|
Preken: Matteüs
9, 35 - 10, 8
Door Hinnêni Peltenburg, gehouden op 12 juni 2005
Er
is een volk onderweg!
Met
vallen en opstaan, naderen de tochtgenoten de berg Sinaï.
Daar
zal de Enige zich bekend maken
als
de God die met zijn volk een verbond wil sluiten.
De
mensen die met Mozes meetrekken,
hebben al het een en ander meegemaakt:
zij
leden honger en dorst,
zij
vochten tegen de vijand die van buiten op hen afkwam,
en ook kwamen zij in hun éigen hart de vijand
tegen die twijfel zaaide;
twijfel aan Mozes en die God van hem met zijn opdracht.
Dit alles balt zich samen in die éne zwaarwegende
vraag:
“Is
de Enige in ons midden of niet?”
Tegenover die Berg, moeten wij iets onder ogen zien.
Je
kunt je niet meer op de vlakte houden.
Al de
woorden die in deze verzen gebruikt worden wijzen erop
dat
bij de berg van de Enige de dialoog kan worden hersteld;
dat
de Tien Woorden van God ontvangen kunnen worden en in daden omgezet.
Dat
doet Mozes: Mozes gaat omhoog, naar God toe!
Hij
gaat met de Enige in gesprek om voor zijn volk
het
beste dat God heeft aan te bieden, in ontvangst te nemen.
De
Enige zegt: “Ik heb mij toch laten zien; Ik heb jullie gedragen...”
Al
die loslopende mensen worden tot een volk
door
het verbond dat de Enige met hen aangaat.
Zij
worden Gods volk, een priesterlijk volk:
dat
betekent bijvoorbeeld voor de mensen
en alle volkeren ten beste spreken
bij de Enige.
Mattheüs schrijft vanuit ditzelfde verhaal van Exodus
over
Jezus en de situatie van zijn dagen:
de
mensen hebben geen herder, geen hoeder meer.
Zij
liggen terneer, kunnen niet meer opstaan;
zij
zijn gebroken en ziek.
Hoe
zijn zij er aan toe?
Waar
is de Enige, waar is zijn volk?
Jezus
leeft, zoals Mozes,
vanuit de belofte van het verbond,
en
met zijn zending van Godswege.
Jezus
ziet dat het Rijk van de Vader is als een rijpe oogst,
waar
dringend iets aan gedaan moet worden.
Jezus
is zo vol van het Rijk van de Vader,
dat
hij zeker weet dat dit door zal gaan en dat daaraan gewerkt moet
worden.
Hij
weet ook heel goed wat de mensen nodig hebben:
genezing, een gezonde geest, perspectief, zingeving en moed om te
kunnen leven.
Daarom roept en zendt hij zijn leerlingen, om te zijn zoals hij:
twaalf in getal, het herstel van het verdeelde volk van Israël,
zoals
eens bij Mozes in de woestijn verzameld
en
door de kracht van een verbond bijeengehouden.
In
Jezus’ situatie is dat een moedige daad, een gewaagde onderneming.
Die
leerlingen gaan niet op eigen kracht op weg,
maar
uit de kracht van hun leerling zijn van Jezus.
Zij
willen in Hem blijven en doorgeven
wat zij op hun beurt ontvangen
hebben.
Jezus
laat zien dat het stellen van de vraag naar Gods aanwezigheid
beantwoord kan en moet worden.
Dat
is de taak van een priesterlijk volk:
de
vraag naar God stellen en het antwoord durven zoeken.
Dat
is de taak van een volk dat van de Heer een bijzonder eigendom is:
voor
de mensen bij de Enige ten beste spreken;
de
Heer van de oogst bidden arbeiders te zenden voor de oogst en
zien
wat de mensen nodig hebben:
genezing, een gezonde geest,
perspectief, zingeving en moed om te kunnen leven
Iedereen wordt met zijn eigen naam genoemd,
iedereen moet persoonlijk antwoorden op de roeping om te gaan,
om
het verbond te herstellen en het volk van God op te bouwen.
Iedere gezondene moet haar of zijn eigen plaats innemen in het
verbondsvolk,
in de algemene kerk van Christus.
Ook
nu is de Enige nabij:
geef
door wat je hebt gekregen,
draag
het uit naar anderen,
ook
al zitten ik en de meesten van ons
hier
al dertig jaar of langer op hetzelfde krukje!
Dat
zal ons niet belemmeren
om
dynamisch te blijven in ons leven,
dat
zal ons er niet van weerhouden
om de
Tien Woorden van het verbond een plaats te geven in ons leven
en
ons te engageren in de geschiedenis waar wij maar kunnen.
|