|
Preken: Matteüs
11, 25 - 30
Door Tineke Renkema, gehouden op 3 juli 2005
Voor wijzen en verstandigen verborgen, maar aan eenvoudige mensen
onthuld
Het gedeelte uit het Mattheus-evangelie, dat we
net hebben gelezen, waar Jezus God looft, kan niet goed begrepen
worden zonder de context waarin het staat. Ik wil daar eerst iets
over zeggen om daarna op de tekst, zoals wij die hoorden, in te
gaan.
Het
hoofdstuk begint met Johannes, die in de gevangenis zit en zijn
leerlingen aan Jezus laat vragen: “Bent u diegene die komen zou of
moeten wij een ander verwachten?” De vraag van iemand die de
gevolgen ondervindt van het aan de kaak stellen van onrecht en
onzuiverheid? Speelt bij Johannes de vraag of er sprake is van een
mislukking? Vraagt hij zich af hoe het toch kan, dat de oproep tot
omkeer niet wordt verstaan?
Als Jezus op deze vraag van Johannes reageert,
wijst hij op de blinden die weer kunnen zien, de lammen die weer
kunnen lopen. Daaropvolgend klinkt er uit zijn mond een ernstig
verwijt aan al die plaatsen waar deze wonderen zijn verricht en waar
zijn boodschap toch geen gehoor vindt. “Ik zeg je, Kafarnaum, dat op
de dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan
dat van jou”, horen we Jezus zeggen. Dit is harde taal en het staat
vlak voor het tekstgedeelte dat we zojuist lazen.
Jezus
lijkt pijnlijk getroffen. Hij lijkt te worstelen met de vraag hoe
dat toch kan dat mensen zich zo afsluiten voor wat zichtbaar wordt
van het Koninkrijk van God.
Hoe
kan het dat mensen van wie je zou verwachten dat zij Hem zouden
erkennen, hem de rug toekeren?
Leven
wij niet met vergelijkbare vragen? Hoe kan het toch dat er zoveel
onverschilligheid lijkt te zijn? Hoe kan het toch dat mensen zich zo
verzetten, zo ieder voor zich, zo weinig verbonden leven?
Laten
we luisteren wat de evangelietekst ons vandaag hierover zegt.
Tot
mijn verbazing hoor ik Jezus, want het lijkt er haaks op te staan,
onmiddellijk nadat hij deze harde woorden heeft gesproken bidden:
“Ik loof u, Vader, Heer, van hemel en aarde, omdat u deze dingen
voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan
eenvoudige mensen hebt onthuld.”
Het lijkt erop, alsof Jezus stil wordt met deze
pijnlijke vragen, met deze hardheid, en er zo biddend een inzicht
doorbreekt. De vreugde van dit inzicht, de dankbaarheid ervoor, het
is anders dan je misschien zou denken: God, die zich in die
mens die eenvoudig is, openbaart, en die verborgen blijft voor
wijzen en verstandigen! Ja, Vader zo hebt u het gewild. God lof!
Maar wat wil dat dan zeggen: eenvoudig? In ieder
geval, dat mag duidelijk zijn, niet dom of onnozel. We moeten eerder
denken aan die zin uit het Magnificat over de eenvoudigen die God
tot aanzien brengt. Die eenvoudige mens is die mens die allereerst
leeft vanuit het besef het leven ontvangen te hebben,
gekregen leven. Om vanuit dat besef van afhankelijkheid
van God en van elkaar niet anders te kunnen dan ja te zeggen. Ooit
zei iemand volgens de Schriften: “Mij geschiedde naar uw woord.” Het
is risicovol en zonder garantie dat vertrouwen te geven.
De eenvoudigen in wie de dingen van God zich
openbaren in tegenstelling tot de wijzen en de verstandigen, d.w.z.
mensen die leven met de gedachte dat zij het leven kunnen maken,
mensen die pogen alles onder controle te brengen, alles te
beredeneren om zo greep te krijgen op zichzelf en op die ander. De
mens die het risico niet neemt zich toe te vertrouwen en zich
uiteindelijk afhankelijk te weten.
Jezus
zelf is een eenvoudige. Hij is zeer zelfbewust. Dat is bepaald niet
in tegenspraak met eenvoud. Hij is nederig, omdat Hij zich Zoon weet
van de Allerhoogste, zo machtig machteloos. Alles is mij
toevertrouwd door mijn Vader, zo horen we hem bidden. Hij weet zich
afhankelijk en geborgen.
Het
kenmerk van de eenvoudige: Niets is van mij, alles is van u, alles
is mij gegeven, toevertrouwd, niets vindt in mijzelf zijn oorsprong.
Heeft hij niet juist in die verhouding van Vader en Zoon, die
eenvoud, nederigheid en zachtmoedigheid geleerd? En geldt dat dan
niet ook voor ons, dat we het alleen in zo’n verhouding leren?
We
horen hem getuigen van deze relatie, van deze verhouding en we horen
dan ook de uitnodiging om ons daarin te begeven:
‘Kom
allen naar mij toe, die vermoeid en belast zijn.’
Vermoeid en belast? Waardoor, hoezo? Zijn het
wellicht die wijzen en verstandigen die uitgeteld zijn geraakt van
het leven louter en alleen naar eigen hand te willen zetten? Belast
door te hoge eisen die zij aan anderen, maar ook aan zichzelf
stellen, omdat zij het zélf willen maken en het zo moeilijk vinden
die ander nodig te hebben.
Ik
moet zeggen dat ik mij er wel in herken en wellicht u uzelf ook.
Het is het autonoom willen zijn, zonder
afhankelijkheid, zonder verbondenheid. Het is het gevecht tegen de
liefde. Het heeft van doen met die kant in ons leven die zich niet
toevertrouwen wil aan die A(a)nder. Echter hoe minder wij tot die
A(a)nder gaan, hoe meer eigenmachtig wij leven, hoe harder het juk
en hoe zwaarder de last. Zo raken wij vermoeid en overspannen: de
ziekte van onze tijd. En: God zal verborgen blijven.
En dan horen wij: Kom tot mij, dan zal ik jullie
rust geven. Leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig. De
rust die in je ziel neerdaalt als je vrij en verantwoordelijk je
afhankelijk durft te weten. De rust die neerdaalt als je beseft: Ik
kan mezelf niet bedanken, ik kan mezelf niet vergeven, ik kan mezelf
niet verlossen, alsdus Jan Willen Otten, gisteren in Trouw. God zij
geloofd, als dat inzicht doorbreekt
Het
grote verschil tussen de verstandige en de eenvoudige.
De
verstandige zegt: Ik heb God in mijn hart
De
eenvoudige zegt: Ik ben in het hart van God.
‘Leer
van mij’, zegt Jezus. De leerschool van de eenvoud.
Oefenen in eenvoud? Kan dat? Ik kan alleen met jullie delen hoe dat
voor mij gaat. Ik probeer te luisteren naar de Schrift en word zo
gevoelig om om te zien naar mensen die die eenvoud zichtbaar maken,
mensen die knielen en hun hoofd buigen, mensen die mij daarin
voorgaan. En zij zijn er, ook onder ons. En ik probeer ook die
momenten, hoe spaarzaam ook, dat ik zelf echt kniel en mijn hoofd
buig, te bewaren in mijn hart.
Laten
we van Hem en van elkaar de eenvoud leren en met elkaar aan tafel
gaan om in de goede verhouding te komen.
|