Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 23, 1 - 12
Door Jan Rooijakkers

Laat u geen meester noemen- gij allen zijt broeders

Dat wonderlijke woord van Jezus over die voorgangers van zijn volk waarnaar je wel moest luisteren, maar naar wie je niet moest opkijken ! Die wat vreemde conclusie: laat je geen meester, rabbi, vader, leraar noemen, maar durf elkaars broeder te zijn! Die boodschap wil ik vanmorgen graag met jullie binnengaan.
Vanuit het woord dat Huub Oosterhuis van prins Claus citeerde, wil ik beginnen: "Er kan geen sprake zijn van menselijke toekomst, als die niet berust op werkelijke, brede, internationale solidariteit". Solidariteit wil zeggen: samen voor de zaak staan, voor elkaar instaan, ja: de sterkste vangt de klappen op. Een verbond waar de zwakkere en vreemde opgevangen wordt. En dan laat Oosterhuis zien hoe daarbinnen bij de prins het zoeken naar de bron van die band leidde naar de Thora, naar de bron van die band en naar de basis van het opkomen voor elkaar, en tot en met de rechteloze vreemdeling.
Vanmorgen begint het evangelie op dat punt "op de stoel van Mozes…" luister naar die woorden, dat is Thora, daar vind je levensrichting. En dan volgt er meer dan een simpele kritiek op die Farizeeën, maar: Jezus wil naar de kern van deze kromme realiteit - en de kern van Jezus' antwoord ligt in de zin: Één is jullie vader, jullie allen zijn broeders. Broederschap.
Onze tijd kan de stap naar God, altijd moeilijk maken; die is niet meer vanzelfsprekend. Wij lossen dat zélf wel op. Prins Claus was geen uitzondering; onze hele tijdgeest zegt: laat God erbuiten! Prins Claus kwam pas laat in zijn leven tot een antwoord op het vinden van die basis voor zijn schreeuw om solidariteit.
Voor Jezus lag dat anders. Hij hoorde over Thora en Mozes. Hij leeft zo als zoon van God, het is zijn eerste woord zijn Vader te zien, te noemen. Bij Jezus komt elke verbinding van mensen aan elkaar uit bij die twee kernrealiteiten: Vader en broeder. "Broer en zus worden" kun je niet maken; je wordt het door geboorte, door je ouders, je krijgt het. Het is ook geen band die je maakt, maar je bent het, het is een laag dieper. Het is eerder een uitgeleverd zijn aan elkaar, dan een verbond sluiten; eerder: verbonden geraakt zijn door afstamming en opgroeien, dan een daad.
Een echte band aangaan? Dat doe je niet even. Broederschap? Je durft de broederschap pas aan in de veiligheid van de Vader, van de ouder. Heel gewoon: zonder thuis, zonder die borg van je ouders wordt broederschap een groot risico. Solidariteit zit in een edele natuur; groeit uit het goede makker en kameraad zijn, maar de stap verder naar broederschap is bloedsverbond, is uitleveren. En dat durf je niet zomaar. We hebben weet van het verlangen. We kennen de schreeuw naar een thuis, naar warmte van leven, naar een haven van waaruit je een zending of opdracht aandurft. Een plek waar je kwetsbaar mag zijn.
De boodschap van vandaag is niet: wees niet zo'n hoogmoedige farizeeër. Nee, ga niet op de verkeerde stoel zitten, zet ook de ander niet op de verkeerde stoel, je bent niet de bron, je bent hoogstens doorgeefluik. Laat niemand zichzelf daarom meester noemen, want je beschadigt de plaats van je Vader, je maakt je thuis onveilig. Luistert naar de bron, en durf luisteraar te zijn. Ken je vader, en durf zoon te zijn, je mag onder die inspiratie en roeping broeder zijn, een thuis ontvangen. De wereld ontvangt pas echte veiligheid en warmte als we in die verhouding gaan staan: één is uw Vader, gij allen zijt broer en zus, hoort bij elkaar doordat ik er ben als levensbegin. De durf om broer te worden zit in je wederzijdse band met je Vader, daar ligt de kracht van je broederschap. Broederschap is driemanschap; op de weg om broederschap met elkaar vorm en rijkdom te geven ben ik niet meer bang om God zijn plaats te geven. Een weg naar de rijkdom van de broederschap tussen mensen.