|
|
Preken: Matteüs 5,
1 - 2 + 13 - 16
Door Niek Werkhoven
Omzien naar de toekomst; overdenking bij
het feest van p. Jan
Ik zal proberen aan deze nieuwe fase van mijn
leven deel te nemen,
alsof ik mij in de schoot bevind van een grote goede uitstroming
van de goddelijke wil, die mij daarheen zal dragen
en mij gebruiken zoals zoals het hem goeddunkt
Tekst van
Theillard de Chardin
op het gedachtenisplaatje
van de priesterwijding van Jan,
geciteerd tijdens het welkomswoord:
Jouw keuze voor
dit evangelie, Jan, heeft iets van wat fr. Van Pinxteren noemde
'omzien naar de toekomst'. Vijfendertig van de vijftig jaar jezuïet
zijn heb je gegeven aan deze gemeenschap. Terecht kun je zeggen: het
fundament is gelegd, anderen moeten nu daarop voortbouwen.
'Moeten' spontaan komt dat wat beladen woord omhoog, terwijl jij als
geen ander begrepen hebt dat gemeenschap gebaseerd is op 'ont-moeten'.
Gemeenschap, verbondenheid, samenleven, dat kan en mag niet als een
keurslijf overkomen, of als een zware last. Het is of je dit nog
eens wilt onderstrepen door dit evangelie voor deze dag te kiezen.
De sleutel om het 'moeten' open te maken voor 'ont-moeten' wordt ons
aangereikt in de eerste zin van dit evangelie: Jezus besteeg de
berg. Van Pius hebben we geleerd dat we het bestijgen van de berg
zeker niet als een louter ruimtelijk gegeven mogen opvatten. Het
wijst eerst en vooral op een uitstijgen boven de alledaagse
werkelijkheid, op een zekere afstand scheppen in ons hier-en-nu
verhaal om de "grote, goede goddelijke wil" te horen.
Maar op dit moment
werpen deze woorden van Jezus niet alleen licht op jouw leven. We
voelen ons vandaag ook genodigd om door jouw leven als religieus
naar deze uitspraken van Jezus te luisteren.
Twee derde ongeveer van je tijd als jezuïet, zijn getekend door
gemeenschap, door Hooge Berkt. Een wat eigenaardige weg voor een
jezuïet, want in deze orde had leven in gemeenschap niet de hoogste
prioriteit. Maar deze orde is ook nooit bang geweest om vreemde
wegen in te slaan als de tijd daarom vroeg.
En de jaren zestig vroegen iets. De kerkelijke verzuiling was
doorbroken, voor velen verloren de traditionele vormen van religieus
leven hun bestaansrecht. Jij was een van die velen om in eigen nood
een stem te horen, een signaal te ver-staan van wat richting zou
kunnen geven aan leven, aan gelovig leven.
"Als het zout krachteloos wordt…" Wat naïef wellicht heb ik dat lang
als een normale uitspraak opgevat. Maar mensen die meer verstand
hebben van natuur- en scheikunde hebben me verzekerd dat dit
helemaal niet kan. Zout kan niet krachteloos worden. Als dat het
geval is, klinkt dit woord van Christus niet als een oproep tot
prestatie, maar als een bemoediging, een hart onder de riem steken:
zijn woord, Gods verbond, wordt niet krachteloos, vertrouw daar toch
op!
Zo ging jij je weg
van 'religieus' leven naar 'geestelijk' leven en werd je meer en
meer wie je bent: een man die velen leerde bidden met het concrete
leven. Wat je van Ignatius meegekregen had, kwam tot leven, tot
vruchtbaarheid.
Maar je zou geen jezuïet zijn als je de weg van geestelijk leven en
gebed niet onverbreekbaar verbond met onderscheiden. Onderscheiden
veronderstelt geduld, een zekere afstand nemen van de onmiddellijke
belangen en emoties, tijd hebben om grondig te kunnen luisteren. Dat
maakte jouw positie naast de intuïtieve, charismatische kracht van
Nada niet altijd even gemakkelijk. Maar wat hebben we er veel aan te
danken!
Wat is het dan
treffend dat, na het beeld van het zout, het licht genoemd wordt
door Jezus. Licht, het eerste scheppingswoord waardoor de duistere
chaos overwonnen wordt.
"Jullie zijn dat licht…" Ja, we weten dat God met de schepping een
groot risico is aangegaan. Zijn project kan mislukken. Het risico
dat we juist in onze tijd weer zo levensgroot zien opdoemen: de
schepping kan terugkeren tot chaos, tot vernietiging van leven.
Maar we kunnen óók in deze bedreigde wereld een
lichtpuntje vormen, een vindplaats en oefenplek zijn van geloof en
hoop. Daar heb je een groot deel van je leven aan gewijd Jan, dat
hebben we mede door jou gekregen.
En nu, na vijftig
jaar, een nieuwe fase in je leven?
We bidden in ieder geval dat ook nu de "uitstroming van de grote,
goede goddelijke wil" je zal dragen.
Zo moge het geschieden.
|