|
|
Preken: Matteüs
21, 28 - 32
Door Niek Werkhoven
Bemoediging, geen goedkope troost!
In die dagen zei
Jezus tegen de hogepriesters en oudsten van het volk:
Maar wat denkt u hiervan?
Iemand had twee zonen. Hij ging naar de eerste en zei:
Jongen, ga vandaag in mijn wijngaard werken.
Hij antwoordde: Nee, ik wil niet.
Later bedacht hij zich en ging toch.
Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde.
Die antwoordde: Goed, heer.
Maar hij ging niet.
Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?
Ze zeiden: de eerste.
Jezus zei hun:
Ik verzeker u, tollenaars en hoeren gaan u voor naar het koninkrijk
van God.
Toen Johannes naar u toe kwam op de weg van de gerechtigheid,
hebt u hem geen geloof geschonken.
De tollenaars en de hoeren hebben hem wel geloof geschonken.
Maar u hebt zich ook later, toen u dat zag, niet bedacht
en hem geen geloof geschonken.
We waren het gauw
met elkaar eens toen we deze eucharistieviering aan het voorbereiden
waren: deze woorden van Jezus doen we alleen recht binnen de context
waarin ze in het evangelie staan. We moeten ons voor de geest halen
wanneer Jezus dit zegt en tegen wie.
Maar bijna net zo belangrijk is het om onze eigen context helder
voor de geest te hebben. Met andere woorden: Wat wil ik horen? Wat
wil ik met mijn leven? Wat zoek ik eigenlijk?
Het is niet zo maar een 'preekje' van Jezus wat ons hier wordt
verteld. Hij is in de tempel van Jeruzalem. En passant werd daarbij
verteld dat blinden en kreupelen naar Hem toekwamen en genezen
werden - dat hoort er zo bij, dat gebeurt telkens waar Jezus is. Hij
zegt wat Hij doet, en doet wat Hij zegt!
Vanuit de
actualiteit van deze week. Velen van u hebben wellicht dat bericht
in Trouw gelezen over die priester van 48 jaar in Medillin,
Colombia. Vorige week stond er in Verdieping een lang interview met
hem. Een priester in een stadswijk die volledig in de greep van
terreur en moordpartijen is. Hij vertelde in dat interview dat hij
zich moest melden bij de paramilitairen: "ik ben bang voor die lui",
was de laatste zin. Enkele uren later werd hij voor zijn kerk
doodgeschoten.
Een van de velen die zoals Jezus opkwam voor de blinden en
kreupelen, de machtelozen.
Waar halen zulke mensen de moed vandaan?
Maar in de wereld waarin we leven wordt die vraag niet gesteld.
We hoorden vorige week zondag wat toen, zoals nu, klinkt: "waar
haal je de bevoegdheid vandaan?". Anders gezegd: waar bemoei je
je mee!
Wij leven niet in Colombia, Afghanistan of in Zuid-Soedan waar
de broodnodige hulpvluchten niet meer naar toe mogen van
bepaalde autoriteiten.
Heeft de vraag die Jezus stelt dan toch iets te betekenen voor
onze situatie? Gaat het "lichaam van Christus" worden verder dan
braaf ons best doen?
Vorige week weigerde Jezus te antwoorden op de vraag van de
autoriteiten van de tempel. Vandaag neemt Hij zelf het voortouw
met zijn vraag naar hun oordeel.
"Johannes" - ondertussen vermoord, dat weten ze - "kwam naar
jullie op de weg van gerechtigheid, maar jullie vertrouwden hem
niet". "Op de weg van gerechtigheid" dat klinkt voor onze oren
niet zo eenvoudig, toch hoeven we daar geen ingewikkeld denkwerk
van te maken. Op een of andere manier ervaren we toch allemaal
dat de concrete situatie waarin we verkeren, niet is zoals we
dat zouden verwachten en verlangen. Maar zoals we hier zitten is
er voor ons ook iemand gekomen op de weg naar gerechtigheid -
een woord al of niet gepaard aan een 'exodus' die ons leven
veranderde. En nu, na die veranderingen van toen?
'God heeft mensen nodig', dat is ons de afgelopen jaren
voorgehouden. Wil geloof en kerk iets betekenen in deze tijd dan
is het door deze woorden: niet dat mensen God nodig hebben om
hun behoeften te bevredigen. God is niet de werkelijkheid die
onze verwachtingen en verlangens invult. Tenminste niet zoals
dat in onze hoofden leeft.
Maar dan, eerlijk gezegd weet ik dan zoveel niet meer te zeggen.
Waar zou het dan op neer kunnen komen als we de woorden "ga in
mijn wijngaard werken" voor ons nu laten klinken? Is het zoiets
als: wat hebben anderen aan mij? Wat hebben anderen aan deze
gemeenschap? Wat doe ik opdat anderen iets aan mij zouden kunnen
hebben? Vragen die toch niet het 'ik' in het centrum plaatsen.
Wel of ieder vanuit en met eigen geschiedenis, met eigen kunnen
en niet kunnen, ten dienste staat van leven, van menswording.
Vragen die je niet kan ontwijken door je te verschuilen achter
of vast te klampen aan wat was.
We mogen nu weer het brood delen, gezegend door de herinnering
aan Jezus, zoon van God, mens als wij. En we geloven dat Hij zo
in ons midden is dat zijn Geest kracht en inzicht geeft. De
kracht van het houden van die ons 'ja' en 'nee' voortdurend zal
omgooien.
Dat moge ons overkomen in dit uur van gebed, van dankzeggen.
|