|
Preken: Matteüs 13, 24 - 43
Door
Leonie van Straaten, gehouden op 20 juli 2008
Als leerling zijn we ingewijd in de geheimen van het Koninkrijk!
Als
je ingewijd wordt in een geheim, dan gebeurt er iets met je.
En
dat is niet zonder risico. Want als ingewijde wordt je betrokken.
Wat
doe je, als je betrokken wordt?
Misschien wel helemaal niets.
Maar
als het jou gegeven is om een geheim mee te dragen in je hart, dan
verandert dat je wezen, je zijn, als mens. Het meest dichtbij
overkomt mij dit soms in de liefde, die ik voor Jeroen voel. Dat
blijft een geheim, waar ik in betrokken ben.
Ook
Jezus leeft met een geheim. In Jezus wordt iets zichtbaar van het
koninkrijk van God als een rijk van liefde. Niet tussen twee, maar
waar twee of meer…Jezus neemt zijn bestemming op zich, hij is intens
bewogen over de toekomst van mensen, de toekomst van God.
In
zijn bewogenheid komt iets door van dit geheim, maar tegelijkertijd
blijft het verborgen. Het goede waar hij voor opkomt, en na hem de
leerlingen, en ook Matteüs in zijn gemeente: het breekt niet echt
door. Ook niet in onze dagen.
Daarom moet Matteüs blijven vertellen over de geheimen van het
koninkrijk.
Vorige week hoorden we hoe Jezus in gelijkenissen spreekt. Hij neemt
afstand van de menigte die niet kan, niet wil horen waar dit over
gaat. Maar hij komt de leerlingen tegemoet en voor hen vouwt hij de
gelijkenissen open. De Enige is een zaaier. Hij zaait het Woord als
een scheppingswoord, het is het leven, sterven en verrijzen van
Jezus. Dit Woord moet gehoord worden, wil de schepping toekomst
hebben. Dit Woord is machtig, maar het is een andere macht dan wij
in de wereld kennen. Daarom is het ook zo moeilijk te horen en te
verstaan. De Wijsheid zegt het ons vandaag: Gods macht is zacht,
weerloos, menslievend. Dit machtige Woord kan gehoord worden, maar
juist vanwege de weerloosheid wordt het vaak verdrukt en slechts
vluchtig en niet echt verstaan: wie oren heeft, moet horen! Wie
hoort en verstaat, zal vruchtbaar leven.
Over
die vruchtbaarheid gaat het vandaag verder. Het is de tijd van de
oogst, de volheid, de eindtijd, die in beeld gebracht wordt. Er
klinken drie gelijkenissen, die alle drie een eigen ingang geven om
de geheimen van het koninkrijk te leren kennen.
Het gaat met het koninkrijk zoals met iemand, die
goed zaad zaait. De zaaier en zijn dienaren moeten aanzien hoe goede
tarwe samen met onkruid opgroeit. Het is geen logisch verhaal, want
een goede boer zal er veel aan doen om het onkruid te bestrijden.
Als het niet logisch is, dan zit er een andere boodschap in
verborgen. Misschien vertelt Matteüs over zijn ervaring – en dat is
ook onze ervaring – dat het niet eenvoudig is om goed en kwaad te
onderscheiden. Het liefste willen we het kwaad onmiddellijk de kop
indrukken. Maar wie is in staat te oordelen wat kwaad is? Laat staan
het kwaad uitroeien? Het wordt zeker geprobeerd. Wij dachten
bijvoorbeeld aan de medewerkers van het regime van Saddam, die
allemaal zijn afgezet. En we vroegen ons af, in hoeverre dit mede
oorzaak is van de impasses die zijn ontstaan in de opbouw van Irak.
Zouden we – tegen onze natuur in, maar in de geest van het evangelie
– mensen, die betrokken zijn in de spiraal van het kwaad juist
moeten betrekken bij de ommekeer, de bekering naar het goede? Als je
zo mijmert over onkruid en tarwe samen laten groeien en kijkt naar
de realiteit van onze wereld, dan blijkt hoe weinig wij hiervan
willen en kunnen horen. Hoeveel wij oordelen over onszelf en
anderen.
Maar tegelijkertijd zijn we leerling. En weten we
dat goed en kwaad verweven zijn, ook ín ieder van ons. Ook al komt
het goede niet eenduidig door, toch is dat wat goed is echt goed.
Ook al wordt de blijde boodschap van Jezus Christus niet echt
verstaan, ze werkt in het verborgene. We mogen wachten, tot het
goede meer zichtbaar wordt. Niet passief, maar als ingewijden.
Kijken, luisteren, naar wat er gebeurt. Onze aandacht zoveel als
mogelijk richten op het goede, ons inzetten om het goede alle kansen
te geven. Jezus geeft de macht van God een kans, en meer dan dat:
hij brengt haar in de wereld, door zijn menslievende goedheid. Op
die weg is hij onze voorganger.
De
twee korte gelijkenissen geven ons een duwtje in de rug om te
blijven vertrouwen dat God trouw is, hij is bij de groei van de
mensenliefde betrokken. Het mosterdzaadje is onooglijk klein, maar
ook al lijkt het niets, alles zit er al in en zal ook groeien. De
zuurdesem gaat door het brood: het is een verborgen groeikracht.
Zowel dat mosterdzaadje als het zuurdesem zijn heel kwetsbaar. Het
zaad ontkiemt en het brood zal rijzen, maar het heeft tijd en
aandacht nodig.
Met
andere woorden: het doet ertoe, hoe wij leven, hoe wij er zijn.
Zoals
de leerlingen zijn we in een bevoorrechte positie, omdat we zowel de
gelijkenissen als de uitleg horen. Zo zijn we betrokken bij de
geheimen van het koninkrijk.
Als
we dragers zijn van deze geheimen, dan zal door ons concrete leven
iets zichtbaar worden, van die weerloze, menslievende God. Hoe gaat
dat dan? Door anderen te betrekken bij deze geheimen. Als ik Anika,
mijn petekind, deze week beloof om voor haar te bidden, nu ze een
half jaar in Afrika is, dan betrek ik haar bij dit geheim. Want
eigenlijk durf ik het bij haar niet zo te noemen, maar nu ik het wel
gedaan heb, zijn we samen in die grote liefde een beetje veiliger,
dat geloof ik.
Het
is prachtig, als de toekomst steeds iets meer van Gods mensenliefde
zal laten zien.
Om in
ons vertrouwen gesterkt te worden, gaan we samen aan tafel.
|