|
|
Preken: Matteüs
20, 1 - 16
Door Jan Rooijakkers
Een kiertje met een glimp van God
Het Rijk der
Hemelen, mijn Vader, zoals Jezus vaak zegt, of gewoon God, dat
ietwat neutrale woord, dat wij soms teveel en soms te weinig
gebruiken, … ja, soms zou ik wel eens door een kiertje binnen willen
kijken in dat Rijk der Hemelen. Vaak heb ik het ook nodig, om in het
gewone alledaagse leven, dat vaak maar heel gewoontjes is en waar je
het soms net niet helemaal haalt, een glimp op te vangen van dat
numineuze: de aantrekkingskracht en die uitstraling te voelen en die
glinstering op te vangen van dat Rijk der Hemelen zodat je weer
verder kunt. Even wil ik door een kiertje naar binnen kijken.
Het vergaat mij vaak zo, - en ik hoop dat het
jullie ook overkomt,- dat je een glimp opvangt, dat je iets, een
gebeurtenis, een ontmoeting, een mens, opeens ziet, waarbij je het
leven kunt betrappen op zijn zuiverste en mooiste momenten en
waarbij je denkt "ja dat is het; zo kan ik weer verder; zo moet het
Rijk der Hemelen zijn; zo moet het er bij God uitzien"
Jezus vertelt zijn
verhalen vaak vanuit zulke momenten, alsof Hij af en toe door een
kier zijn Vader ziet. Hij hoort Jesaia zeggen " Gods gedachten zijn
niet jullie gedachten" en is altijd op zoek naar die God en vertelt
altijd maar weer verhalen over waarin Hij dat Rijk der hemelen, zijn
Vader, op het spoor komt.
Vandaag horen we
een verhaal van een Landeigenaar die werkers zoekt voor zijn
wijngaard. Jezus kijkt daarin door een kiertje het Rijk der Hemelen
in en ik zou het zo fijn vinden als ook wij een glimp ervan zouden
kunnen opvangen, door dat kiertje konden kijken om te zien hoe dat
nou is met dat Rijk de hemelen. We horen hier een heel stuk over die
mensen die er niet mee uit de voeten konden, maar ik denk dat het
eigenlijk gaat over het Rijk der hemelen. Het Rijk der hemelen is
die man, die een wijngaard had en zeer zorgvuldig vroeg opstond en
uur na uur ging zoeken naar medewerkers, opdat zijn druiven niet
zouden rotten. Hij is de man die het met zijn mensen eens werd. Dat
staat er. Uiteindelijk staat er "de eersten zullen de laatsten zijn:
het zal allemaal wel anders lopen dan jullie gedacht hebben, maar zo
doe ik het en jullie gezeur komt gewoon omdat je er niet mee uit de
voeten kunt dat ik goed ben." Zoiets hoor ik vandaag.
Nou, dat is voor mij zo'n kiertje. Als je daar
naar binnen kijkt dan denk ik: als het bij ons ook zo zou gaan, ja
... als ook de langzamere, ook de laatkomer, ook de mislukkeling, of
op grotere schaal: ook de vluchteling en randgroepenmens nog nodig
is voor die wijngaard … Ja … maar zo gaat het niet, hoe moeten we
daar dan eigenlijk. Mee omgaan zonder moedeloos te worden ... want
daarvoor zijn we nu toch bij elkaar, om van die stapstenen in de
tuin te leggen, waar je zo hier en daar op kunt gaan staan om niet
weg te zakken in het moeras? Hoe kunnen we die glimp van God, zo’n
kijk op Hem die ons warm en blij maakt, zo’n meekijkmoment met Jezus
nu "uitbuiten"? Hoe kunnen we dat stukje van God, dat we nu kunnen
zien, maken tot de kracht van ons leven, zodat we niet gewoon
wegzakken in de modder van iedere dag? We staan immers met twee
voeten in de realiteit van dit leven, waar de hemel er nog niet is
en waar we "er" nog niet zijn, waar we gewoon van dag tot dag met
vallen en opstaan, links en rechts kiezend af en toe verkeerde
stappen zettend. Of waar we net iets te kleine stapjes zetten op die
plek, waar de steen net een beetje verder ligt, zodat je ernaast
stapt, en je mag het beeld draaien en keren zoals je maar wilt.
Hoe kunnen wij,
gewone mensen temidden van gewone dingen, accepteren dat het Rijk
der hemelen toch net nog niet datgene is, waar wij in staan? Hiermee
probeer ik te zeggen dat het Rijk der hemelen er op de een of andere
wijze nog niet is, dat wij nog op weg zijn daarheen of aan het
worden zijn wat we al zouden willen zijn.
En nu verder ... ik zou eropuit willen zijn om
steeds meer met de ogen van Jezus te gaan kijken! Dan vertaal ik dat
zo: die onbevangen goedheid of die innerlijke vrijheid die je soms
ziet bij iemand, soms een moment van vergeving of inzet. Je mag dan
zien dat die ander of die situatie een stukje, een glimp van God is
- zo noem ik het. Je mag dan zien waar dat doorkomt. Daarbij zoek je
ook in je leven en kijk je wat dat leven nu eigenlijk is. En als je
echt het leven betrapt, de zuivere stukjes, dan geniet je er weer
van en denk je " ja, daar ga ik voor!".
En die Hemel , die Vader, of dat waarachtige, dat
mooie, dat schone, dat zuivere, is heel nabij. Die hemel ligt
verborgen tussen ons in. Je kunt het bij wijze van spreken per
seconde ontdekken, waar je ook bent; of je nu hier in een
feestelijke dienst zit of dadelijk bij de koffie of een uur later
bij de afwas, dat maakt niets uit, maar je kunt die glimp van God,
dat goddelijke, datgene waar je voor gaat, opvangen, ontvangen, je
kunt het niet maken, niet dwingen, maar wie attent is – we zeggen
soms "gelovig" – die ontdekt soms een kier. Dan weten we ook waar we
naar toe gaan, waar we het voor doen en wat er in de ander en in ons
onder de laag van de oppervlakte aanwezig is. Het woord van vandaag
is er een om rechtop te blijven: enerzijds om de moed te hebben
gewoon met je beide benen op de grond te blijven staan; anderzijds
naar ‘’boven’’ te kijken, waardoor je blijft weten dat in deze
werkelijkheid, niet daarbuiten, ook dat stukje zit, waar we God
kunnen zien en Zijn gedachten, hoewel deze anders zijn, kunnen
aanvoelen en mee voltrekken.
Dan is ook voor ons het Rijk der hemelen nabijer aan het komen.
|