Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 4, 12 - 23

Door Tineke Renkema, gehouden op 27 januari 2008

 

Geroepen en bestemd!

 

De evangelist Matteüs vertelt ons over het begin van het optreden van Jezus. Als we ernaar luisteren, kan dat diepe aanspraak maken op ons leven, omdat de roep die klinkt ingaat tegen alle gezapigheid, berusting en stilstand.

Jezus een bij uitstek geroepen mens, geheel en al aangeraakt door God. Een roeping, beproefd in de woestijn. Daar wordt Jezus drie maal een aanbod gedaan om zijn leven zélf te maken, zélf in handen te nemen, juist op het moment van grote honger, grote onbestemdheid. Drie maal een aanbod, waarin geen plaats is voor de ander, louter het ego wordt gediend. Driemaal klinkt er een nee uit zijn mond. Uit het driemaal nee, vlamt het ja op, uitgezuiverd, beproefd: Zichtbaar maken van Gods liefde.

 

Zó komt hij uit de woestijn om te horen dat Johannes gevangen genomen is. Johannes tegen wie hij zei: Mag het zo zijn dat wij samen de gerechtigheid vervullen. En juist vanwege het doen van deze gerechtigheid is Johannes nu gevangen gezet.

Met dit voor ogen wijkt Jezus uit. Hij wijkt uit, maar hij wijkt niet voor zijn opdracht. Hij laat zich door niets en niemand meer weerhouden, deze geroepen, uitgezuiverde mens. De plaats waar hij staat is werkelijk heilige grond. Hij begint met Johannes op te nemen: Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij.

Begin van roeping, wellicht elke roeping: Diegene die roept opnemen en het dan verder brengen.

 

Hij wijkt uit naar Galilea, ver weg van Jeruzalem, waar mensen wonen: welgesteld, gevestigd, waar niet wordt gehongerd, waar het verlangen niet of niet meer open is, gekenmerkt door zelfgenoegzaamheid. Het woord zegt het al: mensen zichzelf genoeg: Daar is geen vruchtbare grond voor de aanspraken van God, voor de roep van Jezus.

Jezus wijkt uit naar Galilea, een streek waar op neer wordt gekeken, smeltkroes van verschillende volken, een donker gebied. Zo’n achterstandswijk dus met allerlei verschillende culturen, waar onveiligheid, armoede en een hoge criminaliteit heerst.

Jesaja had eertijds een visioen over dit land en zijn bewoners: Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Woorden van hoop van een profeet, die durft te verlangen, die durft te zien wat niet is. Zo belangrijk ook voor ons om te durven zien wat niet is!

De evangelist Matteus ziet deze woorden in vervulling gaan. Hij verbindt die woorden van de profeet met de persoon van Jezus en wijst Hem aan als dat schitterende licht dat doorbreekt, onstuitbaar: Het koninkrijk van de hemel is in Hem. De profetie is vervuld. Een groot gelovige die Matteus.

 

In dit duistere, donkere land klinkt de stem van Jezus. De geroepene roept. Hij breekt in in het leven van vier mensen, die gewoon bezig zijn met hun dagelijks werk: Vissen. Hij breekt in in hun bestaan: Ik zal jullie vissers van mensen maken. Ik zal jullie maken.

 

Wat gebeurt hier?

Jezus spreekt twee aan twee deze broers aan op wat zij al zíjn én tegelijkertijd op wat zij zouden kunnen worden, als zij vol willen leven, als zij tot hun bestemming willen komen.

Het visser zijn hebben ze zélf gekozen, het is hun identiteit, hun levensonderhoud. Zo hebben ze hun leven zélf zin gegeven, zo hebben ze het zélf in handen genomen. En dat is nodig. Maar dat is niet hun bestemd zijn.

Pas als zij ingaan op de roep van Jezus ontvángen zij zin en vinden zij hun bestemming door zich te laten kiezen, zich te laten ‘maken’ door zich aan Hem over te geven. Het is nogal wat je leven te laten vormen, je leven zo uit handen te geven. Wie durft het aan?

Ingaan op zo’n roep vraagt dan ook achterlaten. Zij lieten hun netten achter, d.w.z. hun zekerheid, hun zélfbepaling Zij lieten hun vader achter: hun geborgenheid en veiligheid. Zonder dit achterlaten, dit loslaten, gaat het dus niet, als je wilt worden zoals je bedoeld bent, als je vol wilt leven. En op dit verlangen naar vól leven worden ze aangesproken: vissers van mensen. Zo’n roep haalt ons uit ons gezapig, voortkabbelend bestaan.

 

Het heeft me enorm beziggehouden: Hoe komt een mens tot zijn bestemming, tot vol leven of liever: Hoe wordt een mens tot zijn bestemming gebracht?

 

Allereerst: welgesteld, zelfgenoegzaam is een uiterst onvruchtbare grond voor de aanspraken, de roep van God, van de ander. U en ik we lopen, zoals we hier leven wat dat betreft grote risico’s, om in te slapen.

Natuurlijk: Je moet je leven vorm geven en zorg dragen voor je bestaan, je bent zelf verantwoordelijk,‘visser’ zijn, maar wil je bezield, bestemd leven dan vraagt dat tegelijkertijd het verlangen gaande houden naar een vol leven, visser van mensen, een ander dimensie in je bestaan.

Stilte, afdalen en luisteren zijn daarvoor voorwaarden, want zo word je ontvankelijk voor de roep die ooit ergens inbreekt, altijd. Altijd wordt een mens door iets of iemand staande gehouden.

Dat vraagt onderscheiding, want er klinken veel stemmen, steeds meer stemmen. Dat is eigen aan onze tijd. Er is zoveel te kiezen.

Hoe weet je waar je geroepen wordt? Het zal altijd een stem zijn die én vraagt aan je te doen wat bij je hoort, én tegelijkertijd vraagt te doen wat nodig is, waar ook. Waar dit niet tegelijkertijd aan de orde is, én iets wat bij je past én iets wat nodig is, daar wordt vol, bestemd leven, ik zeg het maar zo vierkant, onmogelijk. We moeten nee leren zeggen tegen een roep die alleen het ik dient. We moeten nee leren zeggen tegen een stem die alleen beroep doet op wat nodig is. Uit dit nee zal het ja ooit opspringen. Zo zullen we langzaam maar zeker uitgezuiverd worden. En daar kunnen heel wat jaren over heen gaan.

 

Als er iets of iemand zo in ons leven inbreekt, is dat ook daaraan te herkennen dat het weerklank in ons vindt, zo herkende ik het tenminste in mijzelf, in de vorm van angst, vrees, vreugde en vrede. Angst om me te laten ‘maken’, mezelf zo over te geven aan iemand die roept, God die zo roept, om dat te vertrouwen. Vrees omdat het dagelijks werk zo geheiligd wordt, heilige grond wordt. Diepe vreugde en innerlijke vrede omwille van de zin en betekenis, die je ontvangt.

En als we ons dan zo laten roepen, zullen wij gemaakt worden tot ‘vissers van mensen’ en van het licht van Hem, die ons roept, zal ook iets op ons afstralen: bestemd, bezield leven.

Laten we met elkaar aan tafel gaan om zo te ontvangen wie we zijn, om te worden wat we ontvangen. Uit dankbaarheid vieren!