|
|
Preken: Matteüs
20, 1 - 16a
Door Koos van Etten
Hoe komen we tot andere gedachten?
In het evangelie
vertelt Jezus een parabel, die voor de meesten van ons wel bekend
is: de parabel van de werkers van het elfde uur. Wat er bij ons, als
lezers of toehoorders, in eerste instantie blijft hangen, is dat die
landeigenaar eropuit ging om arbeiders te huren, maar dat er 's
avonds bij de uitbetaling iets merkwaardigs gebeurde: de laatsten
kregen evenveel als de eersten, namelijk één denarie. Daarover
worden die anderen verontwaardigd en zeggen: 'Die laatsten daar
hebben één uur gewerkt, en u stelt hen gelijk met ons,die de last
van de dag en de brandende hitte hebben gedragen.' Die
verontwaardiging blijft hangen en en niet voor niets, want zo wordt
de parabel ook verteld. Toch merkte ik, toen ik het voorbereidde, is
het niet te doen om op die verontwaardiging of onvrede in te gaan,
ook al is die nog zo herkenbaar, want dat brengt niet echt verder.
Nee, de bedoeling van de parabel is juist om die gedachte te
doorbréken. Met de woorden van Jesaja uit de 1e lezing: Jouw
gedachten zijn niet mijn gedachten, jouw wegen zijn niet mijn wegen.
Of met de woorden van de landeigenaar op het eind van het evangelie
(daar staat letterlijk): Is jouw oog slecht, omdat ik goed ben?
Maar hoe komen we dan tot die andere gedachte? Hoe leren we Gods
goedheid te zien? Laat ik dat proberen te verhelderen vanuit de
parabel zelf. Jezus begint te spreken over het koninkrijk van God;
daar is Hij vol van; daar zet Hij zich voor in. Hij begint een
verhaal te vertellen over een landeigenaar die eropuit gaat om
arbeiders te huren. Die man is natuurlijk een beeld van God; over
Hem probeert Jezus iets te zeggen.
- Opvallend is dat die landeigenaar er alsmaar op uit gaat: 's
ochtends vroeg, op het derde uur, op
het zesde uur, op het negende uur en zelfs nog op het elfde uur. Hij
houdt maar niet op. Waarom? Omdat Hij arbeiders nodig heeft voor
zijn wijngaard. Hij heeft geen enkel recht, Hij is van ze
afhankelijk, zonder hen kan Hij niets. Daarom blijft hij eropuit
trekken, onophoudelijk.
- Dat geldt ook voor ons: God heeft mensen nodig, Hij heeft ons
nodig om zijn wereld uit te bouwen. Als wij ons in die ruimte laten
plaatsen, komt er energie vrij en zitten we niet zo vast gepind aan
regels en afspraken en dergelijke, hoe nodig die ook zijn.
- Wat verder opvalt, is dat die landeigenaar geen selectie maakt:
Hij nodigt iedereen die Hij op de
markt tegenkomt, uit om naar zijn wijngaard te gaan: ''Gaan ook
jullie naar mijn wijngaard. Hooguit vraagt Hij aan de laatsten,
waarom zij de hele dag werkeloos staan. Het antwoord is dat niemand
een appèl op hen gedaan heeft, niemand hen nodig heeft. Dat patroon
doorbreekt Hij: iedereen wordt geroepen!
- Wij kijken vaak naar elkaar en vergelijken onszelf met de ander:
die heeft méér dan ik, die heeft méér vakantie dan ik. Die werkt
maar halve dagen of een paar uur en ik draagt de hitte van de dag.
Maar als we leren kijken met de blik van die landeigenaar, dan zien
we misschien ook, dat niemand uit de boot mag vallen; dat iedereen
recht heeft op leven.
- En dan bij de uitbetaling krijgen de eersten ieder een denarie,
want zo was afgesproken. Maar ook
aan de anderen geeft die baas ieder een denarie. Waarom? Omdat het
't dagloon is voor ieder: zo'n arbeider kan thuis komen bij zijn
vrouw en kinderen en dan hebben ze die dag weer te eten. De goedheid
van die baas bestaat er in, dat Hij dat dagloon aan iedereen gunt.
- En inderdaad, als wij alleen maar blijven kijken in ons eigen
kleine wereldje, zelfs in ons eigen land, dan zullen we veel kritiek
hebben op van alles en nog wat. Maar als we verder, ruimer kijken,
naar vluchtelingen b.v.: hebben zij ook niet recht op de meest
elementaire aspecten van het leven?Water, voedsel, onderwijs voor de
kinderen, een dak boven je hoofd. Vaak ontbreekt het die mensen aan
alles, moeten ze vluchten, hebben ze niets. Hoe komen wij zover dat
ieder dagelijks te eten heeft, dat ieder een omgeving heeft waarin
het goed is om te leven?
De parabel wordt ons verteld om te laten voelen, dat Gods
gedachten niet onze gedachten zijn, dat zijn wegen niet onze
wegen zijn, zoals de lezing uit Jesaja zegt. Er wordt ons
gevraagd terug te keren naar de Heer. Maar dat is soms om tot
omkeer te komen, het is soms een lange weg. Maar het is nooit te
laat.
|