|
|
Preken: Matteüs
2, 1 - 12
Door Nel van Cuijk
Kostbaar zijn mensen die op weg gaan
In zijn kerstverkondiging vertelde
Niek dat in de geschiedenis van God met de wereld de mensen in en
door de persoon van Elia hebben moeten leren leven met het gegeven
dat God niet meer spreekt in een duidelijke taal. God spreekt in een
heel zacht suizen en de betekenis van leven zal kenbaar worden
zonder dat wij dat geheel kunnen begrijpen. En vorige zondag hoorden
we over de oude man Simeon die dag en nacht in de tempel was omdat
hij de vertroosting van Israël verwachtte. Met deze twee gegevens,
dat God spreekt in een heel zacht suizen en dat ik iets moet
verwachten wil mij iets openbaar kunnen worden luister ik vandaag
naar het verhaal van Matteüs. Epifanie openbaring wat, wie wil zich
aan ons openbaren. Wat voegt deze meditatie bij de geboorte van
Jezus toe aan wat we al gehoord hebben. Want met kerstmis, vandaag
en volgende week de doop van de Heer hebben we als het ware een
drieluik over de betekenis van de geboorte van Jezus.
Waarom heeft Matteüs dit verhaal
verteld, wat moet er nog duidelijker gezegd worden dan dat die
Messias geboren is. In het evangelie volgens Matteüs is dat gebeurt
maar het is nog niet bekend. Jozef heeft gehoord en in een droom is
hem verteld dat Maria een kind zal krijgen uit heilige Geest en dat
kind zal zijn volk bevrijden, dat kind openbaart dat God met ons is.
Dat heeft Jozef gehoord, maar verder weet niemand dat nog. Vandaag
horen we de wijzen zeggen dat dit kind de nieuwe koning van de joden
is. De tekst die ook boven het kruis van Jezus hangt, dit is Jezus
de koning van de Joden. Het volk van Jezus wist van niets zo
suggereert Matheus ons, het is maar de vraag of wij het wel weten
ook al hebben we kerstmis gevierd, weten wij en leven we zo dat er
een mens van vrede, barmhartigheid, geboren is; dat de genade van
God op aarde verschenen is. En nu voert Matteüs een stel
vreemdelingen op, wijzen of magiërs of sterrenkundigen die een
bijzonder verschijnsel aan de hemel hebben waargenomen en dit
verschijnsel hebben geïnterpreteerd als de geboorte vaneen nieuw
geboren koning der joden. En waar anders dan in Jeruzalem, de
vredesstad kan die koning geboren worden. Alleen, Jeruzalem weet van
niets, de hele stad en vooral de machtigen, degene die het voor het
zeggen hebben in die stad schrikken zich een ongeluk. Er heerst
verwarring en de hele wetenschappelijke kring, opperpriesters en
schriftgeleerden, worden in stelling gebracht om dit gegeven van een
nieuwe koning, een nieuwe gezalfde te onderzoeken. Er zit niemand te
wachten op een nieuwe koning, Want de ster is gedoofd in de stad die
tot op de dag van vandaag geen vredesstad wil worden. Er is geen
plaats voor een nieuwe koning in die stad, misschien is er zelfs
geen plaats voor een kind in die stad. Er is zoveel heimelijkheid,
je voelt de verborgen agenda van Herodus als hij met de wijzen
spreekt. Je voelt al aan dat er niets goeds uit voort kan komen. En
de wijzen zijn wijs genoeg om dat ook aan te voelen, ze drijven de
spot met Herodus en laten hem zitten met zijn plannen.
Waarom vertelt Matteüs dit verhaal,
misschien dacht ik was het wel verbijstering die Matheus bevangen
heeft, verbijstering dat Jeruzalem die stad van vrede, de stad Gods,
waar alle belangrijke mensen van Israël wonen, dat juist die stad
Jezus niet erkent en herkent heeft als de Messias. Verbijstering
omdat het vreemdelingen zijn die komen om Jezus te huldigen, die wel
erkennen dat er een bijzonder mens geboren is. Verbijstering omdat
zijn eigen volk niet tot die erkenning gekomen is. De
schriftgeleerde weten wel dat er een Messias geboren zal worden, ze
helpen immers Herodus blijkt uit dit verhaal om de plaats te vinden
waar de Messias geboren zal worden. Zij weten het wel, ze lezen het
in hun eigen schriften maar ze doen er niets mee. De vreemde wijzen
wel, ze verlaten de stad en zien opnieuw de ster, de
schriftgeleerden blijven in de stad waar geen ster te zien is, de
stad waar macht en geweld is, de stad waar een kind niet veilig is.
En ik hoef niet te wijzen naar de schriftgeleerden uit de tijd van
Jezus, want hoe vaak overkomt mij dat niet, dat ik weet heb van een
God die met mildheid en genade naar mij kijkt en ik desondanks
ongenadig blijf voor mezelf en anderen. Wat mij toch het meeste
raakt is de huldiging, de kostbare gave die de wijzen meebrengen.
Huldiging aanbidding vertalen sommige teksten. Kom ik nog wel eens
tot huldiging, dat woord kent onze tijd enkel voor topprestaties in
de sport. Massaal huldigen wij de topsporters. Aanbidding, is een
woord wat we nauwelijks nog kennen. Het roept in mij op dat het van
doen heeft met weet hebben wat mij kostbaar is, wat mij heilig is.
Durf ik nog te aanbidden, stil te worden bij wat mij kostbaar is.
Kostbaar is vrede, ik heb ervaring, wij hebben ervaring van vrede,
velen van ons hebben nooit oorlog meegemaakt aan den lijve en waarom
is er dan zoveel onvrede. 'We want more' zei een van onze
cabaretiers. Kostbaar zijn mensen die op weg gaan, die zich durven
laten leiden door een ster, een droom, mensen in wie de verwachting
leeft dat het kleine beetje vrede, waarheid, gerechtigheid wat zij
kunnen leven er iets toe doet in deze wereld. Emmaus, Zamdela b.v.
Kostbaar is dit leven wat ik hier met jullie leef heb ik me
gerealiseerd tijdens het maken van deze preek. Kostbaar is dat ik nu
vrede verspreid en niet wacht op een ander.
|