Preken: Matteüs
13, 1 - 23
Door Niek Werkhoven, gehouden op 13 juli 2008
Aan jullie is het gegeven…
Een evangelie dat we menen wel te ‘kennen’: we
moeten goede aarde zijn en vruchten voortbrengen, liefst
honderdvoudig. Eerlijk gezegd moest ik ook over een behoorlijke
drempel heen in de poging fris en nieuw naar dit verhaal te
luisteren. Het mooie boekje van Jan Fokkelman gaf me een stevig
duwtje daartoe. Hij schreef, wat vrij weergegeven: “Zoals Matteüs is
gegrepen en gedreven door wat hij onder woorden wilde brengen, zo
kunnen wij door zijn verhaal gegrepen worden door hetzelfde. Door
dezelfde Jezus die het leven van Matteüs een draai van 180 graden
gaf. Maar luisteren is een hele kunst dat weten we maar al te goed
al hebben we de mond vol van ‘ontmoeting’ en ‘communicatie’.
Luisteren”, zo schrijft Fokkelman, doe je door
met creatieve verbeeldingskracht heel zorgvuldig om te gaan met wát
er staat geschreven en hóé dat er staat. Een open deur misschien,
maar het vraagt wel wat geduld en stille aandacht. Deze oefening
sterkte mij in ieder geval in de overtuiging dat dit
evangelieverhaal iets meer en zeker iets anders wil overbrengen dan
‘brave burgermoraal’ van goed je best doen.
“Jezus zit aan de zee” zo opent Matteüs zijn
verhaal, zo gewoon, zo passend in de vakantietijd zou je bijna
denken. Maar luister goed, want al is het meer van Tiberias een
prachtige plas water, het is een blijft een meer. Waarom dan zeggen
‘de zee’?
Matteüs wil ons zo herinneren aan de storm op het meer waarin de
leerlingen schreeuwen: “Help, we vergaan”. Een schreeuw van ervaren
vissers nota bene. Matteüs zegt met het woord ‘zee’ ook: denk aan
die kudde varkens waar de demonen in kruipen die zich dan hals over
kop in de zee storten en verdrinken in het water. ‘Zee’ is het
gebied van de levensbedreigende oerkracht van vernietiging, de
radicale tegenstelling van het ‘beloofde land’.
Daar
zit Jezus die weggegaan is uit huis en je kunt wel raden wat ‘het
huis’ hier betekent!
Zonder veel uitleg, zonder verdere details te geven vertelt Matteüs
dan dat er een geweldige menigte samenstroomt bij Jezus. Een
menigte, een anonieme massa mensen op zoek naar geluk zoals wij
mensen dat altijd gedaan hebben en blijven doen.
En
dan vertelt Jezus. Heel bewust gebruikt Matteüs niet het woord
‘onderrichten’ dat heeft Jezus als maar door gedaan – in woord en
daad. Nu vertelt hij, niet meer en niet minder, terwijl de massa op
de kant staat, en we verstaan: op de rand van de afgrond, met op
afstand degene die deze afgrond beheerst: zee en wind gehoorzamen
hem immers!
Jezus vertelt dan hoe hij zijn optreden ziet, hoe
hij het effect van zijn zending ervaart. Matteüs doet dat heel
subtiel maar niet mis te verstaan: zoals Jezus uitgegaan was van
het huis, klinkt nu “Kijk, de zaaier was uitgegaan om te
zaaien”. Die zaaier doet dat heel kwistig: hij kijkt niet uit
waar het zaad terecht komt, hij zoekt geen goed akkertje op, nee
overal, hoor goed, voor iedereen is het bestemd, bij iedereen komt
het terecht!
Wie
oren heeft… Luister Israël: het woord is niet ver weg.
Maar
luisteren is gehoor geven: iets doen, iets veranderen.
En
dan draait onze verteller zijn camera: weg van zee en massa om in te
zoomen op de ‘leerlingen’. Leerling, zoals Matteüs zelf dat was,
gegrepen en gedreven door deze Jezus die God nabij bracht.
Leerlingen die gezien en gehoord hebben dat er een God van leven is
die niet de dood wil, niet het niets in wat voor gedaante dan ook.
Leerlingen die zich hebben laten meenemen in dit avontuur van God
met mensen: niet de weg van ik alleen, van als ik maar…
Bemoediging voor deze ongewone weg, geen weg van moeten maar van
eenvoud en waarachtigheid. Ja dat wordt ons aangeboden vandaag: Gods
woord keert niet leeg en onvervuld naar Hem terug, maar… als ik het
niet opneem, gaat het aan mij voorbij.
Bemoediging om dat soms zo saaie leven, het niet zien te doorstaan
en dat met elkaar gezicht te geven. De geheimen van God, van de God
van Jezus, leren kennen is niet iets dat als bezit kan gelden maar
als relatie: verbondenheid in wederzijdse trouw.
Bemoediging om in niet weten toch te “kennen” en het woord van het
Rijk goede en schone grond te geven want dit woord maakt ons tot
rijke mensen. Daarom laten we ons weer nodigen aan zijn tafel om te
eten en te drinken tot zijn gedachtenis en zijn Geest te ontvangen.
Zijn
Geest die het gezaaide woord tot vruchtbaarheid brengt, aan ons te
taak het niet te laten verdrogen of verstikken.
Bedankt Matteüs voor wat je ons over tijd en omstandigheden heen,
meegeeft.
|