|
|
Preken: Matteüs
2, 13 - 15 + 19 - 23
Door Nel van Cuijk, gehouden op 30 december 2007
De doorstart van de uittocht
De
eerste zondag na kerstmis zet ons al weer onmiddellijk in spanning
over het verder gaan van Gods geschiedenis met de mensheid.
Nachtmerries en dromen en angstige mensen en een God die zo
ontmoedigd is door de aarzelingen van mensen dat deze God er over
denkt om een mens te doden, zo horen we vanmorgen in Exodus. Maar
als mensen niet het recht hebben om elkaar te doden heeft God dat
recht natuurlijk evenmin.
Eerst maar eens kijken naar Mozes, want tenslotte
draait het ook bij Jezus om die heilsgeschiedenis die met de
uittocht begonnen is, en die uittocht wordt in de visie van Matheus
door Jezus hervat, opgenomen. Het Godsproject van heil en bevrijding
ooit met Mozes begonnen en al zo vaak op de rand van faillissement
gestaan vindt zijn herstart of doorstart in Jezus.
Maar eerst Mozes. Het staat er zo netjes, zo volgzaam, zo van goede
wil. Mozes die zegt: ik zou zo graag teruggaan naar Egypte om te
zien of mijn volk nog in leven is. Mozes is een jokkebrok, hij wil
helemaal niet naar Egypte, hij heeft zijn uiterste best gedaan om
niet door God naar Egypte gestuurd te worden. Lees maar in Exodus 3
en 4: ‘Want wie ben ik dan, en wie ben jij God en ze zullen met niet
geloven, en ik kan niet spreken, kortom ik ben de slechtste om
gestuurd te worden, neem maar iemand anders, kan niet schelen wie
als het maar iemand anders is’. God wordt dan heel boos en doet
Mozes wel de belofte dat hij zijn grote broer zal sturen, ach ja hoe
vaak roept een mens niet om zijn grote broer, Aaron die zal voor hem
spreken, de woorden die God Mozes in de mond gelegd heeft.
God
heeft ook nog gezegd: “Ik heb de ellende van mijn volk gezien, ik
hoor hun jammeren dag en nacht, er moet iets gebeuren”.
Mozes gaat dan uiteindelijk, hij neemt vrouw en
kinderen mee, ik zou bijna zeggen dan gaat het wat langzamer. En
onderweg komt de Heer nogmaals op Mozes af, om hem te doden staat
er. De rabbijnen hebben vertaald om hem te doen voelen hoe groot de
nood is van het volk, ze zijn ten dode opgeschreven en Mozes weet
helemaal niet wat het betekent om zo te lijden zoals het volk lijdt,
zo ten dode opgeschreven. Hij was het allemaal vergeten, God en zijn
project tot bevrijding. En ook het verbond en het teken van het
verbond: de besnijdenis; hij heeft zijn zoon niet besneden, hij is
de aartsvaders vergeten. Abraham die de besnijdenis op zich nam. En
dan o wonder is daar weer een vrouw die ziet en begrijpt dat het
hier om leven en dood gaat, ze grijpt in, ze neemt het verbond op
zich door haar zoon te besnijden. Koelbloedig en kordaat. Sippora en
ze smeert het bloed van haar kind over de voeten van Mozes, en zegt
jij weet het toch dat God een God van verbond is, dat God een
verbond tot in het bloed is aangegaan met zijn volk. Een
bloedbruidegom ben je, nee een bloedbruidegom is de God van Israël.
En door dit doortastend ingrijpen van Sippora
gaat de geschiedenis verder. Aäron komt Mozes tegemoet zoals de Heer
beloofd had en de hachelijke moeizaam verworven uittocht zal plaats
vinden, uiteindelijk.
Matheus leefde met deze geschiedenis, en hij
geloofde dat er in en met Jezus een doorstart was en is van deze
ongelofelijke uittocht, deze bevrijding van onderdrukking. Ten tijde
van Jezus leefde het volk Israël onder de onderdrukking van de
Romeinen, God zou opnieuw een uittocht bewerkstelligen. En evenals
toen, ten tijde van Mozes is er ook nu ten tijde van Jezus veel
dreiging, Jezus dreigt uit de weg geruimd te worden nog voordat er
enig zicht kon zijn op wie hij was en waartoe hij op aarde was
gekomen. Herodes, diep gekwetst door de boodschap van de magiërs dat
de koning van de joden geboren is en niet hij de koning van de joden
is, ontketent een oorlog tegen zuigelingen.
En
de vader van Jezus droomt een boodschap van God: wijk uit, en ga
naar Egypte, naar dat land waar ooit de uittocht begonnen is.
En
Jozef gaat, geen protest, geen vragen, geen tegenwerpingen maar een
onmiddellijke gehoorzaamheid tot drie keer toe.
Soms is gehoorzaamheid de poort naar redding.
Uitwijken, het over een andere boeg gooien opdat het verbond met God
de kans krijgt, Jozef heeft die boodschap van God begrepen. Jezus
zal niet sterven voordat helemaal duidelijk is geworden wie hij is
en waar hij vandaan komt. Deze koning der joden, deze zoon van God
kan niet in de anonimiteit van een kindermoord sterven. Hij sterft
op de berg en in vier talen staat daar geschreven: Dit is de koning
der joden.
|