Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 3, 13 - 17
Door Koos van Etten

De doop van Jezus

De drie lezingen die we gehoord hebben, hebben een zelfde thema: gerechtigheid doen en ontvangen van heilige Geest.  Daarom hebben we ze alle drie laten horen. Centraal staat in die lezingen de doop van Jezus, waarvan we de icoon zojuist hier hebben laten zien, als teken van aanwezigheid van de Heer in ons midden.

Laat ik beginnen met het evangelie. Jezus komt naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Hij heeft de stem van Johannes gehoord, een stem van een roepende in de woestijn: Keer je om! Er gaat iets nieuws beginnen! Op die roep wil Jezus ingaan; Hij wil de doop ondergaan samen met alle anderen.
De Jordaan is een echte ‘plaats van geloofsontmoeting’, in feite de ontmoeting tussen Johannes en Jezus. Johannes had namelijk verwacht, dat deze Jezus als messias krachtig zou gaan optreden en dat Hij zou gaan dopen in heilige Geest en in vuur! Zo staat het vlak hiervoor in het Matteüs-evangelie vermeld. Maar dan komt Jezus naar hem toe, en vraagt om ondergedompeld te worden in het water! Dat kan eigenlijk niet, denkt Johannes. Hij wil Hem tegenhouden en zegt: Ik zou door jou gedoopt moeten worden en jij komt tot mij?Maar Jezus doorbreekt die weerstand en zegt: Laat Mij, ja laat Mij mijn gang gaan, want zo moeten jij, Johannes, en ik, de weg van gerechtigheid vervullen. Jezus wil neerdalen in het water, afdalen tot op de bodem en solidair zijn met alle anderen die zich laten dopen. Zoals God bij de Sinaï tegen Mozes zei: Ik ben afgedaald om het volk te bevrijden. Door deze afdaling komt Jezus in de juiste verhouding, op de rechte plaats en gebeurt gerechtigheid aan Hem! En precies in die gebeurtenis, breekt de hemel open en staat er twee keer ‘en zie’: de Geest daalt neer en komt op Hem; Jezus ontvangt heilige geest, en zie, een stem uit de hemel zegt: Dit is mijn zoon, veelgeliefd, Hij is een man naar mijn hart.
Wij hebben inmiddels al zoveel verhalen over Jezus gehoord en we zien Hem vaak als komend van ‘al zo hoge, van al zover’. Ik merk het in ieder geval bij mijzelf. We zien Hem bijna direct als van Godswege. Maar ik ontdekte opnieuw, dat Jezus echt mens was en de weg van de mens is gegaan: kwestbaar en heel open, ondergedompeld in de stroom van het leven, ondergedompeld in het bestaan van de geboorte tot de dood. Zoals Truus, een huisgenoot, in deze dagen de weg van de mens gaat ten einde toe: bij haar duurt de weg lang, het is telkens afgeven. Wij die erom heen staan, denken dat het al afgelopen is, en dan komt ze weer bij: vandaag is het nog niet zover. Zij gaat de weg van de menswording, in het voetspoor van Jezus. Hij is die weg van de menswording gegaan; Hij is een zoon van mensen en zo ook zoon van God! Hij is een mens van God, vol van Geest, in kracht gesteld!

Zo tekent Matteüs Jezus bij zijn doop, met woorden uit het Oude Testament. Hij gebruikt daar woorden bij van Jesaja, uit de 1e lezing: Zie hier, mijn dienaar die Ik ondersteun; Ik heb mijn Geest op hem gelegd. Hij roept niet en schreeuwt niet. Het geknakte riet zal Hij niet breken en de kwijnende vlaspit  niet doven. In die woorden hebben de eerste christenen Jezus herkend: een man die opkwam voor gerechtigheid en vol was van Geest, vol van tederheid, van zachte krachten; nee niet soft, geen doetje! In de kracht van de Geest gaat Hij zijn weg: als het nodig is, zal Hij ‘nee’zeggen tegen het onrecht, ‘nee’ tegen het kwaad, ‘nee’ tegen het lijden!
Ook wij worden vandaag opgeroepen om dezelfde weg te gaan: een de weg van gerechtigheid en vol van Geest. Met Kerstmis hebben wij het opnieuw zó verwoord: wij willen hier met onze gemeenschap  een vindplaats zijn van geloofsontmoeting. Ik versta er vanuit bovenstaand evangelie onder, dat we zo met elkaar in ontmoeting durven gaan dat we komen tot ieders eigen roeping, zoals Johannes en Jezus. Door de ontmoeting heen komen tot een persoonlijke opdracht om de weg te gaan van gerechtigheid, vol van Geest, in het voetspoor van Jezus. Dat mogen we heel breed verstaan, want zo zegt het de 2e lezing uit de Handelingen: ieder die gerechtigheid doet, is bij God welgevallig, ongeacht tot welk volk hij of zij behoort. Het gaat er niet om waar precies je thuishoort in het geheel van de gemeenschap: bij de kern, de binnen- of buitenkring of bij vrienden of elders leeft. Bij God is geen aanzien des persoons. Ieder die gerechtigheid doet, is bij God geliefd en op hem zal de Geest komen. Dat is een bemoedigend woord. We mogen erop vertrouwen, zoals zo vaak uit de Schrift klinkt: ‘Wees maar niet bang, Ik ben met je!’ Ga de weg maar, vertrouw er maar op!