|
|
Preken: Matteüs
3, 13 - 17
Door Koos van Etten, gehouden op 13 januari 2008
De doop van Jezus als een onderdompeling in het bestaan
Het
is vandaag de afsluiting van de kersttijd met nog een aspect van
openbaring. Tot nu toe hebben we verhalen gehoord over Jezus als
kind, door wie het licht van God naar ons uitstraalt. Nu wordt onze
aandacht gericht op de volwassen man, Jezus, die een doop ondergaat
door Johannes bij de Jordaan.
Het evangelie begint met de woorden: Toen kwam
Jezus. Hij komt op het toneel van de geschiedenis. Toen:
het gebeurt in de tijd. Dat is in de lijn van Johannes de Doper
zelf, want zo begint hoofdstuk 3 van het Matteüsevangelie: Toen
kwam Johannes de Doper…. Even verderop lezen we: Toen liepen
alle mensen uit Jeruzalem en Judea naar hem toe en lieten zich door
hem dopen in de Jordaan. Tussen al die mensen, staat dus ook
Jezus. De doop is een onderdompeling in het water, als een symbool
van de onderdompeling in het menselijk bestaan, waarbij de dopeling
zich afkeert van de zonden en een ander leven gaat leiden, voor God.
Zonde: niet zozeer op het privé-vlak, maar vooral op het hele
terrein van ons politieke, sociale en economische leven, dat tot
chaos en wanorde kan leiden. Afkeren van de zonde is je afkeren van
die chaos en wanorde en je invoegen in een leven, dat gericht is op
orde, harmonie en geluk.
Als Jezus naar Johannes toe komt om gedoopt te
worden, verzet Johannes zich en houdt hem met alle geweld tegen. Hij
zegt: Ik zou door jou gedoopt moeten worden en jij komt tot mij?
Waarom verzet Johannes zich? Hij had een ander beeld van de Messias.
Vlak tevoren had hij gezegd: Na mij komt iemand die sterker is
dan ik. Hij verwacht iemand die krachtiger is, die boven hem
staat en deze Messias komt nu naar hem toe om zich te vernederen en
af te dalen in het water van de Jordaan? Dat kan toch niet!
Bovendien verzet Johannes zich tegen de doop van Jezus, omdat dit
betekent dat Jezus dan met al die andere mensen solidair zou zijn.
Inderdaad, hij stelt zich niet boven, maar naast en tussen die
mensen, en zal hun last, hun ontrouw en schuld op zich nemen. Maar
dat kan toch niet. Zo heeft God het toch niet bedoeld? Jezus breekt
echter dat verzet en zegt op gebiedende toon: Laat mij toe tot
die doop. Laat mij mijn weg gaan, want dat is mijn roeping. Hij
voegt er nog aan toe: want zo behoren wij – jij en ik – de
gerechtigheid te vervullen. Jij moet jouw roeping volgen en ik
de mijne. Wij moeten ieder onze eigen weg gaan. Zo doen wij beide
gerechtigheid, zo komen wij in de juiste verhouding.
Het is prachtig om te zien, hoe die twee elkaar
tot hun roeping en bestemming brengen. Zo openbaart God zich in deze
geschiedenis. Er volgt dan ook: Toen liet Johannes hem begaan.
Hij geeft zich over en laat Jezus toe tot de doop.
Maar dan komt er een andere toon in het verhaal.
Niet meer ‘toen en toen’, maar twee keer ‘en zie’. Er
komt een andere dimensie aan het licht. We worden uitgenodigd mee te
kijken met wat er zich in Johannes afspeelt. Want Matteüs schrijft
zijn evangelie zo, alsof niet Jezus, maar Johannes een visioen
krijgt. Wat is dan te zien? Hij ziet de hemel open en de Geest op
Jezus neerdalen. Het is de Geest van God die over een mens kan
komen, zoals Jesaja vertelt in de eerste lezing, over de dienaar van
de Heer: Ik heb mijn Geest op hem gelegd. Hij roept niet en
schreeuwt niet. Het geknakte riet zal hij niet breken en de
kwijnende vlaspit niet doven. Het is iemand die opkomt voor de
zachte krachten, een gebroken mens zal hij oprichten, en iemand die
wegkwijnt, zal hij tot leven wekken. Het zal iemand zijn die
ons bijeenbrengt en ons met elkaar verbindt tot een volk van God.
Nog een tweede keer staat er ‘en zie’. Er
klinkt een stem uit de hemel die zegt: Dit is mijn Zoon,
veelgeliefd, in wie Ik mijn vreugde vind. Dit is een bevestiging
van Godswege op deze Jezus, die zijn roeping en taak op zich neemt.
Jezus zal luisteren naar het plan en de wil van God, zoals een zoon
naar zijn vader, en die wil proberen vol te maken, te vervullen. En
dit op grond van wat zojuist gezegd werd: veelgeliefd. Hij
zal de weg van de liefde gaan, in alle kwetsbaarheid, maar ook in
alle kracht. En Hij zal God, de Onnoembare, een gezicht geven.
Mag de viering van de doop van Jezus, ons ook tot
onze roeping en bestemming brengen, zoals vandaag Jelle zijn taak op
zich neemt in Gorredijk. Mag de Geest ook over ons vaardig worden om
onze taak op ons te kunnen nemen. En durven wij ons in te voegen in
het plan van God, als een veelgeliefde zoon en dochter.
|