|
|
Preken: Matteüs
9, 9 - 13
Door Jan Rooijakkers
Jezus gelooft in zijn leerling:
ontmoeting die beweging oproept.
We zijn hier bij elkaar in de hoop dat we door
deze ontmoeting met elkaar, met het woord van onze Heer weer opnieuw
geïnspireerd en gevoed worden. Vanuit dit verlangen naar vruchtbare
ontmoeting, wil ik met u naar het zojuist voorgelezen
evangelieverhaal kijken.
Jezus trekt
voorbij, hij roept een jonge man uit zijn vaste positie. Die jonge
man luistert en gaat mee; ja: hij volgt. Maar de volgende zin is:
Jezus is bij hém te gast!
Beweging tussen twee mensen, Jezus schept een kring om zich, hij
zoekt, kijkt, komt langs velen, en roept om mee te komen. Matteüs
reageert, neemt het woord als een persoonlijke ontmoeting, hij laat
deze man binnen. Ze komen elkaar echt tegen. Er gebeurt iets:
Matteüs gelooft, Jezus neemt zijn eigen woord serieus, ze geloven in
elkaar. Leven en toekomst van beiden veranderen.
Dan gebeurt er
iets onverwachts: er staat dat Matteüs Hem volgt, maar omgekeerd
volgt Jezus deze man, gaat zijn huis, zijn leefwereld, zijn
vriendenkring binnen. Dit laat iets vermoeden van de houding van
Jezus: hij accepteert hem, zoals hij is, Jezus heeft geen afwijzing
in zich, maar juist een soort van toewending, van: ja, juist jou
zoek ik, vraag ik. Ik vraag je als volgeling, maar ik wil tegelijk e
gast zijn, jij mijn gastheer.
En dan in zijn reactie op de kritiek van de
omstanders over zondaars, zie je weer: ik kijk niet naar hem als een
zondaar die zich moet bekeren, maar naar een zieke of gewonde die
heling nodig heeft.
Ik zie daarin een heel verschillende houding:
Jezus wil niet veroordelen, het gelijk aan eigen kant plaatsen. Hij
zegt: hier moeten we helen, samen iets aan doen. Een woord op de
basis van respect, gelijkwaardigheid in zekere zin. Hij ontkent niet
dat hij hier iets moet, dat Hij het is die roept, dat Matteüs heling
nodig heeft, maar zonder oordeel. Dat ligt ook in die lijn: zijn
gast willen zijn, bij elkaar thuis durven komen. We weten hoe Jezus
op het eind van zijn leven dan zegt, ook tot deze Matteüs: vrienden
noem ik jullie nu. Dat is de richting.
Dit respect in de
ontmoetingen die we van Jezus beschreven zien! Daar word ik stil
van. Hierin komen we zijn manier van liefhebben tegen. Hij laat
zien: Ik ben eerder iemand – en dan citeert Hij de tekst van Hosea,
die we in de eerste lezing hoorden – ik ben eerder iemand die
barmhartigheid en liefde waardeer en realiseer, dan dat iemand
offers brengt, zijn kleinheid en zijn afhankelijkheid moet
documenteren. Dat maakt blij en bemoedigt om Hem tegen te komen.
Mag de warme plek in mij voor Hem, deze Jezus, die warme plek in
U ,voor deze zelfde Jezus elkaar raken. Dat hoop ik. Dat is dan
ook een ontmoeting tussen ons. Zoiets gebeurde er tussen die
twee mannen toen. En daardoor kwam beweging, kwam een nieuw
gelovig samenleven op gang.
|