|
Preken: Matteüs
14, 22 - 33
Door Jan Rooijakkers
Op het snijpunt van geloof en twijfel
Onze gewone dag
staat niet zover af van de survivalgroep die op dit moment in de
Ardennen hun week afsluiten: steeds weer is het een struggle for
life om het roer recht te houden, je antwoorden en reacties op
de dingen van elk uur vanuit een goede houding te vinden. Steeds
weer heb ik daar oriëntatie en reflectie voor nodig. Wij zijn hier
bij elkaar om ons opnieuw op die binnenkant te bezinnen. Zo wil ik
met u naar de lezingen luisteren.
Jezus en Petrus
lopen over water. Jezus gaat zijn weg; hij komt vanuit de stilte van
een nacht in gebed. Zo te zien doet Hij iets absoluut onmogelijks,
vanuit een innerlijke kracht.
Petrus ziet Jezus,
wil naar Hem toe; bijna blind gelooft hij in iets onmogelijks. Hij
doet, volgt, en dan zien we ineens hoe hij naar de wind kijkt, en
hij zakt onmiddellijk weg. Hij gelooft, handelt ook, en ineens bij
tegenwind: ‘ja maar’ of ‘maar als’ en vertwijfelt zakt de vaart uit
zijn plannen. Petrus roept dan naar Jezus – en hij krijgt antwoord,
hij krijgt een hand. Tegelijk ook: hoort hij: jij kleingelovige. Het
is een dubbel antwoord.
Wat zien we: in
dit gebeuren zien we hoe geloof en twijfel elkaar raken. Petrus
gelooft/twijfelt – gaat door – blijft/wordt vriend. Zijn geloof
groeit. Hij wordt DE Petrus, de voorganger van de groep rond Jezus,
van de - hier in oorsprong al zichtbare – kerk . Hij gaat niet op in
zijn twijfel, hij blijft bij zijn vertrouwen: hij roept Jezus, zijn
geloof in Hem blijft de richting, de drijfveer.
Hij zal zich wel
gegeneerd hebben voor Jezus; hij krijgt ook het "kleingelovige" goed
te horen.
Wat roept het op bij de anderen: ze zien en hun
geloven groeit. En bij ons? Ik denk dat dit moment daar rond dat
bootje, inderdaad iets van onze levenssituatie verduidelijkt. Wij
leven voortdurend in dat snijpunt van geloof en twijfel; durf en
angst; moed en ontmoediging.
Petrus ging door zijn grote liefde voor
Jezus niet verder op zijn twijfel, maar hij koerste op zijn
geloof. Zakt weg en grijpt de toegestoken hand. Petrus gaat
door; zoekt de Heer; vlucht niet; neemt de hand aan; accepteert
de dubbele boodschap. Hij is een voorganger geworden bij wie de
twijfel, het zwakke moment een plaats gekregen heeft, er mag
zijn, zonder dat de twijfel de richting ging bepalen. Hij heeft
voortaan kunnen leven: ik ben niet de grote man die zomaar over
water kan lopen, die het onmogelijke kan, maar ik ben toch
iemand die het waagt, die het onmogelijke soms moet doen, en
half onder water en half boven water er toch mee doorgaat. Hij
durft koersen op dat "half boven water". Dat is zijn weg
geworden. Dat is voor mij de boodschap waar ik mee verder kan.
|