Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 22, 34 - 40
Door Hinnêni Peltenburg, gehouden op 23 oktober 2005

 

Je hele bestaan in de waagschaal leggen

 

Net als vorige week is Jezus ook vandaag in het gezelschap van Farizeeën, die het erop aanleggen om Hem in zijn redenering te verstrikken. En bij de profeet Jesaja hoorden wij vorige week dat God de Enige is: Hij is God in ons midden en geen ander. In de lezing uit het boek Exodus wordt ons de kern van de Wet, de Torah getoond: God spreekt daarin vanuit zijn hart. Hij zegt: Ik, de Enige in jullie midden, Ik ben vol medelijden. Ik neem op Mij wat jullie aan verantwoordelijkheid laten liggen.

In de lezing uit het Evangelie gaan we als het ware een fase dieper binnen in het leven van Jezus met de Vader. Het woord: je moet aan God geven wat aan God behoort, wordt vandaag uitgebreid met de kern van de Wet, de Torah. Hier kijken we Jezus in zijn hart, als hij antwoord geeft aan degenen die Hem ondervragen.

 

In het boek Exodus worden drie groepen mensen genoemd: vreemdelingen, weduwen en wezen, en armen; al deze mensen dienen rechtvaardig behandeld te worden. Ja, het kwaad heeft vele gezichten, maar de rabbijnen hebben er toch een bepaalde lijn in gezien, een bepaalde grondstructuur die overal is terug te vinden: als het gaat over macht, over verstoorde verhoudingen tussen mensen, als het geld betreft. In deze tekst klopt het dan ook precies:

- de macht die de vreemdeling, het vreemde anders-zijn als een bedreiging ervaart en niet toelaat;

- de verstoorde verhoudingen tussen mensen in relaties en seksualiteit: vrouwen en wezen de eerst gedupeerden van onderdrukking, armoede, huiselijk geweld, overmacht, oorlog;

- het geld, de basismiddelen van het bestaan: oneerlijke verdeling met als gevolg steeds meer armen, armoede, oorlog.

 

Wij, hier en de wereld rondom, bevinden ons in een periode van beproeving, omdat op de opdracht van de Torah om deze drievoudige grondstructuur van het kwaad te overwinnen, geen antwoord te geven is waardoor de problemen worden opgelost. Maar moeten wij er daarom onmachtig in berusten, omdat er toch niets aan te doen is; omdat de problemen te groot zijn? Het is opvallend dat steeds als Jezus over het ethisch handelen spreekt, Hij de Torah aanhaalt. En wat staat er op elke bladzijde van de Wet: Je moet liefde doen en luisteren naar de stem van de Enige in de gebeurtenissen. Je krijgt dus een antwoord aangereikt van Godswege. Wij moeten antwoorden op het antwoord dat we krijgen: heb lief! Daar is maar één antwoord op te geven: het goede antwoord in doen en daad. Als wij straks zingen:Herschep ons hart, heradem ons verstand, / dat wij elkaar behoeden en doen leven, dan kan dat toch niet iets ‘ver-wegs’ betekenen!

 

En Jezus, Zoon van de Vader, hoe is zijn houding in de confrontatie met de Farizeeën? Hoe reageert Hij op de benauwende strikvragen, die als een beproeving door zijn leven lopen?

Beproefd worden betekent voor Jezus:

  1. jullie, of de Tegenstrever, proberen mij van mijn weg af te houden;

  2. mogelijkheid om getuigenis af te leggen van waaruit hij leeft: dat is zijn hart;

  3. dat Hij kan laten zien dat Hij niets te verliezen heeft.

Hij geeft aan de Tegenstrevers géén antwoorden, maar Hij laat zien hoe hij voor zijn taak, Gods zaak, staat. “Ik als christen vind dat de wereld nog niet klopt,” zei iemand bij deze tekst. “Daarin ga ik met Jezus mee, dan sta ik naast Hem op een goede plaats als uitgangspunt voor mijn handelen.”

 

De Wet zegt dat wij ongedeeld één moeten zijn zoals de Enige één is en dat wij aan de naaste moeten geven wat de naaste toekomt. Want de geboden: God lief hebben en Hem aanhangen én mijn naaste beminnen omdat die is zoals ik, zoals jijzelf, horen volgens Jezus onlosmakelijk bij elkaar. Het gaat erom een mens uit één stuk te zijn, en om gerechtigheid te doen. Dat gaat door beproeving en crisis heen, dat is niet gemakkelijk. Maar toch mag je er naar verlangen en er naar uitzien als een haalbare zaak. Wij hebben de Enige, de Heer zelf als voorbeeld: Hij is vol medelijden.

Wij zijn geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. De Enige zegt dat wij Hem moeten liefhebben met het hele hart, met de gehele ziel, en met het hele vermogen. Wij mensen, die de Godsadem ingeblazen hebben gekregen. Wij mensen, met onze neigingen ten goede of ten kwade. Van Godswege hunkert ons hart naar het goede.

Matteüs weet uit ervaring dat het volgen van Jezus een dynamisch proces is:

- dat het aannemen van de Torah een gezagvolle daad is, die instemt met het project dat de Enige met de wereld heeft;

- dat het een beweging teweeg brengt die vraagt je concreet te engageren, waar je kunt, met heel je hart, met heel je hebben en houwen, in déze tijd van crisis en kansen, die onze geschiedenis is.

Misschien dat wij dan in staat zullen blijken de zonden en de ziekten van de wereld te dragen. Want dit wordt nu juist van Jezus, de Messias gezegd, die wij willen navolgen en in wiens Naam wij hier samenzijn. Hij vervult heel de Wet en de Profeten!