|
Preken: Matteüs
16, 21 - 27
Door Niek Werkhoven, gehouden op 28 augustus 2005
Geluk zoeken voor het oog van God
“Zijn
kruis opnemen, zijn leven verliezen…”, het zijn misschien wel de
woorden die het meest blijven hangen wanneer we dit evangelie horen.
Maar we lopen dan wel het risico in wat vaag gemoraliseer te blijven
hangen. En het is de grote vraag of dat wel de bedoeling is van dit
evangelie.
Je
zou dit stukje evangelie eigenlijk met een paar adempauzes moeten
lezen, even de woorden tot je door laten dringen, ze in te voelen om
daarmee het aanknopingspunt te zoeken met ons eigen leven hier en
nu. Want als Matteüs dit opgeschreven heeft, is het wel omdat hij
begrepen heeft dat dit moment de personen en omstandigheden van toen
overstijgt.
Jezus
begint zijn volgelingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem
moet gaan. Een weg waarover hij zich geen illusies maakt. Waarom zou
hij dit moeten doen en deze ellende naar zich toe halen?
We kunnen dat vermoeden uit de verhalen die we
kennen. Hij heeft laten zien en horen wie en wat God is, wat voor
leven Hij van mensen verlangt. En voor deze levensopdracht is het
niet voldoende om rond te blijven trekken in Galilea, het zal ook in
het hart van het volk moeten gebeuren. Maar Jezus weet maar al te
goed dat vrijheid, vrede, eenheid vanaf Kaïn en Abel, verdrongen,
verwrongen en misbruikt worden. Toch wil hij deze moeilijke weg niet
uit de weg gaan.
Het
is een cruciaal moment: het mooie, het goede, dat wat het leven
waard maakt geleefd te worden, blijkt geen succesverhaal te zijn. We
kunnen ons gemakkelijk voorstellen dat zijn volgelingen er wat
verbijsterd bij staan en er niet aan willen.
God
is liefde, God wil het leven en het geluk van de mens en niet de
ellende, niet de dood. Dat heeft Jezus toch laten zien.
En
dan is er Petrus namens de twaalf. Hij heeft erkend dat Jezus de
verpersoonlijking is van deze God. Jezus heeft hem bevestigd dat
zijn erkenning waar is, dat het een inzicht is dat van God komt,
geen kwestie van menselijk redeneren. In deze euforie van ‘begrijpen
en kennen’ meent hij nu Jezus ‘de les te kunnen lezen’ zoals Matteüs
zegt. Dit, wat Jezus nu zegt, kan toch niet waar zijn. Dat kan toch
niet overeenstemmen met God!
Het
is zo goed bedoeld, zoals wij allen het meestal zo goed bedoelen in
het leven. Ja God wil onze vrijheid, ons geluk ons leven. En dan is
het een heel kleine stap om onze voorstellingen daarvan als norm en
maatstaf van God te gaan beschouwen…
‘Ga
weg, blijf achter mij, loop me niet voor de voeten met deze
verleiding een andere weg in te slaan…´ In dit harde woord kunnen we
de eenzaamheid, het alleen gelaten worden voelen. De eeuwige
verleiding om God voor ons karretje te spannen. Leven te zien als
een draaien om het ego, het ik van mijn belangen, mijn verlangens.
Maar
als mens zijn we veroordeeld tot relaties, tot verhoudingen: de
moeilijke maar enige weg om in waarachtigheid van leven te komen en
te blijven. En relaties… dat gaat ver, heel ver…
Dat
vraagt dat we onze angst om niet mee te tellen aankijken; onze
jalousie, ons machtstreven, ons gelijk hebben en dergelijke een
toontje lager laten zingen, kortom ons ‘vrij’ maken. En dat alles
dan niet om onberispelijk voor de dag te kunnen komen, maar om mee
te kunnen werken aan een samenleving waarin vrede en vrijheid en
eenheid wat aan het licht komen. Staan voor zo’n samen leven, we
weten het maar al te goed, dat is geen succesverhaal, dat is het ook
nooit geweest.
Is het daarom ook dat het evangelie ons zegt dat
Jezus zich hier richt tot zijn leerlingen, niet tot de grote massa?
Leerlingen, niet om daar een intiem en gesloten clubje van te maken,
maar een stel mensen die het avontuur aangaan om te blijven zoeken,
te blijven leren wat leven is, waarachtig leven. Dat hébben we
nooit, God en zijn Rijk blijven komende, toekomst. Steeds zullen we
verleid blijven om te kiezen, bewust of onbewust, om onze
voorstellingen van geluk en leven als norm te gaan beschouwen. Ons
te laten verleiden door wat vroeg of laat toch weer klatergoud
blijkt te zijn. Nee, daarvoor hoeven we ons geen pijnlijke,
zelfgekozen, ascese op te leggen, alleen maar te blijven luisteren,
te kijken en dan te doen wat leven echt van ons vraagt.
Een
leven, dat we niet kunnen overzien, een levenswijze waar het hier en
nu voluit telt maar zich daar niet toe beperkt.
Gemeenschap, juist in deze tijd waarin mensen zich zo moeilijk aan
elkaar kunnen verbinden.
We
kunnen Petrus dankbaar zijn dat hij ons de kans geeft onze ogen
vandaag wat uit te wrijven, en met open hart samen aan tafel te gaan
als teken dat we geloven dat met God mogelijk wordt wat voor ons
onmogelijk lijkt.
Dat
zij ons gegeven, vandaag en de komende dagen.
|