Preken: Matteüs
4, 1 - 11
Door
Jan Rooijakkers, gehouden op 10
februari 2008
Gods visioen is je weg naar Pasen
Liturgisch wordt het begin van de
veertigdagentijd gemarkeerd door het begin van de schepping te
beluisteren en door het begin van het openbare leven van Jezus mee
te beleven.
Twee poorten om de weg naar Pasen
in te slaan. In onze gemeenschap hebben we als thema voor de weg
naar Pasen: laat ons met Jezus meetrekken, die vurig bidt dat wij
Gods visioen niet opgeven.
Het visioen waaruit God schept. Wat is dat? De
oorsprong van alle zijn en leven is Gods droom van een wereld
waarvan Hij ziet “dat het goed is”! Hij blaast adem in onze neus,
riskeert ons in de droomtuin van Eden te plaatsen, als beheerder van
Zíjn schepping. Dat visioen: een paradijs waarin ook God zijn plaats
heeft midden in de tuin, de mens en de heer van de schepping samen:
een echt samenspel. Dat was Gods visioen. De mens
bezwijkt voor de verleiding het zelf te willen zijn, die ene boom –
toch net te veel voor zijn ego! Hij bezwijkt, hem gaan de ogen open
en hij schaamt zich!
De mens blijft zoeken, pogen en proberen, met
vallen en opstaan gaat de geschiedenis door: profeten en koningen
verwoorden en zoeken. Visioenen van profeten zorgen ervoor dat het
visioen van God niet verdwijnt, maar door schade en schande toch te
boek gesteld wordt. Zo groeide de oerjoodse rabbijnse wijsheid: “sjema
Israël”, luister, luister, luister, anders kom je tot afgoderij!
Jezus komt, hij gaat opnieuw staan
in het oorspronkelijke visioen van de Schepper.
Het begint bij Johannes de Doper .
Jezus wil door Johannes gedoopt worden. Daar begint de eerste
bekoring: Johannes zegt: neen jij moet mij dopen. Jezus weerstond
Johannes, die vond dat Jezus groter was dan hij en die hem wilde
tegenhouden, en hij zei: ‘Nee, doop mij! Zo is het vastgesteld!’ Dat
is de goede verhouding. En Johannes liet Hem begaan! En zie, dan
gaat de hemel open en de Geest daalde neer over Hem. En toen dreef
de Geest Hem naar de woestijn, naar de zuiveringsruimte.
In de woestijn antwoordt hij op de beproevingen
van het eigen baas zijn, het allemaal wel aankunnen zonder God, drie
keer met: ‘Er staat geschreven!’ Zijn criterium van onderscheiding
legt Hij buiten zichzelf. Het is de joodse oerervaring “sjema
Israël”, luister volk, laat je God spreken wanneer je voor serieuze
keuzes staat. Drie keer zegt Hij: ‘Er staat geschreven!’ Niet míjn
aanvoelen, niet dat van de bekoorder is bepalend, maar centraal
staat: ‘Luister, de heer je God’. Hij weerstond de bekoorder, en
deze liet hem begaan.
Direct daarop kon Hij leerlingen
gaan roepen.
Zo staan wij vandaag hier, als zijn
leerlingen. Nu dragen wij de wereld, de tijd, de schepping en
luisteren wel of niet in respect voor de boom van kennis van goed en
kwaad. Wij zijn aan de beurt om mens van God te worden, of het af te
laten weten. Jezus ging de weg van de mens, niet de rijkdom, niet de
macht, niet de grootheid, maar de weg die op Hem afkwam. Hij wijkt
niet.
Veertig dagen tijd om te wijken of
niet, om in het visioen te blijven, of eruit geworpen te worden.
Jezus bidt daar vurig om.
|