Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 22, 1 - 14
Door Nel van Cuijk

Kom naar de bruiloft

Degene die hier elke zondag in de viering komen weten dat Jezus, in het evangelie van Matteüs, al enige tijd in een vervelende en felle discussie met de Farizeeën en schriftgeleerden verzeild is geraakt met name over zijn over zijn bevoegdheid om op te treden als leraar. Als antwoord daarop heeft Jezus een tegenvraag gesteld en daarna is hij begonnen met het vertellen van parabels. Parabels die er niet om liegen. In die parabels heeft Jezus de verhoudingen geschetst zoals hij die aanvoelt tussen hem en de leiders van het volk. Tussen hem en God, tussen hem en het gewone volk, de arme en gebrekkigen, dat volk dat de wet niet kent. Door deze parabels, door de wijze van Jezus optreden in de afgelopen weken is de situatie dermate verhard dat het besluit gevallen is. Jezus zal uit de weg geruimd worden. Dat het nu nog niet meteen gebeurt komt, omdat het volk nog altijd om hem heen zit en nu iets doen betekent dus een oproer en daar zitten ook de Farizeeën niet op te wachten. Want een oproer zal onmiddellijk door de Romeinen neergeslagen worden. Nee, de Farizeeën moeten iets zien te vinden waardoor Jezus veroordeeld kan worden en de Romeinen op hun hand blijven, niet het hele volk moet slachtoffer worden van deze ene oproerkraaier. En zo verteld Jezus dus nog een gelijkenis, of misschien zelfs twee. De ene over de uitnodiging voor de bruiloft, de andere over hoe je in die bruiloftszaal wel en niet kunt blijven.
Ik heb er een paar exegeten op nagelezen want ik vind het niet echt een gemakkelijk verhaal. Een ding is vrijwel zeker, de gelijkenis heeft met ons te maken. In deze gelijkenis grijpt Jezus a.h.w. ver vooruit, over de hoofden en situaties van zijn tijd heen naar een verre toekomst.
En er is al een hele boel gebeurd, God heeft de uitnodiging om op het feest te komen al heel lang geleden verstuurd, bij monde van zijn profeten, een uitnodiging voor een feestmaal, een uitgelezen feestmaal waar het beste van het beste tevoorschijn komt, een uitnodiging aan alle volken zoals we van Jesaja hoorden.
De heer in het verhaal van Matteüs heeft ook uitnodigingen gestuurd en blijkbaar naar de mensen die het goed hebben, de grootgrondbezitters en zij die het in de handel goed doen. De topmanagers, de mannen en vrouwen die al dan niet met voorkennis goed weten te speculeren op de beurs. Maar die laten het afweten, die hebben geen tijd, want tijd is geld en er moet geld verdient worden. Geen tijd voor een feest, geen tijd voor de liefde, geen geloof meer in liefde? Een bruiloft heeft toch met liefde te maken. En dan zijn er ook nog mensen die blijkbaar niets meer hoeven te doen, zij rentenieren waarschijnlijk. Zij hebben de tijd om mis te handelen, de tijd om te doden, om je dood te vervelen, of om je dood te ergeren. Het loopt niet goed af met deze mensen.
Maar dat feest moet er komen, dan maar met wie er zoal op straat rond loopt, de daklozen en de zwervers, de asielzoekers, de mannen en vrouwen die het zo min hebben dat ze wel moeten dromen van een ander leven, van een leven waar liefde nog wel wat te zeggen heeft. Het wordt een laagdrempelig feest, met mensen die zomaar van de straat worden opgeraapt. Het wordt dat feestmaal van alle volken waar Jesaja het al over had. Goede en kwade mensen zegt Matheus. De feestzaal is dan vol, vol met zomaar mensen, goede en slechte.
Dan komt de koning om zijn gasten te begroeten. En er is iemand zonder bruiloftskleed. Hoort die bij de goede of bij de slechte, daar staat niets over. Naar een bruiloft gaan zonder bruiloftskleed. Gaat dat over een kleed, over een mooie jurk of een netjes pak. Ik dacht: nee, daar kan het niet over gaan. Zo juist hebben we gezongen: bekleed je met de nieuwe mens. Daar gaat het over denk ik. Je bent uitgenodigd, uit de goot gehaald, van de straat opgeraapt, en je bent gekomen, je hebt niet gezegd zoals die anderen ik kom niet. En dan, blijf je dan rondlopen met een gezicht van ik geloof er niet in, ik geloof niet in liefde, in gerechtigheid, in vriendschap. Ik geloof niet dat jullie hier op dat feest werkelijk veranderd zijn, dat jullie weer geloven in liefde, in gemeenschap. Blijf je knarsetandend en wel in je eigen gelijk zitten. Aan jou en mij de keuze. Ik las en dat vond ik wel de moeite waard omdat hier ook te zeggen. Jesaja zegt ergens het bruiloftskleed wordt gedragen door hen die een toevlucht zijn geweest voor de geringen, een houvast voor de armen in nood.

En wie zijn wij, wie ben ik vandaag. Die rijke die het wel goed heeft, die van de straat opgeraapte, de dienaar misschien die met een goede missie komt en die toch met niks terug moet naar zijn meester, uitgelachen wordt met zijn geloof in liefde en gemeenschap. De mens die het niet meer gelooft.
We zijn hier en nu uitgenodigd, goede en slechte. Er zal straks brood en wijn worden uitgedeeld. Er wordt niemand buiten gegooid, dat is onze stijl niet zo. En we kunnen bij wijze van spreken nu op dit moment ons bruiloftskleed aantrekken als we dat nog niet aan hadden.