Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 4, 1 - 11
Door Monique Lejeune, gehouden op 13 februari 2005

Veertigdagentijd

We zijn met elkaar weer de jaarlijkse veertigdagentijd ingegaan. Ieder jaar komt dat terug en ook nu vraagt het van ons opnieuw open ogen en een open hart om te zien en te horen, waar we in binnengebracht worden.
Zo verging het mij althans ook bij het lezen van het overbekende verhaal van de beproevingen van Jezus. En het heeft mij verrast, daar wil ik iets van vertellen.

Toen werd Jezus naar de woestijn gevoerd…
Er is dus blijkbaar van te voren iets gebeurd: de doop.
Jezus heeft zijn roeping ontvangen en moet nu beproefd worden, getest op zijn werkelijke ‘ja’.
Zal hij opgewassen zijn tegen de weerstanden, die de beproever hem voorspiegelt?
Het lijkt zo’n logisch opeenvolgend geheel, maar is dat wel zo en wat moeten wij er dan mee? Wij, die iedere dag weer moeten ploeteren om onze hoop op echt leven waar te maken, minstens in de verste verte te benaderen.

Matteüs, die terugziet op Jezus’ leven, verhaalt in deze veertig dagen heel Jezus’ leven. Doop en beproeving, roeping en het tegenkomen van de weerstanden ertegen is een levenslange strijd. Op diep doorvoelde wijze geeft Matteüs in een paar pennenstreken de uitdaging in het leven van Jezus weer op momenten, waarin het er echt om ging, erop of eronder. Het zijn de meest kwetsbare momenten in zijn leven.
- broodvermenigvuldiging
- Jeruzalem
- een heel hoge berg, koninkrijk.
En dan is er dat laatste moment van zijn dood, als alles verloren lijkt, om niet gedaan en door alles en iedereen in de steek gelaten.

Jezus doorstaat, wat we allemaal moeten doorstaan, want ook hij krijgt het leven niet cadeau, hij moet de tegenkrachten, waar die ook vandaan komen in de ogen zien en er een antwoord op geven. Gods roep bij de doop en zijn ja moeten opgebouwd worden, een leven lang.
De vraag is dan: wat wordt er naar ons, naar mij gezegd?
Is juist deze verdichtingstijd niet een periode om daar in stille aandacht naar te luisteren?
Hoe ga ik met de tegenkrachten in mijn leven om?
Hoe doorsta ik de crisis, als alles erop of eronder is?
Hoe kijk ik in de ogen van de ander, of luister ik naar het hart van de ander, als ze me groot willen maken, of als ik er eigenlijk niet toe doe?

Wie van ons kent niet die ogenblikken, dat het ik gekroond of verguisd wordt, of dat nu van buiten komt of in een mens zelf omhoog komt.
Niemand ontkomt eraan en dat is inherent aan het leven en het is dan ook alleen belangrijk hoe ik daarmee omga.
Zijn het mijn eigen beproevingen, die ik aanbid, of komen ze werkelijk voort uit het tegenover met Jezus, wat tegelijkertijd wil zeggen uit het tegenover met degenen met wie ik op weg ben, die mij in het leven gegeven zijn.
Het heeft mij intens verrast door de lezingen van vandaag voor deze vragen te komen staan. Niet omdat ik ze niet herken en nog nooit onder ogen heb moeten zien, maar juist omdat het de weg is die Jezus met ons heeft willen gaan en tot het einde toe heeft doorstaan.
En dat ik daar deel aan mag hebben om de roeping van mijzelf en van onze wereld een schoon en vrij perspectief te geven.
Veertig dagen om het leven te dienen, te beluisteren en om als een gave zo het ik in te binden….

Moge het ons gegeven worden.