Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 9, 9 - 13
Door Koos van Etten, gehouden op 1 juni 2005

 

Barmhartigheid wil ik en geen offer

 

Wat een prachtig stukje evangelie! Het begint met één enkele zin, waarin het hele levensverhaal van de evangelist Matteüs vervat ligt. Matteüs begint met te vertellen, – letterlijk vertaald – dat Jezus een mens zag zitten bij het tolkantoor die Matteüs genoemd wordt. Het initiatief gaat uit van Jezus. Hij is bewogen om deze mens en ziet hem zitten op het tolkantoor. Matteüs heette eigenlijk Levi en hoorde als Leviet thuis bij de tempel. Maar daar was hij van weggegaan en werd tollenaar, in dienst van een Romeins belastingkantoor, ergens aan de grens van Israël. Dat beroep werd niet gewaardeerd door de joden. Hij verdiende zijn geld wel, maar kwam aan de rand van de samenleving terecht, zijn leven was leeg geworden. Dat is ook de betekenis van de Griekse naam Matteüs: leegte. Zijn leven was leeg en doods geworden. Maar plotseling komt Jezus voorbij; die kijkt naar hem en ziet in hem een mens die de moeite waard is en roept hem: Volg Mij. Matteüs staat op, het is een echte opstanding en volgt Hem. Eén zinnetje, maar al een heel levensverhaal.

 

Dan gaat het verhaal verder. Er is een maaltijd in het huis, waar Jezus met zijn leerlingen verblijft. Daarbij zijn tollenaars en zondaars uitgenodigd: mensen die aan de rand van de maatschappij leven. De Farizeeën zien dat en maken bezwaar: ‘Waarom eet jullie Meester met tollenaars en zondaars?’ Ze zeggen eigenlijk: dat kan niet! Volgens hun principes kun je niet omgaan met deze mensen. Dat gaat in tegen de reinheidsvoorschriften, zeg maar: tegen de regels van de godsdienst.

Maar Jezus doorbreekt hun gedachten. Hij zegt: ‘Denk eens verder na en leer wat het wil zeggen: Barmhartigheid wil Ik liever dan offers. Dat is een woord uit de Schrift, een woord van God zelf: Barmhartigheid wil Ik en geen offers. De Farizeeën denken – zoals wij ook vaak denken –: bij echte godsdienst hoort dat je een offer brengt, dat je jezelf opoffert, dat je God gunstig stemt. Maar in die woorden van zojuist zegt God tegen ons: barmhartigheid wil Ik en geen offers. Barmhartigheid d.w.z. begaan zijn met je medemens, zoals Jezus deed met Matteüs. Hij zag in hem een echte mens die ernaar verlangt om gezien/gekend te worden. Hij haalt hem uit zijn isolement en geeft een nieuwe kans van leven! Barmhartigheid is méér dan medelijden hebben met iemand; het is begaan zijn met de ander, omdat hij of zij moeizaam leeft, geen perspectief ziet, op een dood spoor is terecht gekomen. Begaan zijn met de ander en hem of haar tot leven wekken, door jouw liefde, door jouw nabijheid. Jezus heeft die barmhartigheid gezicht gegeven. Daarvoor is Hij gekomen, zegt Hij: niet om recht vaardigen te roepen: mensen die menen rechtvaardig of sterk te zijn, maar Hij is gekomen om zondaars te roepen: mensen die vanuit hun ervaring weten dat zij tekort zijn, die arm van geest zijn of eenvoudig van hart. Hen geeft Hij een nieuwe kans om zo een volk op te bouwen.  

 

Hoe doen wij dat: barmhartig zijn? Soms hebben we daarbij een beeld en denk je bij jezelf: dat haal ik nooit! Bij onze voorbereiding zeiden we echter: als je zelf ooit meegemaakt hebt dat je barmhartigheid is bewezen, dan weet je ook wat je kunt doen, wat jouw unieke opdracht is. Het is blijven luisteren en doen. Ik herken me in ieder geval in het verhaal van Matteüs: mij is hier ooit barmhartigheid overkomen. Mensen hebben mij gezien en geroepen. Zij zijn mij voorgegaan in een levenswijze en ik heb hen gevolgd, op mijn eigen manier. Ik ken die ervaring. Dit verhaal zet mij aan om ook anderen barmhartigheid te bewijzen, op mijn wijze, zoals ik het versta in mijn leven, als deze mens. Daar zal ik wel tekort in zijn, want soms is onze liefde als ochtendnevel, snel vervlogen. Maar soms breekt het in mij door en weet ik: ja, dat moet ik doen! Ook tot opbouw van ons als volk, als gemeenschap. Mag dit ook de richting zijn voor ons: barmhartigheid wil Ik en geen offers.