Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 18, 15 - 20
Door Leonie van Straaten, gehouden op 4 september 2005

 

Kerkopbouw; een confrontatie met de realiteit van goed én kwaad

 

Als Jezus in ons midden leeft, als wij in zijn naam samen zijn – dan zal dit concreet zichtbaar worden in ons doen en laten. Daar gaat het om bij de tekst van Matteüs.

die we vandaag hoorden. Het is een tekst uit de oerkerk, die wil verhelderen hoe gemeenteopbouw concreet zou kunnen en moeten gebeuren. Misschien lijkt het op het eerste gehoor wel erg binnenkerkelijk, gemeenschapsintern. Maar is het niet zo dat wij juist bijeengeroepen zijn omwille van en midden in de wereld? Kerk als gemeenschap is een oefenplaats om te doen wat gedaan moet worden in deze wereld, in het besef dat het om Gods schepping gaat!

 

Als mensen, geïnspireerd door de geest van Jezus, samen gericht zijn op het doen van het goede, is het noodzakelijk om ook het niet-goede dat mensen doen onder ogen te zien en dit aan de orde te stellen. Dit is een confrontatie met de realiteit, waarin we goed én kwaad tegenkomen.

In de teksten die we horen staat niet de boosdoener centraal, maar de bewaker van het goede. In Ezechiël is het de wachter: de mens die is aangewezen om Gods richting van leven te bewaken. En dus ook het kwaad, datgene wat die richting vertroebelt, aan de orde te stellen.

In het evangelie zijn het de leerlingen die worden aangesproken. Leerlingen, zo hoorden we vorige week, zijn degenen die blijven leren en zoeken wat waarachtig leven is. Zij zijn verantwoordelijk om dit leven op te bouwen samen met anderen. Ook voor hen geldt dat zij daarin goed én kwaad zullen tegenkomen en het kwaad aan de orde moeten stellen opdat het goede een kans krijgt.

 

Maar om die verantwoordelijkheid op je te kunnen nemen zoals ons vandaag wordt voorgehouden moet je wel wat zicht hebben op de inhoud van zonde en kwaad. Dat is niet altijd zo zwart wit aan te wijzen, maar de lezingen gaan er vanuit dat we dit inzicht hebben. Het is ook zo, dat we de bijbel er vanaf Genesis op na kunnen lezen, en evengoed de kranten, vanwege de actualiteit.

Het is zonde als je niet leeft zoals je bedoelt bent – het gaat dan niet om een idee. Het gaat meestal om concreet handelen waarin een mens zichzelf centraal stelt, zelf uitmaakt wat goed en kwaad is zonder te luisteren – Een wijze van leven die ten koste gaat van anderen, maar in wezen ook ten koste van jezelf. Hiermee verdwijnt het getuigenis van God uit het zicht en uit het gehoor.

 

Het evangelie reikt een concrete handelswijze aan hoe we, als verantwoordelijke en volwassen mensen met het concrete kwaaddoen om moeten gaan.

Een broeder of zuster die iets misdaan heeft moet je aanspreken. Het is dus niet zomaar iemand, want er is een relatie. Het gaat niet om gewone dagelijkse irritaties en zeker niet om de ander op te voeden. Onder vier ogen je broeder of zuster aanspreken betekent echte communicatie omwille van een gezamenlijk doel: omdat ik mét die ander in het Verbond sta moet ik spreken.

Als de zondaar luistert dan leidt dit tot eensgezindheid – je staat weer samen in één richting, met respect voor ieders eigenheid.

Maar soms is er een lange weg te gaan, die zich aftekent tussen spreken en luisteren. Want als de zondaar niet luistert moet je veel moeite doen om hem te behouden - de tijd nemen om hem met behulp van enkelen of desnoods met de hele gemeenschap tot luisteren, tot inkeer te brengen. Het ‘luister Israël’ betekent immers een luisteren naar wat je wordt aangezegd, ook als dit je niet bevalt.

Als dit niet gebeurt, dan wordt de zondaar als zondaar uitgesloten – je kunt ook zeggen dat een mens die zich niet laat aanspreken zichzelf isoleert. Het is geen definitief oordeel, maar het geeft aan dat er grenzen zijn. Ondanks dit oordeel blijft er de openheid van vergeving tot 70x7 keer toe, dat staat meteen hierna in het evangelie volgens Matteüs.

 

Velen van ons hebben wel ervaring met aanspreken of aangesproken worden, goede en slechte ervaringen. De slechte ervaringen maken het misschien niet gemakkelijk om naar deze concrete woorden te luisteren. Toch kan het evangelie ons opnieuw bewust maken van de realiteit van gemeenschap vormen in Zijn naam, hier of in de parochie of gemeente waar u woont.

Enerzijds kun je zeggen: zolang je niet eensgezind bent, eens van zin, van richting, kun je elkaar niet aanspreken. Als dit zo is, verlies je de gemeenschappelijke droom.

Anderzijds zegt dit evangelie dat het noodzakelijk is om je broeder of zuster aan te spreken. Zo groeit broederschap concreet en is er een kans dat er mét alle verschillen een eensgezindheid groeit die iets laat zien van Gods aanwezigheid tussen mensen. Ik hoop dat we de moed vinden, daar waar we leven deze verantwoordelijkheid op ons te nemen – opdat de kerk als bijeengeroepen gelovigen werkelijk een teken kan zijn midden in de wereld.

 

Het is goed om vandaag te horen dat Zijn naam ons leven en onze verhoudingen tekent.

Ten diepste wordt deze betekenis zichtbaar in het vieren van de maaltijd – we mogen ook vandaag samen aan tafel gaan en zo vieren dat wij in Zijn naam samen zijn.