|
|
Preken: Matteüs 1,
18 - 25
Door Niek Werkhoven, gehouden op 19 december 2004
Je hoeft niet in angst te blijven!
Een oeroud verhaal
om van ons kerstfeest iets meer te maken dan een jaarlijks herhalen.
Een dag om het leven dat en zoals het gegeven wordt kleur en glans
te geven, een dag waarop je kunt voelen dat je dankbaar en blij kunt
zijn. Want dit verhaal is geschreven vanuit een ervaring, het is een
verhaal van mensen die meemaakten hoe hun leven veranderde, weer
perspectief kreeg doordat zij in aanraking kwamen met Jezus. En dat
kan ons ook overkomen. Wat ooit gebeurd is tijdens dat leven van
Jezus is niet iets van lang geleden alleen.
En Matteüs vertelt dan aan de hand van Jozef hoe dit gebeurt.
Jozef, de man van Maria, komt tot de ontdekking dat zijn vrouw leven
draagt uit heilige Geest. Zij is niet wat wij noemen ‘vreemd
gegaan’, maar zij heeft iets in zich waar bij buiten staat, niet in
betrokken is. En als dat genoemd wordt ‘van heilige Geest’, dan wil
dat zeggen dat Jozef ziet dat het om iets verhevens gaat, te teer,
te kwetsbaar om daar plompverloren op gelijke hoogte mee te komen.
Voor zijn geboorte, zegt Matteüs, gebeurde al wat Jezus tijdens zijn
leven veroorzaakte: waar Hij kwam, veroorzaakte Hij onrust, mensen
werden genezen, mensen werden uit hun gewone denken en doen gerukt.
Zo vergaat het ook Jozef.
Als ik me daar iets bij kan voorstellen, denk ik aan wat ik laatst
las.
“Onze beperktheid en
onvolmaaktheid veroorzaken in ons de neiging om ten koste van
anderen ons leven te ‘vervolmaken’ én maken ons bang dat anderen
hetzelfde willen ten koste van ons.”
Ons ‘ik-gevoel’
behoudt, als we niet oppassen, iets kinderlijks: alles is voor mij,
alles is van mij. Door de realiteit van het leven leren we wel, dat
de werkelijkheid anders is, maar dat is nog niet hetzelfde als in de
volle ruimte gaan staan om met elkaar in vrede te leven.
En Jozef is een rechtvaardige zegt
het evangelie. Dat wil zeggen een man uit één stuk, die doet wat hij
moet doen, degelijk, betrouwbaar en bekwaam. En juist voor zulke
mensen is het zo moeilijk om ruimte te geven aan het ongewone, het
vreemde, aan dat wat haaks staat op hun zienswijze. Daar kunnen ze
niets mee, en schermen zich af. Jozef neemt dan ook het besluit zijn
vrouw maar heimelijk weg te sturen.
Te goeder trouw, maar daarmee loopt hij de h. Geest, Gods
aanwezigheid in het leven, wel voor de voeten. Zoals wat verderop in
dit verhaal ook Herodes maar nu met kwade opzet, heimelijk te werk
gaat om dat komen van God onmogelijk te maken.
Maar Jozef wordt gewaarschuwd: de Heer verschijnt hem in een droom.
In zijn slaap, in de stilte en rust wanneer al zijn bedenkingen, al
zijn gevoelens van buiten spel te staan, er niet bij betrokken te
zijn, er niet bij kunnen, tot zwijgen gebracht zijn. Het moment, je
kunt ook zeggen, de voorwaarde om iets te horen van heilige Geest.
“Je hoeft niet bang te zijn”. Al worden je plannen en inzichten, je
verwachtingen en opvattingen doorkruist, God zal door het kind dat
geboren gaat worden, een nieuw perspectief op leven en geluk
zichtbaar maken. De weg openen om uit vastgeroeste opvattingen van
goed en kwaad te komen. Ja, hij Jozef zal de naam van het kind, zijn
levensbestemming, uitroepen: Jezus, dat is “de Heer redt”.
De Heer – Jozef leeft met God zoals hij dat
geleerd had in de godsdienst van zijn volk, zoals wij met God leven
vanuit wat we in de kerk hebben meegekregen. Maar dan blijkt ineens
dat deze God een beweging veroorzaakt, een levenswijze van
barmhartigheid, vergeving, ruimte en vrijheid. Een God die niet het
laatste woord laat aan het kwaad en onrecht, maar dat niet met macht
en geweld wil opleggen. Want Hij heeft de mens gewild, en wil dat
steeds weer: als zijn beeld en gelijkenis.
Weerloos en
kwetsbaar; maar dat heeft niets van zoetsappige gevoelens of zachte
romantiek. Weerloos en kwetsbaar wil zeggen: je niet op hol laten
slaan door sensatieverhalen, je niet laten wegzinken in
machteloosheid tegenover de werkelijkheid van ellende en leed, maar
terugkomen bij jezelf, bij je gevoel van eigenwaarde om daarmee
solidariteit te stichten.
Als we God zeggen zoals we dat vanuit de h. Schrift leren, dan gaat
het om levenskracht die niet te verenigen is met concurrentie,
vereenzaming, verlorenheid.
En Jozef, hij
heeft het gehoord, hij staat op uit zijn slaap en doet wat hij, al
is het maar in een droom, vernomen heeft. Hij neemt zijn vrouw bij
zich en roept de naam van het kind: Jezus!
Zijn leven kan beginnen – nu en steeds weer opnieuw. Het ‘ja’ op het
leven, omdat het ligt in de hand van Gods scheppende kracht. En het
antwoord op dit ja, dat we overigens zo zelden ervaren, maar blijven
vermoeden en hopen en zoeken, brengt ons tot overgave, tot actieve
betrokkenheid op de werkelijkheid waarin we staan.
De Heer heeft u
gezegd wat goed is, mens,
wat Hij van u verlangt:
Hij wil niets anders dan dat u recht doet,
dat u de trouw eerbiedigt
en dat u nederig wandelt met uw God… zo zegt de Profeet Micha dat.
En het teken van
zijn woord, de invulling van dat nederig wandelen met uw God, is de
vrouw met het kind: weerloos en fier, dat bedreigt niemand.
Dit leven, zo te kunnen leven, wordt ons gegeven, de gave die altijd
voorafgaat aan de opgave.
Het zij ons
gegeven in deze dagen iets te ervaren van ‘Immanuël’, Scheppende
kracht in en met ons.
|