|
|
Preken: Matteüs 15, 21 - 28
Door
Koos van Etten, gehouden op 17 augustus 2008
Voor je roeping staan
We
horen in beide lezingen spreken over de vreemdeling: om die toe te
laten in de samenleving én vanuit je godsdienstige overtuiging. Dat
klinkt heel mooi, maar het is een moeizaam proces, weten we uit
ervaring en zegt ook het evangelie van vandaag. Laten we ernaar
kijken.
In
het begin van het evangelieverhaal horen we dat Jezus uitwijkt naar
een heidens gebied. Hij gaat letterlijk en figuurlijke een grens
over. Waarom? Dat wordt niet aangeven, maar we kunnen het vermoeden.
Want tevoren wordt verschillende keren aangegeven dat Jezus bij
velen in Israël niet welkom is. Hij wijkt alsmaar uit, verder weg
van Jeruzalem. Voor hem is het soort beproeving.
Vervolgens wordt onze aandacht gericht op een
Kananese, heidense vrouw. ‘En zie’, staat er: en kijk. De
vrouw roept om hulp voor haar dochter: Kyrie eleison, zegt ze
letterlijk = Heer, ontferm U. Ze spreekt hem ook aan als ‘Zoon
van David’, in de kracht van zijn roeping, als Messias. Maar
heel opmerkelijk: Jezus geeft geen antwoord. Daarna dringen de
leerlingen er bij hem op aan om die vrouw weg te sturen, want ze is
lastig en schreeuwt hen alsmaar achterna. En dan zegt Jezus tegen
zijn leerlingen wat zijn eigenlijke roeping is en waar hij ook trouw
aan wil blijven: Ik ben alleen gezonden voor de verloren schapen
van het huis van Israël. Zijn roeping is het om er alleen voor
het joodse volk te zijn, voor Gods volk. Dat had hij al eens tegen
zijn leerlingen gezegd, maar nu zegt hij het over zijn eigen
roeping.
Maar dan valt de vrouw voor hem op de knieën en
smeekt hem om hulp. Tegen de vrouw zegt Jezus: Het is niet goed
om het brood van de kinderen aan de honden te geven. Dat kan
best een soort gezegde zijn in de mond van Joden, maar voor de
heidenen klinkt het heel pijnlijk: zij worden als honden gezien, als
minderwaardig. Maar de vrouw houdt vast, laat zich niet wegslaan en
zegt: Zeker, Heer, maar de honden eten de kruimels van de tafel!
Dan pas, op dat moment, geeft Jezus zich over aan de vrouw, spreekt
haar aan als gelijke en zegt: Vrouw, groot is je vertrouwen. Laat
gebeuren wat je verlangt.
Wat kunnen we in dit verhaal zien? Op de
eerste plaats een soort omkeer in Jezus. Hij verstaat het als
zijn roeping om er te zijn voor zijn eigen volk, voor het huis van
Israël, waarmee God een verbond gesloten heeft. En dus weigert hij
aanvankelijk in te gaan op die vrouw om haar te helpen. Tot drie
keer toe wijst hij haar af. Pas bij het vierde antwoord breekt er
iets in hem door, laat hij die vrouw in zijn wezen toe en ziet in
haar de kracht van haar geloof, zoals hij in Israël zelden nog is
tegengekomen. Terwijl hij trouw blijft aan zijn roeping, komt er
toch een opening voor deze vreemdeling en die is zo wezenlijk dat
die onomkeerbaar is.
Op
de tweede plaats zien we een vrouw die opkomt voor haar dochter
en daarmee vecht voor leven, vecht voor toekomst. Ook zij heeft een
roeping en komt daarvoor op. Eerst lijkt het of zij alleen maar
smeekt om genezing van haar kind. Maar als haar verzoek niet
ingewilligd wordt, blijft ze aandringen en roept ze om hulp ook voor
haar zelf. Toch blijft ze ook respect houden voor Jezus, spreekt hem
aan als Zoon van David, beaamt hem in wat hij zegt, maar maakt ook
een opening in zijn eigen woorden over het brood en de kruimels. In
deze vrouw komt een kracht door die wonderbaarlijk is. Zij maakt een
opening die nog heel klein is, maar die is eveneens onomkeerbaar.
Ook wij hebben ieder een eigen roeping. Het is
goed als we ons daarvan bewust zijn of bewust worden. Ook als
gemeenschap en als Nederlandse samenleving hebben we een eigen
opdracht. Maar als we daaraan angstig vasthouden, het vreemde van
ons afweren en de ander uitsluiten, krijgen we een klein, bekrompen
wereldje. Maar staan we gegrond in onze roeping, in eigen
identiteit, dan hoeven we niet bang te zijn. Dan kunnen we openstaan
voor de vreemdeling; die toelaten tot in ons eigen leven en eraan
veranderen. Dat gebeurde in de tijd van Jesaja, zoals we horen in de
eerste lezing: sommige profeten waren bang dat Israël zijn
identiteit zou verliezen, maar deze profeet hoort God zeggen: ‘Nee,
mijn huis van gebed in Jeruzalem is er voor álle volkeren.’ Hij
schept ruimte voor de vreemdeling en sluit die in. In onze tijd zien
we het in het contact met vluchtelingen: sommige van ons voelen zich
bedreigd en worden angstig. Zij weren de vreemdelingen, bang als ze
zijn om de eigen identiteit te verliezen. Maar anderen maken ruimte,
nemen de vreemdeling op en willen hen met respect behandelen. Ik
weet ook uit ervaring dat het een moeizame weg is, dat je de ander
niet zomaar toelaat. Maar als eenmaal een weg is ingeslagen, is die
onomkeerbaar.
Mogen
deze lezingen ons op dat spoor zetten en dat we mogen horen: Groot
is je vertrouwen, vrouw of man.
|