Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 21, 33 - 43
Door Monique Lejeune, gehouden op 2 oktober 2005

 

Zijn we rentmeesters, of eigenen we ons toe?

 

Het is een bonte stoet van mensen, die aan ons voorbij trekt bij het lezen van dit verhaal uit Mattheus: een landeigenaar, wijnbouwers, slaven, een zoon en nog weer andere wijnbouwers. In al hun diversiteit is er één ding, dat hen bindt: de wijngaard. Je zou kunnen zeggen: het toebedeelde stukje van de aarde om vruchtbaar te maken. En daarin heeft ieder zijn eigen plek! En dus ook zijn eigen verantwoordelijkheid. Er zijn duidelijk verhoudingen.

Maar juist die verhoudingen worden niet geduld!

Een goede rentmeester zijn van de ontvangen gaven om de wijngaard vruchtbaar te maken is niet genoeg. De pachters willen toe-eigenen wat hen gegeven is. En daarvoor moet alles uit de weg geruimd worden, wat dit niet tot werkelijkheid kan brengen.

Zo heeft Jezus dat in zijn tijd gezien en ervaren, zo mogen we misschien wel zeggen dat het van alle tijden is, mensen eigen. Ook in ons hart, ook op dit stukje aarde, dat ons toevertrouwd is: de Hooge-Berktgemeenschap!

Met alle kwetsbaarheid van dien heb ik mij afgevraagd: ervaar ik – wij – dit leven, deze plek nog altijd als toevertrouwd, gegeven om vruchtbaar te maken?

Ben ik, zijn wij, nog rentmeesters, of is het ook voor ons een stukje aarde geworden, dat we ons toegeëigend hebben? Zijn de vruchten langzamerhand ons eigendom geworden? Met alle gevaar, dat onze wijngaard over een tijdje aan anderen gegeven zal worden?

Toen ik hierover liep na te denken, kreeg ik een brief, waarin stond: liefde is de bron van alle spiritualiteit. Het raakte me erg, omdat ik wist, dat het waar was en we met ons jaarthema nog niet zo gek zaten. Als we tenminste durfden nadenken over onze gegeven liefde. Niet als een oordeel naar elkaar, maar als een diep verlangen om ons grootste geschenk in het leven met elkaar weer opnieuw aan te durven zien. Misschien wel weer opnieuw vruchtbaar te maken.

Vanaf de oorsprong is er de notie geweest, dat er voor iedereen liefde was, iedereen daartoe uitgenodigd werd, of je nu gaaf of krom, lief of lastig was.

Liefde als een ruimte waarin iedereen zich kon welbevinden, waarvan niemand werd buitengesloten! Misschien een dwaze droom, maar hij werd ons wel gegeven om ermee aan de gang te gaan in goede en kwade dagen. Als basis van een gemeenschap, waar plaats zou zijn voor velen.

Ik geloof nog steeds in die droom, ook in onze dagen en in deze tijd. Ik geloof er nog steeds in ook al hebben ik en wij ons die droom toegeëigend en de liefde tot ons bezit gemaakt of ingeperkt tot de geliefde of de vriend, en uit de weggeruimd wat dat in de weg stond. Ik geloof nog steeds in die droom, ook al kunnen we nog niet degene onder ons aanwijzen, die de ‘bindende beminde’ is.

We zijn bang geworden voor verhoudingen en niet onterecht. We zijn gekwetst door het leven, door elkaar en hebben ons teruggetrokken in onze veilige cocon, hoe die ook moge heten!

En soms rammeit er dan opeens iemand op je deur en houdt niet op te kloppen, totdat je de deur weer op een kier durft te openen. Zo heb ik ook de lezingen van deze dag ervaren. Niet gemakkelijk, maar als een beminde vriend, die opnieuw uitnodigt om zijn wijngaard vrucht te laten dragen in een droom van liefde die gegeven IS.

Een blijde boodschap voor ieder van ons van Hem, die nooit zal ophouden te roepen, omdat Hij dat ook zelf niet gedaan heeft.

Mag hij in vrijheid ons antwoord weer ontvangen.