Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 17, 1 - 9

Door Nel van Cuijk, gehouden op 17 februari 2008

 

Zien wie Jezus is

 

Vorige week hoorde we van Matteüs hoe Jezus alle verleiding om macht, aanzien, rijkdom weerstond door zich te beroepen op wat geschreven staat. Deze tweede zondag staat in het teken van zien wíe Jezus is.

 

En Matteüs vertelt het verhaal vanuit het oogpunt van wat de leerlingen meemaken. Drie van hen worden door Jezus meegenomen een hoge berg op.

Afgelopen zondag hoorden we hoe Jezus door satan meegenomen werd een hoge berg op, vandaag neemt Jezus zijn leerlingen mee. En aan het eind van het verhaal van Matteüs horen we nog eens over een hoge berg: waar Jezus zijn leerlingen als de verrezene tegemoet komt en op dat moment kan Jezus zeggen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”.

De berg is de plaats van de Godsopenbaring, de plaats waar je nieuw perspectief krijgt, de plaats waar hemel en aarde elkaar naderen. Op die plaats zijn Jezus en zijn drie intiemste leerlingen nu. En de leerlingen zien, zo schrijft Matteüs, hoe Jezus een nieuwe gedaante krijgt, een metamorfose staat er in het Grieks. Ze zien Jezus anders worden, ze zien iets van de buitenkant, stralend, lichtend, ze zien iets wat ze tot nu toe nog nooit gezien hadden. Het is niet alleen een uiterlijke verandering, het is een zien en een leren kennen van Jezus zoals ze hem daarvoor niet kenden. Maar wel zoals ze hem ooit zullen zien, later na de kruisdood.

En zie, staat er dan, ze krijgen Mozes en Elia te zien, die zijn met Jezus in gesprek. Het kan ook niet anders. Jezus is, opnieuw volgens Matteüs, gekomen om wet en profeten te vervolmaken. Drie hoofdstukken lang, in de bergrede, laat Matteüs Jezus de thora uitleggen, actualiseren, radicaliseren, vervolmaken. ´Jullie hebben gehoord dat er geschreven staat, maar ik zeg jullie´. Jezus wordt, is in de ogen van Matteüs de vervulling van alles wat er in de boeken van Mozes en in de profeten staat. Tot nu toe hadden ze dat gehoord maar nu zien ze het, ze zien Jezus in gesprek met Mozes en Elia. En ze krijgen door dit zien, inzicht en doorzicht, doorzicht op die schitterende geschiedenis van God met mensen. Die God van Mozes en Elia, die mensen laat stralen en tot lichtend voorbeeld laat worden. Ooit was dat Mozes toen hij met de thora de berg afkwam, vandaag is het Jezus in gesprek met Mozes.

Dat zien leidt tot een reactie van Petrus: “Hoe goed is het dat wij hier zijn. Laten we hier blijven, ik zal drie tenten maken”. Hoe begrijpelijk, deze reactie. Wie van ons wil dat niet, je beste momenten vast houden, je mooiste ervaringen in een doosje doen er een tent omheen bouwen om ze te bewaren.

En zie, gaat het verhaal verder, een lichtende wolk, en zie vanuit de wolk een stem, deze goddelijke stem wordt hun te machtig. Ze vallen plat ter aarde en zijn zeer bevreesd.

Tot nu toe kenden ze Jezus als leraar en wonderdoener en hoewel Petrus al gezegd heeft dat Jezus voor hem de zoon van God is, wordt dat a.h.w. nu door God bevestigd. Gods stem, is de herhaling van de stem bij de doop, mijn welbeminde, met nu de toevoeging ‘luister naar hem’.

De stem is voor de leerlingen, Jezus hoeft dat niet meer te horen. Hij kent de weg, hij weet wat hem te wachten staat. Hij heeft het verteld aan zijn leerlingen, ij heeft hun gesproken over de weg die voor hem ligt, een weg van lijden die eindigt aan het kruis.

De leerlingen begrepen er niets van en Petrus heeft namens hen het woord gevoerd. “Dat mag niet gebeuren Heer”. En de leerlingen zijn terecht gewezen.

En nu na deze intense, bemoedigende ervaring waarin ze gezien hebben hoe en wie Jezus uiteindelijk voor hen zal zijn, een stralend lichtend mens, een voorganger die door de dood heen met hen zal blijven, nu dalen ze af, de weg moet nog gegaan worden. ‘Spreek er niet over’, zegt Jezus, ‘bewaar dit inzicht en doorzicht niet in een tent niet in een doosje maar als een levende herinnering in je hart’.

 

En dan nog even naar Abram. Hij krijgt de opdracht van God om te gaan, weg te trekken, al het vertrouwde achter te laten en op weg te gaan met niets in handen, enkel een belofte. Gaan, naar je zelf toe, maar ook ga de ruimte in, de ruimte waar je anders naar God leert kijken. Waar je uitgedaagd wordt om Gods partner te worden.

Betekent dat niet dat we in de tijd die ons nog rest naar Pasen toe, van Hem uit anders leren kijken naar elkaar?