|
|
Preken: Matteüs
13, 1 - 23
Door Koos van Etten, gehouden op 10 juli 2005
Het woord horen en in ons leven vrucht laten dragen
In dit weekend vieren we op een eenvoudige manier
het 38-jarig bestaan van de gemeenschap: dat God zich altijd heeft
laten zien daar waar liefde is. Vanuit dit gegeven wil ik luisteren
naar de lezingen. Daarin klinkt de oproep: Wie oren heeft, moet
horen. Het is de oproep van Jezus na zijn gelijkenis van het
zaad. De vraag is echter: hoe kunnen we luisteren? Na de uitleg die
Jezus op het eind geeft, kunnen we ons afvragen of wij wel goede
grond zijn, want dan pas is ons leven vruchtbaar. Hebben we zojuist
zitten luisteren met een half oor, oppervlakkig? Of zijn onze
gedachten afgedwaald naar de zorgen die ons bezig houden? Of waren
we heel open en ontvankelijk, vruchtbare grond? Ik denk dat deze
manier van luisteren niet de beste is, want dan zijn we in feite nog
met onszelf bezig, met onze tekorten of mislukkingen, of misschien
met al onze goede bedoelingen. Maar volgens mij trekt Jezus ons
vandaag binnen in een ander geheim.
Ik zou met de leerlingen willen vragen aan Jezus:
waarom spreek je in gelijkenissen? Waarom gebruik je zo’n
versluierende taal? Hij geeft dan als antwoord: Aan jullie is het
gegeven de geheimen van het koninkrijk te kennen, maar aan hen niet.
Er is dus een duidelijk verschil tussen de toehoorders: de ene
groep wordt door zijn woord diep geraakt en de andere begrijpt
totaal niet waar het om gaat. Waar ligt dat aan? Ik weet het niet;
het blijft een geheim van het groeiende koninkrijk van God. Ik weet
wel dat mensen die hier bij ons binnenkomen, soms onmiddellijk
geraakt worden door wat wij vieren of door ons leven, en bij anderen
gaat het gewoon langs hen heen; bij hen gebeurt niets.
Moeten we nu concluderen dat die tweede groep al bij voorbaat door
God veroordeeld wordt, omdat zij niet willen luisteren? Ik denk het
niet, want de boodschap van het evangelie is altijd heel ruim,
bedoeld voor iedereen die maar wil horen. Jezus is als een zaaier
die overvloedig zaait, zijn liefde is grenzeloos, bedoeld voor wie
dan ook. Maar de feitelijke situatie is zo, dat er maar een kleine
groep ontvankelijk is voor zijn woord, zich laat raken door de
liefde van God, en er zich voor wil inzetten. Kijk maar om ons heen:
we zijn maar een kleine groep binnen onze maatschappij en velen
hebben aan het evangelie geen boodschap.
Het zou ons kunnen ontmoedigen. En toch is Jezus
niet ontmoedigd en spreekt hij ook zijn leerlingen aan: laat je niet
ontmoedigen, integendeel, hij feliciteert ze. Gelukkig jullie,
omdat jullie ogen zien en jullie oren horen. Ik betrek deze
woorden op onszelf: wat hebben wij niet in de afgelopen 38 jaar
ontvangen aan genade? Denk maar aan de laatste maanden: met een
indrukwekkende uitvaart, een oecumenisch huwelijksfeest en een
drievoudig priesterjubileum. Op zo’n moment is er als het ware een
verdichting van ons als gemeenschap: op zo’n dagen kunnen we ervaren
wie we mogen zijn: een gezamenlijk gezicht van Gods liefde. Het is
‘zien soms even’. Daarnaast zijn er genoeg dagen en weken, waarop we
het leven stug vinden of waarop we ons niet gekend of verstaan
weten, of waarop we een eenzame weg moeten gaan. Maar dan kan
blijken of het woord in ons wortel geschoten heeft en diepgang heeft
gekregen. Kunnen we op zo’n dag tegen een stootje, tegen verdriet of
tegenslag? Dat kan, als we ervan overtuigd zijn dat er binnen in ons
een vuur brandt dat niet dooft, een liefde is voor Jezus achter wie
we aan willen gaan. Als dat zo is, dan zijn we gezamenlijk, als
gemeenschap de moeite waard in een tijd, waarin we in onze wereld
ook die totaal andere kant zien van haat en geweld tussen mensen.
Dan weten we ons ondanks alles toch bemoedigd. Dan kunnen we een
jaarprogramma versturen, met de uitnodiging: kom maar naar binnen,
de deur staat open. Dan hebben we misschien genoeg vragen en
twijfels en zijn er talloze tekorten, maar komt de nadruk niet
zozeer op onszelf te liggen, maar eerder op de lof aan God, op zijn
aanwezigheid, al 38 jaar lang.
|