Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 16, 21 - 27
Door Nel van Cuijk

Gedreven (d)voor God

Van toen af begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat…

Van toen af, vanaf het moment dat Petrus beleden heeft dat Jezus de Messias is, de gezalfde van God. Zo vormt de evangelie perikoop van vandaag een tweeluik met dat van afgelopen zondag. Jezus die tot vorige week zondag aan het uitwijken was, op de vlucht misschien voor schriftgeleerden en Farizeeën. Uitwijkend misschien om de gevestigden van zijn tijd tot nieuw zicht te laten komen of om zijn leerlingen langer en beter voor te bereiden op die nieuwe weg die hij opende, de nieuwe weg van het vestigen van het rijk Gods, het koninkrijk der hemelen in de woorden van Matteüs. Uitwijkend misschien om zelf zicht te krijgen op wat de weg zou kunnen en moeten zijn voor hem in dat vestigen van dat rijk Gods. Want dat is de drijfveer, de drive van zijn leven, daar gaat hij voor, dat vestigen van het rijk Gods.
De zekerheid dat God iets nieuws wil beginnen, dat God niet in de godsdienst gevangen moet blijven, in de regels en de wetten van schriftgeleerden en Farizeeën. God is in de ogen van Jezus een levensechte, aanwezige werkelijkheid voor arme en berooide mensen, voor zieken en bezetenen. De God van Jezus is een God die met mensen wil zijn, bedacht op wat hen goed zal doen, bedacht op vrijheid en ruimte. Liefdevol en vol ontferming, een God die mensen verleid om zijn woorden te spreken, zijn daden te doen. Een God die zoals Jeremia zegt een vuur is in mijn hart, een brand in mijn gebeente, ik wil wel eens niets met hem te maken hebben maar ik kan er niet tegen op. Die God brandt ook in Jezus. Jezus is echt een fan van God en als je bij Jezus in de leer gaat begrijp je niet waarom je nog wel eens wilt twijfelen aan het bestaan van God. Dat is mijn ervaring tenminste.

Maar van nu af, nu hij tot aan de uiterste grens van Israël is gegaan, nu er een grens overschreden is ook in zijn zicht op de weg die hij moet gaan, nu weet hij ik moet terug naar Jeruzalem, in het centrum van Israël, het centrum van de godsdienstbeleving. Daar moet God stem krijgen door mij, Gods stem van bevrijding en als dat betekent dat het niet goed met mij afloopt dan moet heel de wereld dat weten. De stem van God dat is wel duidelijk had zeggingskracht in het leven van Jezus, en dat betekende ook dat die stem zeggingskracht had op het gebied van de politiek, en op maatschappelijk, en sociaal-economische vlak. Waar mensen staan voor belangrijke veranderingen en omwentelingen daar ontstaat voor die mensen altijd de dreiging van omgebracht worden. We hebben dat recent nog in Nederland ervaren. Als ik of wie dan ook mooi preek en bid mag ik gerust mijn gang gaan zolang het maar niets kost, op welk vlak dan ook, zolang er maar niets verandert. Maar de stem die u en mijn leven totaal kan veranderen, die stem willen wij mensen niet altijd horen. Ik ook niet want wat als die stem mijn bankrekening aantast, mijn vrije tijd, mijn privacy, mijn relaties, mijn leven. Wat als het betekent dat mensen me voor gek zullen verklaren en me uit de weg willen ruimen. Dan zeg ik misschien ook wel, God nooit van gehoord, dat is iets voor anderen. De God van mij ouders, of van die andere lui die zo nodig iets met gemeenschap moeten.

Dat God niet voor anderen is, maar aan jou en mij iets te zeggen heeft, dat had Jezus al een tijd door. En dat het hem zijn kop kan kosten, dat heeft hij gezien daar in dat verre noorden.
En realiseer je, zegt hij tegen zijn leerlingen dat, dat voor jullie ook geldt. Daar is Petrus het volstrekt niet mee eens, dat kan en mag absoluut niet gebeuren zegt hij tegen Jezus.
En Jezus weer, hij zegt tegen Petrus hou me niet tegen, jij die ik twee zinnen geleden rots heb genoemd een man op wie ik bouwen kan, een man die kan verbinden, die kan ontbinden, die de sleutel in handen heeft gekregen voor dat koninkrijk der hemelen, jij, je bent nu een struikelblok, ga achter me loop me niet in de weg, laat me niet over je vallen.

Petrus en waarschijnlijk ook het Petrusambt blijkt feilbaar, is feilbaar tot in onze dagen, want hoeveel mensen struikelen niet over de kerk en haar gezagsdragers.
En wie durft te zeggen ga weg kerk, achter mij want je bent niet bedacht op wat God wil, je kijkt mensen naar de ogen, machtige mensen, rijke mensen, je heult met de machtige der aarde en je sluit je ogen voor de grote aids-problematiek met je verbod op condooms.
Maar ook aan ons wordt iets gezegd en wij belijden in onze missie dat we willen luisteren naar Jezus, dat we leerling willen zijn van Hem, en dat betekent dat we eigen ideeën en ervaringen open houden voor verandering. Dat we dus niet vast zitten aan onze bankrekening, onze privacy en vrije tijd. Dat we overhoop gehaald mogen worden.

Ook wij hebben de sleutel in handen die de stem van God vrij spel geeft in mensen, in mijzelf.
De sleutel die het rijk Gods gestalte geeft. Die sleutel ligt denk ik vandaag, in het weten wat je kruis is, wat je op moet nemen en over dat kruis, persoonlijk en gezamenlijk een open communicatie aan gaan. Ik denk op grond van wat we vandaag horen van Jezus dat, dat van ons gevraagd wordt.