gaat, nu het erop aan gaat komen, nu er aan het uitwijken een einde is gekomen. Een cruciale vraag op een cruciaal moment.

 

De mensen plaatsen hem in de lijn van de profeten Elia, Johannes de Doper en ook Jeremia. Die laatst genoemde is de profeet bij uitstek, die veel heeft geleden, ook juist in Jeruzalem, een verwijzing dus naar dat wat komen gaat.

En wie zeggen de leerlingen dat Hij is? Petrus, als woordvoerder van de leerlingen, wijst Jezus aan als de Zoon van de levende God. Petrus ziet Jezus in relatie, in relatie met God, als gezicht van God.

Wij kennen het antwoord en dat kan ons verhinderen om te kunnen beleven, dat deze vraag en dit antwoord een hoogtepunt is in het contact tussen Jezus en Petrus. Want: Waar Jezus’ vraag niet een vraag is om persoonlijke bevestiging, ontstijgt Petrus in zijn antwoord eveneens het niveau van het persoonlijke. In zijn antwoord gaat het niet om wie Jezus als persoon is, maar het gaat erom dat God in Hem zichtbaar wordt.

‘Gelukkig ben jij Petrus’. Jezus herkent in het antwoord dat Petrus geeft, dat God daarin aan het woord is: ‘Niet door mensen is dit je geopenbaard, maar door de Vader in de hemel’

 

Petrus antwoord laat zien dat hij is gaan behoren tot die eenvoudigen aan wie het geheim van het leven kan worden onthuld. Die eenvoudige mens, die in tegenstelling tot de wijze en verstandige, weet heeft van de hand van de Schepper in het bestaan.

Petrus geeft er blijk van, dat hij zich in de leerschool van Jezus heeft laten vormen. Jezus, de eenvoudige bij uitstek, die nergens naar zichzelf terugbuigt, altijd geopend naar God en mens.

Wat een geluk! : Twee mensen, Jezus en Petrus, aan wie het gegeven is zichzelf te overstijgen, één die daarin voorgaat, één die daarin volgt: een hoogtepunt.

 

Waar Petrus zich zo openstelt voor wat van God komt en Jezus zelf aanwijst als heilige grond, daar wordt hij zelf iemand waarop kan worden gebouwd: ‘Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn gemeenschap zal bouwen.’

Het is kennelijk zo, en ik denk dat dat voor ons belangrijk is, dat aan mensen, die in de leerschool van de liefde eenvoud hebben geleerd, die geleerd hebben steeds minder naar zichzelf terug te buigen: aan die mensen kunnen de sleutels in handen worden gegeven. Zij kunnen richting geven: zó niet, zó wel, want zij zijn steeds minder van zichzelf geworden en meer van hem, die heilige grond zelf is.

 

Dwars door de eeuwen heen, op verschillende vaak cruciale momenten in ons leven, bereiken de vragen van Jezus ook ons. Vaak raken die vragen eerst nog aan onze buitenkant: Wie zeggen anderen dat de mensenzoon is? We kunnen terecht bij een gigantische hoeveelheid theologische studies door de eeuwen heen, niet te tellen We kunnen terecht bij de ervaringen van anderen zoals het ons is doorverteld, maar uiteindelijk raakt de vraag ook onze binnenkant: Wie zeggen jullie dat ik ben?

De vraag van Jezus komt door de eeuwen heen naar ons toe als een vraag om ons uit te spreken, in wie wij geloven, wat echt de moeite waard is, voor wat en wie we ons leven eigenlijk willen geven.

Wanneer die vraag op ons afkomt, lopen we het risico om dit als een gewetensvraag op te vatten, maar aan het antwoord van Petrus kunnen wij aflezen dat het mogelijk is, dat deze vraag juist niet op onszelf terugbuigt, maar ons kan openen voor de sporen van God.

 

Het is goed om te beseffen dat dit antwoord er in ons leven niet zonder meer is. Het antwoord van gisteren is niet het antwoord van vandaag en soms is er geen antwoord.

Wel weten we, dat een antwoord op de vraag van Jezus naar wie hij voor ons is nooit een leerstellig antwoord kan zijn: gefixeerd, gestold, maar altijd getuigt van ervaringen die je opdeed in de ontmoeting met die ander. Met het antwoord dat je geeft komt altijd de hele weg mee die je tot dan toe hebt afgelegd: alles wat je overkwam in de ontmoeting met die ander.

 

Zo verging het, denk ik, Petrus. Hij volgde Jezus op zijn weg. Hij had zich met hem verbonden en naar de mate hij zich hechtte aan hem, kwam hij steeds meer open voor het spoor van God in zijn leven.

Zo kwam hij op de plaats naast Jezus en werd hij opgebouwd als zijn mens.

 

Antwoord geven op de vraag van Jezus is antwoord geven op de vraag wat er werkelijk toe doet in mijn leven, wat heilig is. Cruciale vraag vaak op een cruciaal moment.

Kan het antwoord groeien in ons leven? Kunnen we langzaam maar zeker meer weten wat ons heilig is en daar gehoor aan geven? Het enige wat wij zélf kunnen en moeten doen is, ons engageren, ons hechten aan mensen, aan plaatsen waar wij in de school van de eenvoud kunnen worden gevormd, plaatsen waar wordt gezocht naar de sporen van God: steeds meer Gij, steeds meer jij, en dat daar iets van zichtbaar wordt.

Zo worden wij opgebouwd: worden als zijn mens.

In dat vertrouwen zijn wij hier en mogen we vieren.