|
|
Preken: Matteüs
2, 1 - 12
Door Koos van Etten, 7 januari
2007
In beweging komen, tot geloofsovergave
Wat
is de beweging in dit verhaal en kunnen wij deze beweging mee
voltrekken, als een innerlijke overgave in geloof?
Het eerste dat opvalt, is dat er magiërs of
wijzen zijn in het Oosten die een ster hebben zien opgaan en in
beweging zijn gekomen. Die wijzen zijn heidenen die naar Jeruzalem
komen, in de veronderstelling dat daar de pasgeboren koning van de
joden te vinden is. Want Jeruzalem is toch het centrum van Israël en
hun koning is toch koning Herodes? Waar zou dat bijzonder kind
anders te vinden zijn?
Maar Herodes raakt in verwarring en heel
Jeruzalem met hem. Waarom? De nadruk in het verhaal ligt enerzijds
op koning Herodes, de eigenlijke machthebber van dat moment,
anderzijds op hem die ‘koning van de joden’ wordt genoemd. Koning
Herodes wordt bang om zijn macht te verliezen, om zijn positie kwijt
te raken. Hij haalt er de hogepriesters en schriftgeleerden bij om
te weten te komen waar de Messias geboren zou worden. Het
verwonderlijke is dat deze geleerden heel goed weten waar dat is,
namelijk in Betlehem, zo lezen ze in de Schrift. Maar zij verbinden
er geen enkele consequentie aan, komen niet beweging, blijven waar
ze zijn.
Het
is des te verwonderlijker, als we bedenken dat ook zij het visioen
van Jesaja kenden dat zojuist is voorgelezen: dat Jeruzalem als stad
zou verrijzen, dat de glorie van de Heer daarover zou schitteren en
dat vele volken naar haar toe zouden komen.
Wat betekent dit begin van het verhaal, want het
is niet alleen een verhaal van toen, maar ook van nu. Ook wij kunnen
reageren zoals Herodes of zoals die schriftgeleerden: persoonlijk,
als gemeenschap, als kerk. Wij kunnen b.v. vasthouden aan de positie
die we hebben, of we kunnen bang worden voor het vreemde van Gods
handelen in onze tijd. Soms weten we vanuit de traditie heel goed,
waar een vindplaats is van Gods liefde, maar trekken we er geen
consequentie uit, zoals die schriftgeleerden, en komen niet in
beweging. Dat is des te verwonderlijker, omdat ook wij hier week in
week uit lezen uit de Schrift en toch soms niet kunnen komen tot
gelovige overgave aan het feit dat God onder ons zijn liefde wil
openbaren.
Het
is dus een verhaal dat zich in de geschiedenis herhaalt: toen in de
tijd van Jezus had Israël de kans om voorop te gaan bij het
aanvaarden van zijn boodschap, maar die kans lieten ze voorbijgaan.
De heidenen die heel de traditie van Israël niet kenden, stelden
zich echter open voor Jezus’ boodschap. Ook nu zouden wij onze kans
kunnen laten schieten om het handelen van God op het spoor te komen
en daaraan ons over te geven.
Toch is dat precies waar de magiërs, die
vreemdelingen uit het Oosten, zich aan toevertrouwen. Zij worden
door Herodes op weg gestuurd naar Betlehem en zie, plotseling is er
weer de ster die voor hen uit gaat. Ik zie in die ster iets als een
flits, als een soort intuïtie waar zij gehoor aan geven. Zij laten
zich erdoor leiden en worden gebracht tot de plaats waar het
pasgeboren kind zich bevindt met zijn moeder. Als zij dat kind zien,
staat er, dan vallen zij op hun knieën en brengen het eer. Wat is
dat voor een gebaar? Wat wordt erin uitgedrukt? In het visioen van
Jesaja staat nog dat volkeren naar Jeruzalem komen en zich zullen
onderwerpen. Het zijn in feite de vijanden die overwonnen worden.
Zij vallen noodgedwongen op hun knieën, uit onderworpenheid. Hier in
het verhaal van Matteüs vallen de wijzen op hun knieën, uit eerbied.
Zij zien in dit kind, Jezus, iets van Gods werkelijkheid oplichten.
Dat vind ik een innerlijk waardige houding.
Wat
kunnen wij leren uit dit gebaar: op je knieën vallen uit eerbied?
Durven wij ons over te geven aan het verborgen handelen van God, dat
zo nu en voor ons oplicht? Ik vind dat moeilijker precies aan te
geven, want het vraagt van ons dat we met ‘gelovige ogen’ kijken.
Maar God kan zich voor ons openbaren in een pas geboren kind, heel
gaaf en mooi: alles zit erop en eraan. Ik hoor de laatste dagen
alsmaar mensen die blij zijn met de geboorte van een kind of
kleinkind. Gods liefde kan zich openbaren in een mens dicht bij,
wanneer zijn of haar gezicht plotseling oplicht en van binnenuit
straalt van blijheid. Het kan ook zijn in onze gemeenschap, als er
zich een nieuwe beweging aandient tussen ons in, zoals gisterenavond
over de eucharistie die eerbied opriep. Op je knieën vallen uit
eerbied. Mag ons dat gebaar in deze dagen overkomen.
|