Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 18, 15 - 20
Door Tineke Renkema

De naaste is als jezelf bent

Dit gedeelte uit Matteüs beschrijft hoe Jezus, die onderweg is naar Jeruzalem, reageert op de vragen van zijn leerlingen. Hij geeft onderricht aan zijn leerlingen, aan ons. We kunnen vandaag bij Jezus in de leer gaan, zoals Nel het vorige week formuleerde. Wat Jezus hier leert, getuigt van realisme. Het gaat o.a. over onderlinge verhoudingen, manieren van omgaan, leefregels. We kunnen zó leren leven, dat Hij in ons midden kan zijn.
Jezus lijkt ons op het hart te willen drukken, dat wij er alles aan moeten doen om verbonden te blijven, zoals hij even hiervoor laat zien hoe de herder er alles aan gelegen zal laten liggen om het verdwaalde schaap te vinden. Wij, mensen, zijn daar zelf verantwoordelijk voor.
Hoe blijven wij verbonden, hoe probeer ik verbondenheid te bewaren, als iemand iets misdaan heeft, als iemand schade heeft berokkend aan het leven? Welke wegen kunnen wij gaan, die leiden tot herstel wanneer er sprake is van onrechtvaardigheid, liefdeloosheid, onverantwoordelijkheid?
Als je broeder je iets misdaan heeft, moet je hem dat onder vier ogen zeggen. Dat is het eerste, wat Jezus zegt. Natuurlijk, vanzelfsprekend, zeggen wij, dacht ik. Maar als het zo vanzelfsprekend was, zou het dan nodig zijn het zo expliciet te zeggen?
Iedereen zal her/erkennen dat wat wij vaak doen is, dat wij juist langs de betreffende persoon heengaan. We gaan maar al te vaak onzuivere wegen door ons heil bij derden te zoeken en dáár ons beklag te doen. En dat heeft consequenties. Het uit de weg gaan van iemand, het bij anderen ons heil zoeken, betekent versterking van het isolement, van niet verbonden zijn. Versterking van het isolement, wat door het onrecht is ontstaan. Iemand alleen laten, die alleen is gaan staan. Het gevolg is, dat het kwaad zal voortwoekeren als onkruid, als we het niet ter sprake brengen, dáár waar het hoort.
Jezus is er, alles aan gelegen de verbinding te herstellen. Hij maakt ons verantwoordelijk, medeverantwoordelijk voor herstel, herstel van vertrouwen.
Maar hóe zou ik naar de ander kunnen gaan, met welke houding? Toen ik daarin zocht was er direct het besef dat het uitspreken van een veroordeling, het wijzen met de vinger, de weg naar het kunnen luisteren, niet opent. Integendeel het leidt vaak tot verdediging, verzet, verharding. Een antwoord vond ik, in dat gedeelte van de brief van Paulus aan de Romeinen, wat we zojuist hebben gelezen: Heb je naaste lief als jezelf, klinkt het daar. Heb je naaste lief als jezelf, want hij is zoals jij. De enige weg, de houding waarmee ik naar de ander kan gaan om het onrecht ter sprake te brengen, lijkt me door te beseffen, dat de ander is zoals ikzelf ben. Het is een houding, waardoor ik niet met de vinger wijs, maar kan laten zien, waar ik zelf ben, waar ik sta, welke positie ik inneem, wat er in mij is gebeurt aan pijn, woede en gekwetstheid, verontwaardiging. Het laten zien van mijn eigen gezicht is de wijze waarop ik het mijzelf en de ander mogelijk maak om weer tot verbinding te komen.
Kijkend naar Jezus zie je hem altijd op deze wijze contact maken. Hij spreekt rechtstreeks aan, gaat het kwaad, diegene die kwaad doen, niet uit de weg en opent zo de mogelijkheid van herstel. Maar we zien het aan de weg die Hij is gegaan, we weten het ook zelf: Er zijn geen garanties! Maar je weet zeker, waar je niets doet, waar je de confrontatie vermijdt, daar woekert het kwaad door als onkruid. Waar je echter alles gedaan hebt om tot verbinding te komen, zal er soms de pijn zijn van ontbonden zijn en ook dat zal "in de hemel" worden gedragen.

Jezus gaat verder in zijn onderricht: "Ik verzeker jullie, als er twee van jullie eensgezind iets vragen hier op aarde, om het even wat, dan zullen ze het krijgen van mijn Vader in de hemel. Want waar twee of drie bijéén zijn in mijn naam, daar ben ik".
Jezus maakt ons hier deelgenoot van zijn verlangen, van Gods verlangen en spreekt daarmee ons eigen verlangen aan: Het verlangen éénsgezind te worden in ons vragen, opnieuw gezámenlijk te leren vragen en bidden, nieuw verbond te leren leven, zó dat Hij in ons midden kan zijn.
We kunnen en mogen vragen waar wijzelf, ieder voor onszelf behoefte aan hebben. We kunnen en mogen daarin niet aan onszelf voorbijgaan. Dat hebben we van de voorbije jaren geleerd, maar hier horen we dat het mogelijk is één te worden, eensgezind in ons vragen. Hoe kan dat toch gebeuren? Voor mij komt dan terug: De ander is zoals jij. Uiteindelijk staan jij en ik op dezelfde grond. Jij hebt jezelf niet geschapen, ik heb mezelf niet geschapen, jij en ik hebben het leven gekregen. Dit besef kan ons eensgezind doen worden, ons gezamenlijk doen vragen.
Jezus verlangt ernaar in ons midden te zijn, God thuis te brengen. Hij maakt ons deelgenoot van zijn verlangen, van Gods verlangen. Dit bracht mij ook verder in het zoeken naar gezamenlijkheid: Eensgezind kunnen wij leren worden, gezamenlijk kunnen wij leren bidden, als mijn vragen en jouw vragen doordrongen wordt van het besef dat God het is, die aan het begin van ons vragen staat. Als ons vragen, ons bidden, ons verlangen naar God wordt tot het besef dat God het is, die naar ons verlangt, dat God naar ons vraagt. God, die staat aan ons begin en komt aan het einde, wiens woord is van het zijnde, oorsprong en doel en zin.