Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 22, 34 - 40
Door Leonie van Straaten

Liefde boven regels

In de vijf boeken van Mozes staan 613 wetsbepalingen, 365 verboden en 248 geboden. De vraag van de schriftgeleerde aan Jezus naar het belangrijkste gebod, was een hele gebruikelijke vraag. Er werden in die tijd allerlei verschillende samenvattingen geschreven, niet bedoeld om geboden te vervangen, maar bedoeld om een grondhouding aan te geven, van waaruit alle geboden gedaan moesten worden. Een hele gewone vraag dus.
En toch staat er, dat de schriftgeleerde Jezus wilde beproeven. Dat geeft deze vraag een andere kleur. Dit kunnen we plaatsen binnen de context van Matteüs, die Jezus sterk tegenover de Farizeeën en schriftgeleerden neerzet. Al vanaf de intocht in Jeruzalem klinkt de vraag naar Jezus bevoegdheid. Op welk gezag berusten Jezus' woorden? Deze vraag naar zijn bevoegdheid spitst zich steeds verder toe. En als je Matteüs doorleest lijkt die discussie in dit fragment een soort hoogtepunt te bereiken. De vraag naar het grootste gebod is in deze context een vraag naar Jezus' bezieling. Het gaat niet meer om zijn opvattingen, om te toetsen of hij wet en profeten wel goed kent. Het is de vraag naar zijn wezen, wat bezielt deze mens?
Tot zover over de vraag.

Het antwoord van Jezus is diepgeworteld in de traditie van zijn volk. Één vers uit Deuteronomium en één uit Leviticus. Het is een antwoord waar de schriftgeleerde het volkomen mee eens zou kunnen zijn. Maar daarover schrijft Matteüs niet, dus we weten het niet.
Het antwoord van Jezus laat zien wie "de mens" is, en wat zijn bestemming is. Van God uit verstaan: Gij zult…in die woorden klinkt de geloofsbelijdenis van het Joodse volk, een geloof in die God van bevrijding.
Liefhebben.
Zo eenvoudig en zo complex is het dus.
Toen ik luisterde naar deze woorden van Jezus was er eerst alleen dit ene: Liefhebben.
Maar in tweede instantie drong tot mij door hoe allesomvattend Jezus dit neerzet:
God - je naaste- jezelf…..
En dan: Met geheel uw hart, geheel uw ziel en met heel uw verstand. Ik realiseerde me hoe vaak ik mezelf betrap op maar een gedeelte van die liefde. Want of mijn emotie is geraakt - of mijn verstand. Of ik richt me tot God, of tot mezelf, of tot de naaste - en dat vaak op heel verschillende lagen. Jezus antwoord breekt binnen in mijn beperktheid, of versnippering. Hij doorbreekt grenzen en laat in woord en daad een weg zien waarop liefde de grond van alles is.

Wat vraagt het van ons Christenen om deze weg te gaan?
In ieder geval dat we toelaten hoe allesomvattend deze liefde is. Dat het niet een filosofie over de liefde is, of alleen het gevoel van liefde.
Maar zeker ook dat we ons bewust worden hoe deze geboden in onze tijd door ons heen kunnen werken. Wat is de werkelijkheid ervan?
Wat is de werkelijkheid van God liefhebben? Wie is die God om van te houden?
Het zou diegene kunnen zijn die van ons houdt.
"Hoezeer heb ik je liefgehad…."
Degene die in liefde een appél doet aan ons hart, die in en door ons aanwezig wil komen in onze wereld. Als bron van liefde.
Naarmate wij beseffen dat God van mensen houdt, kunnen we ons openen voor deze bron.
In onze tijd ligt dit besef niet voor het oprapen. Als we afgaan op wat we zien, zijn we dramatisch ver van dit besef verwijdert. Moskou, Venlo….Niet voor niets luisteren we naar deze oude verhalen, ze kunnen helpen om een spoor te vinden, van die God als bevrijder, door alle tijden heen. Hij ís genadig met ons bezig, diep verscholen in al wat leeft.

Jezus was een mens die zich geliefd wist, op heel unieke wijze. Vanuit dit besef, dit vertrouwen, werkte hij mee aan een geschiedenis waarin God stem krijgt. Een stem van protest tegen zinloos geweld, een stem voor liefde als grond onder onze voeten, als grond van normen en waarden.
Meewerken in een nieuw verbond, meewerken aan een geschiedenis van bevrijding, dat vloeit voort uit dit grootste gebod, waarin God, de naaste en jezelf drie ijkpunten zijn die liefde kunnen geven en om liefde vragen. De werkelijkheid ervan is af te lezen aan het leven zelf.

(Niet voor niets staat bij dit fragment door de evangelist Lucas geschreven over de barmhartige Samaritaan. Een gelijkenis als antwoord op de vraag "maar wie is dan mijn naaste". Het is een sprekend voorbeeld van die liefde die gewekt wordt, niet in degene die het goed kunnen zeggen, niet in de vrome die zich vastklampt aan het gebed, maar vooral in diegene die de kwetsbaarheid van een mens ziet, geraakt wordt en handelt. Een mens die zijn eigen kwetsbaarheid kent, want het was een Samaritaan - een uitgestotene, die niet erkend werd. Een kennen, herkennen, dat liefhebbend handelen oproept.)

De vraag van het begin: wat bezielde deze mens Jezus, wordt ook aan ons gesteld.
Zijn antwoord is grond onder onze voeten om te laten horen én te laten zien wat ons bezield:
Een liefde waarin God en mens samenwerken, wij mensen samenwerken.

Het gebaar van breken en delen kan ons deze liefde te binnen brengen. Om niet te vergeten waartoe wij bestaan. Het kan ons wekken en bemoedigen om de weg in zijn spoor te gaan.