|
|
Preken: Matteüs
2, 1 - 12
Door Niek Werkhoven, gehouden op 2 januari 2005
Veel vragen zullen we vragen moeten laten…
Stilte en aanbidding, zo eindigde Koos vorige week zijn overweging
op kerstmis. We wisten toen nog niet dat de actualiteit ons
sprakeloos stil zou maken bij zoveel dood en verdriet. En dat het
schijnbaar onschuldige woord ‘aanbidding’ ons voor een verscheurend
“hoe is het mogelijk” zou plaatsen.
Zo staan we vandaag met het enorme leed, ver weg, en een verhaal uit
een ver verleden, om het woord te zoeken dat als een lamp voor onze
voeten, ons dit nieuwe jaar in zou leiden.
Openbaring van de Heer…
We weten dat ‘God’ niet de oorzaak is van natuurrampen. God grijpt
nooit persoonlijk en rechtstreeks in.
Maar Hij is wel oorsprong en bron van de scheppingswereld waarin al
deze ellende voorkomt. Al wil God deze ellende niet, Hij staat er
ook niet boven of buiten. God heeft ermee te maken zoals wij ermee
te maken hebben.
Dit zegt ons al dat we ook dit verhaal van de magiërs niet als een
wat naïef vertelde gebeurtenis mogen lezen. We weten wat er volgt op
de komst van deze mensen uit het oosten: Herodes voelt zich bespot
en slaat hard toe door de kinderen van Betlehem te vermoorden.
Openbaring van de Heer, met als gevolg bloed en tranen!
Kunnen we dan deze Openbaring nog als een ‘feest’, beschouwen?
Een goede week geleden zou ik dit beslist een pracht verhaal genoemd
hebben, want dat is het. Nu staat het meer in het teken van “Ik
schreeuw het uit, ik schreeuw naar God.” Een schreeuw die overigens
wel degelijk een zoeken en tasten is naar stilte en aanbidding, ja,
daar juist op gericht is.
Wat zegt het over de aanwezigheid van God in onze geschiedenis?
Matteüs vertelt ons niet dat Jezus aanvankelijk beschermd werd door
God, om dan dertig jaar later toch een akelige dood te sterven. Hij
wijst ons inderdaad op aanbidding, d.w.z. het aandurven om veel
vragen vragen te laten waarop we geen antwoord hebben. Openbaring
van leven, in alle kwetsbaarheid, dat op een ander vlak ligt dan wij
ons kunnen voorstellen, of zouden wensen. En toch gaat het om geluk,
toch gaat het om het bereiken van je levensbestemming.
Een ter dood veroordeelde zien als redder – we kunnen ons moeilijk
voorstellen wat een enorme draai dat voor de eerste christenen is
geweest. Een draai die ze natuurlijk niet konden maken op grond van
verstandelijke overwegingen.
Deze God van Jezus, deze God in Jezus, dat zit ook in dit verhaal
van de wijzen uit het oosten.
In zijn eigen huis is hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben hem
niet opgenomen, zegt Johannes. Matteüs “begrijpt” Jezus’ leven, Gods
leiding in de geschiedenis, vanuit een oud verhaal uit Numeri. De
koning Balak van Moab is bang voor dat volk Israël en huurt een
profeet in om het te vervloeken, om zo die goddelijke aanwezigheid
weg te nemen en het volk te kunnen overwinnen. Maar Bileam, de
profeet, kan alleen maar zegenen, uitspreken dat er een Macht is die
dit volk leidt, een macht die niet te weerstaan is.
Zo komen ook deze sterrenwichelaars uit het oosten om de pasgeboren
koning van de Joden hun hulde te brengen. De pasgeboren koning van
de Joden – tegen over de machtige Herodes die koning is, maar een
valse koning. Heel pikant laat Matteüs Herodes aan de opperpriesters
schriftgeleerden vragen waar de Messias geboren zou worden. Messias,
die het volk zou redden, degene die de oude beloften van God in
vervulling zou doen gaan.
Maar deze Herodes voert iets anders in het schild want heimelijk wil
hij de magiërs voor zijn karretje spannen om de Messias te
dwarsbomen.
Jezus’ leven, van het begin af bedreigd, tegengewerkt, juist als
‘koning van de Joden’ bespot want er is geen tussenweg. Of hij wordt
aanbeden of hij wordt bespot, belachelijk gemaakt, weggehoond.
En daarmee zijn we dan weer bij de dag vandaag. God als Heer van de
geschiedenis, maar vraag me niet hoe. Sprakeloze stilte tegenover de
dikwijls zo brute werkelijkheid, maar tegelijk ook eerbiedige
aanbidding die ons de moed moet geven onze levensbestemming op te
nemen, ondanks alles te vertrouwen in een God als een macht ten
goede. Een vertrouwen dat ons niet spaart, maar wel de moed kan
geven om te blijven kiezen voor leven.
Dat de
Heer ons aan het begin van dit jaar ons deze geest, deze bezieling
die Jezus ons voorleefde, moge leren.
|