|
Preken: Matteüs 6,
24 - 34
Door
Leonie van Straaten, gehouden op 25 mei 2008
Houd het uit en zoek het uit; waar zie je sporen van het koninkrijk
van God?
We zitten met dit verhaal in het hart van het
evangelie volgens Matteüs: de Bergrede. Pinchas Lapide noemt het een
manifest dat opkomt voor menselijke waardigheid, de sociale
gerechtigheid en dus de ethische verantwoordelijkheid. Een mond vol.
Maar voor mij waren die woorden van Lapide nodig om deze week
überhaupt een ingang in dit evangelie te vinden.
Want
als ik tot 6x toe hoor “wees niet bezorgd”, dan gaan al mijn stekels
overeind staan.
Ik ben wél bezorgd! Hoe kun je onbezorgd zijn
over eten en drinken in een wereld, waar 2/3 van de wereldbevolking
niet voldoende heeft? Hoe kun je onbezorgd zijn over geld om van te
leven, als bij zoveel mensen alles uit handen is geslagen, zoals in
China, in Birma. Maar ook dichterbij kennen we mensen die nauwelijks
een menswaardig bestaan kunnen opbouwen. Hoe kun je onbezorgd zijn
over kleding, als je weet dat miljoenen mensen gekleed gaan in
kleren door kinderhanden gemaakt, illegale en gedwongen
kinderarbeid?
Ik ben wél bezorgd, over de wereld die maar
doordraait, en evenzeer over de toekomst van kerk en van
gemeenschap-in-zijn-naam…
Waarom benadrukt Matteüs deze levenshouding zo sterk? Welke
boodschap ligt erin verborgen? Om dat op het spoor te komen is de
context van belang.
Jezus
spreekt tot arme mensen, die bij hem op de berg zitten en luisteren
naar zijn onderricht. Zij zijn slachtoffer van een systeem van
uitbuiting; deze mensen hebben grote, reële zorgen en zijn uitgeput
en moedeloos. We mogen aannemen dat hij hun zorgen serieus neemt en
ze niet wegwuift met een ‘vertrouw maar op God, dan komt alles wel
op zijn pootjes terecht.’ Komt goed, zeggen ze hier in Brabant.
En
dat is een risico bij deze tekst. Jezus roept op om te vertrouwen.
Maar voor hem staat dit niet tegenover de aardse realiteit. Het is
geen naïef, blind vertrouwen, waarin we onze ogen sluiten voor de
realiteit en voor wat er nodig is. Het zijn geen woorden die enkel
en alleen geruststellen. Geruststellen kan ook nog leiden tot
berusten. Berusten in de ellende. Zo kan het niet bedoeld zijn.
Het arme deel van het volk daar bij Jezus op de
berg kent de materiële armoede, maar daarmee verbonden is ook
sociale armoede. En dat is nog veel erger, want dan onbreken de
basisvoorwaarden voor een menswaardig leven: er is geen sociale
rechtvaardigheid, geen eerbied en respect. De onrechtvaardige mammon
is een geldduivel, is het glitter van rijkdom en uiterlijke schijn.
Wie leeft in dienst van het geld, is al snel slaaf van een systeem
dat onrecht in stand houdt. Ook onze tijd kent de term ‘een economie
van nooit genoeg’; die eenzijdige rijkdom en dus ook armoede
bevorderd.
Wie
slachtoffer is van deze realiteit, kan wel wat bemoediging
gebruiken.
En zo
mogen we deze woorden dan ook verstaan. ‘Wees niet bezorgd’ kunnen
we vertalen met ‘zit niet te tobben’, ‘loop niet te somberen’, want
dat helpt je niet verder.
Deze
week werd ik ook zelf door dit evangelie op mijn vingers getikt:
Want het dagelijks leven kan moedeloos maken. De realiteit kan mijn
verlangen om de droom van ‘leven in zijn naam te realiseren voor de
dag van morgen’ laten opdrogen. Ik verstond al luisterend een oproep
om ‘- staande in de realiteit - te zien, te ontdekken wat mij/ons te
doen staat. Wek mijn zachtheid weer…’
Op de
achtergrond klinkt Jesaja mee: Ik vergeet jullie nooit, ook al duurt
de ballingschap lang en lijkt het of Ik afwezig ben. Ik zal mijn
volk gedenken. Zoals God zijn volk niet vergeet, maar gedenkt, zo
mogen wij God niet vergeten. Ook al lijkt Hij afwezig en hebben wij
Hem nooit gezien. Er zijn profeten, die zien wat wij niet zien. Zij
wijzen een spoor. In hun spoor kunnen wij gedenken, totdat we zien.
Jezus
leefde met de profeten en hun woorden. In zijn leven trekt hij dit
spoor door. Vergeet God niet. Vergeet niet dat Hij liefde is en het
geluk van mensen wil. Ook al voel je er niets van en heb je alle
reden tot zorg. God heeft de mens geschapen om te leven naar zijn
beeld en op Hem te gelijken. Er staat niet voor niets zes keer ‘wees
niet bezorgd’. Op de zesde dag schiep God immers de mens. In die zes
keer mogen we horen hoe Jezus Gods opdracht aan de mens herhaalt met
eindeloze liefde en in grenzeloze trouw. Wees niet bezorgd, maar
leer van de schepping, de vogels, de leliën. Leer van de schepping
en van het leven. Houdt het uit en zoek het uit, in alles wat er
gaande is. Zoek uit, waar het koninkrijk van God groeit – al is het
maar een mosterdzaadje. Wie zich naar het koninkrijk keert, zo leert
Matteüs, keert zich naar de aarde en komt op voor goed en
rechtvaardig leven.
Tegenover de naïviteit van blind vertrouwen en tegenover berusting,
stelt Jezus in de Bergrede een leven met hoop. Maar dan wel
realistisch; deze hoop is gericht op de werkelijkheid. Het is dat
kleine vlammetje dat flakkert maar niet dooft, waardoor we blijven
zoeken en mijn gebed is, dat we ook creatief worden. Jezus bemoedigt
om te zien wat is en te doen wat we kunnen, om bij te dragen aan
menselijke waardigheid. Dat is mensheid naar zijn beeld. Ik geloof
dat het kan en ik hoop dat het zal gebeuren, door ons en met ons,
hier, en overal waar wij wonen, vandaag, en morgen.
Mogen
we aan deze tafel danken voor Jezus, die ons in deze hoop is
voorgegaan.
|