Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 5, 13 - 16
Door Jan Rooijakkers, gehouden op 6 februari 2005

Jullie zijn het licht.

Wat Jezus ons vandaag te zeggen heeft is bijna te vertrouwd om er nog door verrast te worden:
“Jullie zijn het licht; laat het schijnen voor iedereen”
Graag zou ik met jullie vandaag die boodschap opnieuw als kracht en bron van inspiratie willen laten oplichten.

  1. “Jullie zijn het licht”. Jij, jij, ik. Je moet niet van duistere mens tot licht worden, er wordt niet gevraagd om beter of meer licht te worden: neen, jullie zijn het. Zo dat is in mijn bewustzijn, maar het is niet vanzelfsprekend. Ik ben vaak de lamp aan het repareren, aan het oppoetsen, wil helderder voor de dag komen.
     
  2. ‘Je bent het licht’, dat komt dicht bij het woord dat Nada zo vaak gebruikte: ‘Je bent goed zoals je bent. Houd nou maar op met dat verbeteren, perfectioneren en oppoetsen, en durf maar te zijn wat je bent. Dat is prima’.
     
  3. In het evangelie staat “Jullie zijn het licht” parallel aan “Jullie zijn het zout” en het rijmt volgens de liturgie op Jesaja’s woord: “Keer je niet af van je medemens, dan zal je lichtend stralen  als de dageraad”.

Wat wil Jezus ons duidelijk maken? Dat zout naast het licht maakt iets duidelijk: het gaat niet om “Wees een groot licht; wees een ster”, want zout maakt zich onzichtbaar, het gaat op in de soep of het brood en het verstrooit zich en juist dan werkt het. Tentoongesteld in een grote pot deugt het nergens voor.

En dat woord van Jesaja roept ook op: je moet je juist naar buiten keren, naar de ander, contact maken, niet naar binnen gekeerd staan terwijl je je oppoetst als een Star, een voetbalster, filmster etc., die zichzelf in het licht, in de schijnwerpers zet. Nee, je moet je juist je naar buiten keren, dat zal je tot stralen brengen. Het gaat erom dat de Vader verheerlijkt wordt, dat God, mijn oorsprong, mijn schepper, tot zijn recht komt, zichtbaar wordt. Dat het Rijk Gods realiteit wordt, en niet ik tot koning, centrum, bron van licht word.

  1. Als ik dat concreet probeer te maken: deze week was ik bij het afscheid van Piet, we hebben hem begraven. Aan zijn graf stonden een paar jongemannen van zo’n 25 jaar te huilen. Dat heb ik nog nooit meegemaakt aan het graf van een oude pater. Dit was ‘hun’ pater Piet. Piet bracht  glans op ontelbare kindersnoetjes, creatieve ontspanning binnen het kader van het Voorhuis, en ten slotte ook tranen op jongemannengezichten; hij BRACHT iets. Hij was zoiets als licht, hij bracht glans op zijn omgeving. Het frame waarin het licht van Piet gevat was had weinig ordening of harmonie. Daar moest hij het niet van hebben. Nada zei eens tegen hem: “Piet, je bent een parel, maar ik zoek de setting om hem te laten schitteren”. Die setting waren ‘de anderen’, de kinderen, de ontvankelijken. Zijn ‘zelfpolijsting’ gaf hij min of meer op, maar wat hij van binnen was, werd voelbaar.
     
  2. Je bent licht, onze wereld snakt naar licht, naar zicht, naar warmte. Daarom is ieder zo hard nodig. Het moeilijke is inderdaad dat er net dat klikje nodig is, dat we het moeten laten gebeuren ondanks onszelf. Niet het jezelf poneren is het, maar je diepe overtuiging, je hart laten zien. Zoiets moet het zijn met dat licht van de wereld, dat zout van de aarde. Heb liefde en respect voor het licht in jou, de mooie kern, de vaak kreukelig verpakte liefde en adel van je hart, daar moet het rijk Gods het van hebben – en durf soms wat meer vertrouwen en geloven, want als ik om me heen kijk, ook jullie aankijk, dan zie je dat veel mensen andere dingen uitstralen, als ze zelf weten….een parel die in en akker verborgen ligt…verkoop wat je hebt en hij kan vrij komen…
     
  3. Je bent niet heer van je eigen vruchtbaarheid. Wel: verantwoordelijk voor een schat verborgen in de akker van ons diepste wezen.