Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 21, 28 - 32
Door Koos van Etten, gehouden op 25 september 2005

 

Ja zeggen en ook doen

 

De parabel van de twee zonen: tegen wie vertelt Jezus die? Tegen de hogepriesters en oudsten in Jeruzalem. Jezus is namelijk in de stad aangekomen, ingehaald door zijn leerlingen en een grote menigte onder het zingen van ‘Hosanna, de Zoon van David’. Daarna gaat hij de tempel binnen, maar als hij ziet wat er aan de hand is, jaagt hij alle mensen weg die daar kopen en verkopen en gooit de tafel van de geldwisselaars omver, want zegt hij: ‘Het huis van God moet weer een huis van gebed worden.’ Dat is natuurlijk tegen het zere been van de hogepriesters. Als Jezus de volgende dag in de tempel onderricht geeft, vragen ze hem dan ook: ‘Met welke bevoegdheid doe je dit eigenlijk?’ Dat is een lastige vraag. Jezus geeft hen dan ook geen rechtstreeks antwoord, maar vraagt over het doopsel van Johannes waar dat vandaan komt. Zij geven zich echter niet prijs; er is geen ja en geen nee. Jezus vertelt dan de parabel van de twee zonen.

Op de vraag van zijn vader om naar de wijngaard te gaan, zegt de een ja, maar doet het niet. De ander zegt nee, maar gaat wel. ‘Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?’ vraagt Jezus aan de hogepriesters en oudsten. Hij laat ze dus zelf het antwoord geven en hoopt dat zij alsnog ja zeggen op doop van Johannes en ingaan op zijn oproep: ‘Keer je om, want het koninkrijk van God is nabij!’

Ja zeggen, maar niet doen. Ik ken dat b.v. uit Indonesië: daar hoort het bij de cultuur dat je altijd ja zegt, want anders beledig je de ander. Als toehoorder moet je dan heel goed luisteren wat dit ja betekent. Daartegenover nee zeggen en toch doen. Iemand van ons vertelde van de week dat een van haar kinderen als puber altijd nee zei op haar vraag, maar na vijf minuten terugkwam en vroeg: wat moet ik doen? Lastig om daar mee om te gaan. Maar gaat het in ons leven ook niet vaak zo? Het is gemakkelijk ja te zeggen, maar niet altijd om het ook te doen.

Soms zeggen wij ook aanvankelijk nee, maar schrikken ervan en keren ons om. Toch heb ik de indruk dat de parabel niet slaat op alle mogelijke vragen die op ons afkomen, maar eerder op de ene vraag van God: wil je de weg gaan die voor jou is weggelegd? Wil je je roeping volgen en blijven volgen? De roeping die je gekregen hebt in de doop?

Over die doop spreekt Jezus ook. Hij wijst naar Johannes de Doper en zegt van hem dat hij ‘de weg van gerechtigheid’ ging. Maar wat betekent precies die ‘weg van gerechtigheid’? Dat betekent zoiets als: leven dat je waar bent in jezelf, dat je bent wie je bent, zei Kick Bras afgelopen weekend; dat je doet wat je moet doen, zei Johannes de Doper. Naar Johannes kwamen b.v. soldaten, tollenaars en gewone mensen, zelfs hoeren, zegt Jezus in het evangelie. Waarom? Blijkbaar voelden zij de noodzaak en wilden zij uit hun ellende raken en anders gaan leven. De doop werd het keerpunt in hun leven. Zo zijn velen van ons ook geraakt, toen we hier binnenkwamen. We hadden een duidelijke vraag naar leven. We hebben concrete mensen horen zeggen: ‘Je bent veelgeliefd’. We zijn aanvaard zoals we waren. Dat was een genade, een teken van Gods liefde. Die ervaring werd een keerpunt in ons leven: we zijn anders gaan leven, mogelijk ook een andere roeping. Zo is het in ieder geval met mij gegaan.

Vandaag worden we opgeroepen om die weg weer verder te gaan. Als ik de parabel van de twee zonen tot me laat doordringen, versta ik dat ik gehoor moet geven aan wat God van mij vraagt. Dat ik ja leer zeggen, soms door een aanvankelijk nee heen, want zo weerbarstig is mijn leven. Door dat nee kan ik tot een dieper ja komen. Misschien herkennen jullie deze ervaring. Ja zeggen en gerechtigheid doen; dat betekent waar zijn in jezelf; zijn wie je bent, in alle eenvoud; doen wat je moet doen, niet meer en ook niet minder. Dat geldt voor mij persoonlijk, maar ook voor ons als gemeenschap: niet alleen maar in stand houden wat er is of zelfgenoegzaam zijn, maar open blijven, ‘het onvermoede tegemoet’ zou Frére Roger zeggen. Heel diep ja zeggen, ook al gaat het met moeite en hortend en stotend. Zo blijft de hoop levend naar de toekomst toe, open voor een komend rijk van God.