Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 1, 18 - 24

Door Niek Werkhoven, gehouden op 23 december 2007

 

Terugkijkend vooruit zien!

 

De laatste zondag van de advent en dan mag je van de lezingen verwachten dat ze je hart wijd openzetten voor het kerstfeest, voor het feest in, onder en achter alle versiering en lichtjes. Dit evangelie is inderdaad een verhaal om terug te kijken om vooruit te zien zoals Frater van Pinxteren dat zo graag zei: terugkijkend vooruit zien!

Dit terugkijken dienen we wel goed voor de geest te houden. Een gezagvolle exegeet noemde dit verhaal de ouverture van het Matteüs evangelie. Dat wil dus zeggen dat je het hele evangelie erin kunt horen. Niet zo gek natuurlijk, want het is minstens tientallen jaren na Jezus lijfelijk optreden op schrift gekomen. Jaren waarin, door de weerbarstige situaties van het leven heen, steeds dieper ‘gezien’ werd wie Jezus geweest was, wat hij betekende en nu nog kan betekenen.

 

De afkomst van Jezus die Christus genoemd wordt. Afkomst of ‘wording’ het komen en optreden van hem die God, de ervaring van de God van zijn volk nieuw leven inblies, nieuw leerde zien.

En dat wilde Matteüs vertellen, mee delen opdat het voor ons zou gaan leven. Afkomst of wording van Jezus die door zijn spreken en doen zoveel vragen opriep. Vragen die we door het hele evangelie tegenkomen. Waar heeft hij die wijsheid vandaan, hij is toch een uit ons midden, de zoon van een timmerman? Wat zijn dat voor krachten die hij laat zien? Van wie heeft hij dat? En dan: ben jij het die komen zou of moeten we een ander verwachten?

Deze vragen, dit gechoqueerd worden, vertelt Matteüs was er van de oorsprong, van begin af aan. Hij doet dat op een manier die voor ons misschien wat moeilijk in te voelen is, voor ons die gewend zijn naar feiten en feitelijkheden te kijken. Maar de mensen tot wie Matteüs zich richtte, dachten anders, keken anders: denk maar aan de geboorte van Izaak geboren uit stokoude ouders, aan Johannes de doper. Daar werden geen natuurlijke, biologische feiten mee verteld maar Gods handelen. Mensen die een verwonderlijk leven leidden waren zo vanuit de scheppende Geest. Dat had met God van doen.

Als Jozef zijn vrouw zwanger bevond voor zij samen woonden, moeten we dit op dezelfde manier opvatten: zij zal een zoon ter wereld brengen die zijn tijdgenoten met ongehoorde dingen confronteert. Wie is hij dan toch, van wie heeft hij deze uitzonderlijke gaven. En hij zal zeggen van de Vader die groter is dan ik. De Vader, die God van Exodus, van Sinaï, van Verbond: de oerervaringen van Israël. Deze God breekt in, doet zich gelden.

En Jozef is de eerste, hij vertegenwoordigt, zou je kunnen zeggen, allen die gegrepen worden door verbazing, ontzag voor het ongewone dat Jezus met zich meebrengt in zijn doen en spreken.

Hij is ook de man die zich maar stilletjes wil terugtrekken maar zo dat binnenkomen van het ‘blijde nieuwe’ zou verijdelen.

Hij is echter is te goeder trouw en daarom komt Gods bode hem tegemoet. Je hoeft niet bang te zijn – mooi is dat: het is geen bevel, het staat hier niet als gebiedende wijs, maar als een bemoediging, een uitnodiging! Uitnodiging om zich te laten betrekken in dat nieuwe, deze vernieuwing van het Verbond waarmee God zich verbindt aan het wel en wee van de menselijke geschiedenis.

Ja dat gebeurt in een droom, de droom van een nieuwe aarde, de droom van vrede en verzoening, de droom dat ellende, en alle oorzaken daarvan, zal verdwijnen. Daarin betrokken worden, daarin de man van Maria, de timmerman van Nazaret zijn, dat zo gewone leven, dikwijls zo onbeduidend, saai, beperkt. Wees maar niet bang, schrik er maar niet voor terug. Jij zult de zoon Jezus moeten noemen. Ja sterker: je zult die naam uitroepen: de Heer redt, dat is hij dat zal hij doen, dat zal gebeuren door de zoon die geboren gaat worden. Ja, tegen alle waarschijnlijkheid in.

En Jozef stond op uit zijn slaap, ja, het is wat steviger dan ontwaken uit zijn slaap: hij stond op om te doen. Opstaan uit zijn sluimerend weten dat Gods kracht, dat zijn scheppende macht wil doorbreken in een wereld waar het kwaad, ongeluk zo machtig is. En Jozef doet wat de bode van de Heer hem had gezegd, hij heeft, zoals ooit Elia, de stem van de stilte gehoord.

 

Is het geen prachtige opening voor een feest van begin? Zo met dit verhaal stoeiend stootte ik deze dagen op een zin in het evangelie van Lucas waarin m.i. precies geraakt wordt wat dit verhaal wil meegeven.

Als Jezus op een gegeven moment een lamme op zijn voeten zet en met brancard en al laat weglopen, horen we: “Enthousiasme (extase staat er) greep allen aan en zij verheerlijken God (ere wie ere toekomt: de Verborgen Aanwezige) en vrees, ontzag vervulde hen terwijl ze zeiden: we hebben onwaarschijnlijke dingen gezien. Paradoxen, dingen die niet overeenkomen met onze ervaringen, die onze logica overhoop halen.

Ja dat enthousiasme is kerstvreugde, dat maakt het tot feest van hoop, van belofte. Want belofte is een van de wijzen waarop God in de Schrift zich aan mensen geeft. Deze beloften in de Schrift, zijn altijd aankondigingen van nieuwe, grote daden van God in Israël en voor de mensheid. Bemoedigingen omdat hij zijn menslievendheid steeds weer aanzegt. En, met een stille stem mensen zoals u en ik, mensen zoals we zijn uitnodigt om erin betrokken te raken.

Terugkijken om vooruit te zien opdat hij die onder ons is kan komen in macht en majesteit: vuur dat brandt maar niet verteert.

Enthousiasme greep allen aan en zij verheerlijkten God, ontzag vervulden hen maar je hoeft niet angstig te zijn: we zien en geloven de paradoxen waarin de doxa, heerlijkheid, van Gods verbond zich te kennen geeft.

Moge dit ons gegeven zijn.