|
|
Preken: Matteüs
2, 1 - 12
Door Jan Rooijakkers
Verschijning des Heren: "knielende ontmoeting"
In onze gelovige traditie verloopt de openbaring van Jezus in
fases, in drie fases:
- met kerstmis kregen we de boodschap van de Messias voor
Israël, bekendgemaakt aan de herders!
- vandaag wordt hij bekend gemaakt aan de wéreld, aan de
mensen buiten de grenzen van Israël: hij wordt bekend aan de
wijzen uit het Oosten, en aan koning Herodes.
- ten slotte zijn Doop: dat is het moment van zijn zending ten
dienste van Israël en van de wereld.
Vandaag wordt het kind Jezus ons verkondigd in een fijnzinnig
verhaal dat vol is van tegenstellingen:
- de vreemden, die zich laten leiden door het licht; en naast
of tegenover die vreemden de eigen koning, die zich laat leiden
door jaloezie en angst
- de koning raakt verontrust, en de wijzen volgen vol vreugde
de ster;
- de kóning ziet niets en moet
het hebben van horen zeggen, aan de wíjzen verschijnt een licht
en zij laten zich daardoor leiden;
- de koning reageert met moordplannen, en de wijzen knielen en
huldigen.
Laten we nog eens goed kijken naar de beweging in dit sobere
evangelieverhaal. Wat gebeurt daar?
Mannen gaan achter het licht aan,
raken het spoor bijster, vragen naar de weg, blijven niet in het
duistere zitten. En dan: ze gaan knielen. Voor ons is knielen zoiets
als: respect. Wie knielt, drukt in zijn houding uit te willen
dienen; het is het tegenovergestelde van aan komen lopen met de
borst vooruit. Knielen duidt op de bereidheid te willen luisteren;
het omgekeerde is dat je je eigen boodschap wilt komen verkondigen.
En wat doen die wijzen dan vervolgens? Ze halen hun schatten te
voorschijn. Ze organiseren niet een collecte voor het arme kind,
voor die zielige familie - neen, zij bieden hun schatten aan. Je
kunt gewoon zeggen: alles werd omgedraaid. Hun harten gingen open,
zij lieten stromen wat er in hun hart was.
Herodes raakt zijn koningschap gaandeweg kwijt - Jezus wordt door
het gebeuren tot lichtpunt, tot belofte van Israël.
Er werd daar kortom iets openbaar: de gloed van binnen kwam naar
buiten.
Gisteren kwam er een man op de
markt naar me toe. Hij had de film over Emmaus en de vluchtelingen
gezien. Hij was onder de indruk. Ik zei: "Kom even mee naar Xiong" -
de Chinese jongen die op de film als verschrikt jongetje te zien
was. "Ik wil je hem NU laten zien". Hij zag een enthousiaste
verkoper, die zijn klanten in het Nederlands antwoordde. De man
raakte ter plekke van zijn stuk, werd ontroerd en kon geen woord
meer uitbrengen.
Dat is een manier van knielen, even niets zeggen en toelaten dat je
ontroerd raakt. Dát verandert iets in het omgaan met elkaar. Iets
van binnen komt naar buiten; er ontstaat een andere uitstraling.
Openbaring gebeurt op zo'n moment, en dan moet je maar zien wat God
doet.
Wij zijn tegenwoordig niet zo van
die aanbidders en knielers. Zelfs in onze eigen kapel zijn de
knielbankjes schaars. Wij hebben het eerder over 'innerlijke
fierheid', 'overeind komen'. We zijn misschien meer kijkers. Oké,
laat het zo zijn.
Maar kijk dan goed. Of het bij ons ook zo werkt als we achter het
lichtsignaal aangaan, het duister achter ons laten. Kijk eerst maar
even naar je eigen kleine leven: waar wij in het gevoelige plekje
van ons hart respectvol naar de ander kijken, daar wordt God door
ons geopenbaard. En als we ons blikveld breder trekken: waar we
samen een kultuur van - ik noem het maar - "knielende ontmoeting"
leven, veranderen de volkeren en gebeurt in de politieke en
economische strukturen de "Openbaring van uw Heerlijkheid in
Christus Jezus onze Heer".
Openbaarmaking van "wat eerbied waardig "is maakt God in onze wereld
present. De openbaring des Heren is een gebeuren in ons binnenste,
de wereld kan ervan gaan stralen.
|