|
Preken: Matteüs
13, 24 - 43
Door Nel van Cuijk, gehouden op 17 juli 2005
Weet jij wat het koninkrijk van God is, weet jij hoe het groeit?
Vorige week zijn we begonnen met de parabelrede.
Matheus heeft zijn verhaal van Jezus rond een vijftal grote redes
opgebouwd. Dat vertelt dan meteen dat we hier meer Matheus aan het
woord hebben dan Jezus. Mattheus die met zijn gemeente, zijn
gemeenschap wacht en het koninkrijk der hemelen verwacht. En hoe zal
het in dat rijk toegaan? En waarom is er zoveel onkruid? En zoals de
vragen toen actueel waren, zo is het ook nu.
De
lezingen van vandaag zetten ons in de actuele wereld, de wereld
waarin wij leven. Ik stel me voor dat ik daar aan die oever sta en
de vraag stel. Heer, hoe komt het toch dat er zoveel ellende is in
de wereld, zoveel onkruid, zoveel kwaad?
Wij,
ik, zijn gewone mensen, mensen die het goed bedoelen, we zien
verwachtingsvol uit naar een plek waar het goed is om te leven.
Trouwens, we hebben toch voortdurend gehoord dat God tot zevenmaal
toe gezegd heeft dat het goed was. Van de eerste tot de zevende dag
zag God dat het goed was en toen hij of zij de mens schiep zei hij
of zij dat het heel goed was. En kijk nu toch eens, wat mensen doen
in naam van een god: ze moorden elkaar uit, leggen bommen, bedenken
de vreselijkste dingen. Dit kan toch niet; er is teveel kwaad; er is
teveel niet goed; zullen we er aan gaan staan en dit kwaad met
wortel en tak uitroeien. Al dit kwaad hoort niet in het koninkrijk
der hemelen.
Of
dichter bij huis misschien: al deze mensen, wij met onze
verschillende verlangens en opvattingen en gedachten over
gemeenschap, over gemeente vormen, zullen we…?
Zullen we een lidmaatschap formuleren waar geen spijker meer tussen
te krijgen is, waar we allemaal hetzelfde zullen doen, hetzelfde
zullen denken en hetzelfde zullen hebben?
Laat
maar zegt Jezus dan, weet jij dan wat het koninkrijk van God is,
weet jij dan hoe het groeit? Luister, luister goed.
Een
minuscuul zaadje, een mosterdzaadje, zie je wat er gebeurt als je
dat in de aarde stopt? Het wordt een grote boom, met vele takken
waar vogels kunnen nestelen, waar mensen van allerlei pluimage een
thuis kunnen vinden.
Luister goed, een vrouw verbergt een klein beetje gist in drie maten
meel. Ook vrouwen werken mee aan het koninkrijk der hemelen, aan die
gemeenschap in zijn naam. Drie maten meel worden gekneed, drie maten
meel is genoeg voor honderd mensen heb ik me laten vertellen. Drie
maten meel kneedde Sara om haar goddelijke gasten te eten te geven.
De vrouw in deze parabel staat voor de goede leerling die meewerkt
en hard werkt, want drie maten meel is veel om te kneden, en die het
geduld kan opbrengen om te wachten tot het deeg gerezen is.
Het
koninkrijk der hemelen, de gemeenschap in zijn naam, ontstaat in en
door de stille krachten die overal werkzaam zijn, soms zie je het
helemaal niet en dan ineens dan is het er. Dan is in dat kleine
nietige begin een kiemkracht verborgen die al je verwachtingen
overtreft. Daar is geduld voor nodig en tolerantie.
Daar
wordt macht verbonden met zachtheid zoals we in de eerste lezing van
vandaag konden horen. En ervaring krijgen van die zachte macht neemt
alle overmoed weg. Want rechtvaardigheid is een mensenvriend zijn en
kans tot inkeer bieden.
Maar er is toch onderscheid tussen goed en kwaad,
tussen tarwe en onkruid. Ja, dat is er zeker. Maar wees mild laat
alles groeien tot de voleinding en dan wordt het oordeel
uitgesproken, niet door mensen want oordelen uitspreken is geen
mensenwerk. Mattheus kent zichzelf en kent de mensen om hem heen en
weet dat een eindoordeel spreken over mensen geen mensenwerk is.
Daarom, denk ik, ligt bij Mattheus het oordeel in de handen van de
Mensenzoon en van zijn engelen.
|