|
|
Preken: Matteüs
17, 1 - 9
Door Tineke RenkemaEn dan klinkt er een stem
De spanning neemt toe, zoals blijkt uit het voorafgaande, waar
Jezus zijn leerlingen vertelt dat hij naar Jeruzalem moet gaan, veel
zal lijden en gedood zal worden. Vanuit deze spanning gaat Jezus met
zijn vertrouwelingen de berg op. De berg als plaats waar hemel en
aarde elkaar kunnen raken, een plaats van mogelijke verbinding,
verbondenheid met God. De berg: Een plaats waar je uitstijgt boven
het tweedimensionale vlak van lengte en breedte. Jezus verlaat de
vlakte en gaat naar de hoogte, een hoger gelegen punt, waar het
zicht ruim is, waar de blik helder kan worden. Ook een eenzame
plaats: Eenzaamheid: wellicht een mogelijkheid om meer tot je ware
zelf te komen, meer open, ontvankelijk voor aanraking, een
mogelijkheid tot een innerlijke gedaanteverandering, waarbij alles
aan het licht komt, alles straalt.
Het is daar, op die berg dat Jezus
zichzelf ziet, staande in de lijn van Mozes en Elia, de twee groten
van het Oude Testament, die beiden ook op een berg een Godservaring
hadden. Spreken met Mozes betekent luisteren naar een man, die in
zichzelf de roep van God hoorde om zijn volk te bevrijden uit het
lijden, de slavernij. Mozes die God kon ervaren als iemand, die
afdaalt en naar zijn volk omziet. In de lijn van Mozes staan, is
zien: Er is een mogelijkheid tot bevrijding, er is een weg naar de
vrijheid. Wij mensen hoeven geen slaaf te blijven van wat dan ook.
En dan is er Elia. De strijd tegen de afgoderij kenmerkt deze
profeet. Alles waardoor een mens bezet, bezeten wordt, alles
waardoor we gesloten, afgesloten leven, alles wat ons belemmert om
lief te hebben. Afgoden, die ons verkeerde offers vragen, zodat we
rancuneus worden. De strijd tegen de afgoderij is roepen om de
innerlijke vrijheid van de mens, liefde die beschikbaar komt. Ook
deze stem hoort Jezus. Spreken met Mozes en Elia, een moment waarop
volkomen helder wordt, waar Jezus vandaan komt, op welke grond Hij
staat en waar hij naar toe gaat, een moment van grote hoogte, grote
helderheid, een moment van groot geluk, een geluk dat uitstraalt.
Een geluk dat je zou willen vasthouden. Dat is wat Petrus dan ook
zegt.
En dan klinkt er een stem: Deze is
mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb, luistert naar
Hem. Hier wordt voortgezet wat bij de doop in de Jordaan begon, een
woord van absolute liefde, erkenning en aanvaarding. Een woord wat
Jezus in kracht stelt ten overstaan van getuigen. Een ervaring die
Jezus de kracht geeft om zijn weg te vervolgen. Ze moeten immers
weer terug naar het dal. Een ervaring van Godsnabijheid, zo
onmisbaar om het kwaad te weerstaan, lijden te verdragen, in
godverlatenheid trouw te blijven. Een weg waarvan we weten, dat Hij
die is gegaan.
Wat betekent dat alles nu voor ons? Wat betekent het als wij
zeggen, met hoeveel schroom ook, dat we willen proberen met Hem te
gaan. Allereerst: Om met Jezus te gaan, hebben we het nodig een berg
te bestijgen, naar een eenzame plaats te gaan. Een plaat waar we
iets kunnen ervaren van een verbinding, een verbondenheid met God.
Een plaats, waar we even afstand kunnen nemen van het alledaagse,
het tweedimensionale en ervaren dat wij mensen bestemd zijn voor de
derde dimensie, voor de hoogte en de diepte en dat God daar is, er
is.
Is het niet zo, in ieder geval is het in mij zo, dat wij uitdrukking
willen geven aan dit verlangen door te proberen hier in deze
gemeenschap iets van zo'n plaats met elkaar te willen vormen. Een
plaats, een gemeenschap, een kerk waar het mogelijk is met Jezus te
spreken, met mensen die ons zijn voorgegaan in geloof, zoals Jezus
met Mozes en Elia sprak. Spreken met Jezus is, zijn bezieling
ervaren, een ogenblik ervaren waar we vandaan komen, waartoe we
bestemd zijn, openstaan voor het geloven in de mogelijkheid te
bevrijden, lief te hebben, met mededogen te leven. Er bestaan zulke
ogenblikken, hoogtepunten, momenten van zien soms even, waarin we
een stem horen: Jij bent mijn geliefde kind. Wij hebben zulke
momenten nodig, we hebben zo'n stem uit de hemel nodig om op deze
aarde te kunnen leven, in het dal, om de weg te kunnen gaan, die Hij
ons is voorgegaan. Trouw, die een brug vormt tussen deze ogenblikken
van zien soms even. We hebben het nodig in kracht te worden gesteld.
Dit is ook de oproep aan ons, zoals ik het uit dit verhaal heb
gehoord: Willen wij met elkaar zo'n plaats vormen, waar we iets
kunnen ervaren van God en zijn verbondenheid met ons, een plaats als
een berg, waarin wij kunnen luisteren naar Jezus in zijn
verbondenheid met de Vader, dan komt het erop aan, wegen te zoeken,
waarin wij elkaar in kracht stellen vanuit het geloof in een stem
die klinkt. Zijn we dat niet al te zeer kwijtgeraakt? In kracht
stellen: Het is hier makkelijker gezegd dan straks kan worden
gedaan. Dat realiseer ik me heel goed. Er zitten allerlei haken en
ogen aan, zoals: -Durven we wel te ontvangen, toe te laten, dat we
goed zijn, zoals we zijn. -Willen we wel zo in kracht gesteld
worden, wanneer we daarmee het beeld moeten loslaten van wat we
zouden willen zijn? -Hebben we wel zo'n helder, vaak eenvoudiger,
zicht op onszelf, op de ander? Een heel program, maar het is te
doen, want het is ons voorgedaan. Het is ook een onmisbare ervaring.
Onmisbaar, de enige manier om het kwaad te weerstaan, de weg te gaan
met Hem, trouw te zijn, levend veelal in de lengte en de breedte,
maar bestemd voor de hoogte en de diepte.
|