|
|
Preken: Matteüs
16, 13 - 19
Door Jan Rooijakkers, gehouden op zondag 29 juni 2008
Als het visioen verbleekt, verwildert het volk - als het volk
zijn profeten doodt, verbleekt zijn toekomst
Jezus is – zijn leerlingen onderrichtend – vanuit
Judea en Galilea steeds verder naar het noorden getrokken, weg van
Jeruzalem. Jezus komt in Caesarea van Philippus. Hier is het
eindpunt, noordelijker kan niet meer. Het is het hoge noorden van
Israël, aan de bronnen van de Jordaan, overal water, helemaal groen
en vruchtbaar. Hij kent zijn opdracht: zijn volk weer naar zijn
Vader toe te keren. Hij voelt zijn messiaanse hartstocht. Hij
vraagt: “Wie zeggen de mensen dat dit mensenkind is?” En dan: “Maar
jullie: wat zeggen júllie over mij?” Hij voelt zich alleen staan met
zijn visioen over Israël, zijn volk. Hij vraagt werkelijk: wie
gelooft er nu in de roeping van Israël! En dan zegt Petrus: Gij zijt
de beloofde, de Messias, de man die als een zoon met God vergroeid
is.
Daar vindt Jezus ineens een grond, een fundament, een rots. Een mens
die Hem in zijn roeping erkent! Daarop kan hij verder. “Dat komt
niet zomaar uit jouw mond, dat wat je zegt, is van God! Daar heb ik
iemand aan wie ik de sleutels kan toevertrouwen.” Het huis van
Israël, de kerk noemt Jezus dat, is nu veilig, ik kan door.
En hij keert zich naar het zuiden, naar Jeruzalem, want daar is het
hart van Israël, niet buiten Jeruzalem om kan hij zijn visioen
verwerkelijken. Want hij is ervan doordrongen dat als het visioen
verbleekt, het volk verwildert; een volk dat zijn profeten doodt of
niet toelaat, doodt zijn visioen en daarmee zijn toekomst. Hij durft
nu naar Jeruzalem, dat voelt als het gevaarlijke hol van de leeuw.
Het hart van het volk moet opnieuw zuiver naar God toegekeerd
worden. Hij gaat, omdat Hij alleen zo het visioen gaande kan houden,
leven kan geven.
Pas gaandeweg zullen de leerlingen begrijpen wat
er gebeurde, daar aan de bronnen van de Jordaan, zoiets als de
testvraag: als ik voor jullie werkelijk de Messias ben, en als
jullie met mij dat visioen van God met Israël dragen en het je zo
eigen maken dat jullie ermee doorgaan, dat ik jullie de sleutels van
dat Rijk van God kan toevertrouwen, dán kan ik alle risico van wel
of niet overleven, gaan lopen, daar in Jeruzalem, waar het erop of
eronder zal zijn. Want dan gaat het toch door in jullie. Hier voel
je de oervorm van het gezag, dat aan Petrus gegeven werd: de
behoeder en garant van het visioen. Hij heeft het in zijn leven
laten zien, is er trouw aan gebleven: hij werd de man van het
visioen die de grenzen van Israël durfde verbreden naar de hele
wereld.
Jezus, de ook eenzame pionier van de belofte, heeft de rots, de
stapsteen van een Petrus toch nodig, om om te keren. Zo kwetsbaar
was het Rijk Gods, het visioen, de messiaanse opdracht. Zo kwetsbaar
is – denk ik – het rijk Gods, altijd ook voor ons, ook vandaag.
Steeds hangt dit aan mensen, aan u en aan mij. En de vraag van Jezus
is ook voor u en voor mij actueel en reëel.
Zonder ons heeft God met zijn visioen van vrede van een bewoonbare
wereld, geen kans om dit te realiseren. Meter voor meter, mens voor
mens, wordt Rijk Gods op de neerdrukkende krachten in onze wereld en
maatschappij veroverd. En iedere stap heeft een mens nodig die durft
bekennen: ik vertrouw je, ik ga met je door dik en dun.
Ja, daar staan we dan, aan de bronnen van de Jordaan, of: rijk aan
mogelijkheden, maar ook voor beslissing om in zee te gaan met deze
gedreven en geroepen Heer. En ik denk dat ieder van ons wel weet
heeft van het riskante om in iedere dag God een plek te geven in de
omgang met elkaar: liefde en mededogen te laten prevaleren boven
eigen gelijk of egostreling. Het is geen moreel tintje, het is een
grondtrouw aan de redding van Israël. En de redding van Israël – de
droom van Jezus – is voor onze tijd intussen de hele wereld. Dat kan
dan wel eens ontmoedigen als je naar Zimbabwe kijkt of naar die
plekken waar we het satanische aan de winnende hand zien. En toch:
het visioen mogen we niet laten verbleken, de droom moeten we
blijven koesteren, – zo smeekt God ons – en de durf om ons naar het
Jeruzalem van vandaag te keren zal beslissend zijn om toekomst te
ontwikkelen. Het Jeruzalem van vandaag? Voor Jezus was dat ‘waar het
huis van mijn Vader staat’ en nu voor u en voor mij? Eerlijk gezegd,
kan ik u daar geen plek noemen, geen plaats als Jeruzalem of Rome,
of het gebouw van de verenigde Naties, of welk centraal
machtscentrum dan ook. Wel kan ik zeggen: kijk eens naar Petrus: hij
bekende zich tot Jezus met zijn droom. Hij werd een strijdmakker. Ik
denk dat het een weg uittekent: zoeken naar medestrijders en je aan
elkaar verplichten tot trouw aan opbouw van het visioen van God met
zijn volk en daarbij lastige profeten niet uit de weg ruimen, maar
tot in je ziel toelaten, dat is een weg die de goede richting in
gaat.
|