Foto: Preken - Matteüs
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken
: Matteüs 11, 2 - 11

Door Hinnêni Peltenburg, gehouden op 16 december 2007

 

Mensen, God is terug, Hij is midden onder ons

 

Deze week las ik dat begin volgend jaar weer de oecumenelezing wordt gehouden met de opvallende en uitdagende titel: God is terug – maar voor de Kerk is het nog even wennen. In deze weken van uitzien naar de komst van de Enige in zijn wereld, kan dit een blijde boodschap zijn.

Meteen zag ik Johannes de Doper voor mij, zoals hij op veel iconen staat afgebeeld. Ja, vandaag staat Johannes in ons midden. Zo’n mens die heeft durven zeggen: God is terug! Maar voor velen is het nog even wennen want het is een ongemakkelijke boodschap. Johannes de Doper of de Voorloper, zoals hij ook wordt genoemd; hij is de wegbereider voor de Komende; hij wijst Hem aan. Daarom staat hij in deze Adventstijd, zo vlak voor Kerstmis, in ons midden. ‘De Enige is genade’, betekent zijn naam. Genade in deze wereld. Johannes wordt door de Enige uit de woestijn naar Judea geroepen; hij trekt met zijn boodschap van bekering velen naar de Jordaan om door hem gedoopt te worden en een nieuw leven te kunnen beginnen. Wanneer alles in de afgrond dreigt te storten, staat Johannes daar op de grens van de tijd, om met zijn leven te getuigen dat de Enige uit genade handelt. Eindelijk weer een echte profeet, in woord en daad. De verwachtingen zijn hoog gespannen: 'Zou hij niet de Messias zijn?' Maar Johannes spreekt dit ronduit tegen. Hij is de Christus niet en ook niet Elia en evenmin de Profeet. Hij noemt zichzelf: 'De stem van een die roept in de woestijn: Maak recht de weg des Heren, zoals de profeet Jesaja had gesproken. Ja, in die traditie plaatst hij zichzelf. “Midden onder u”, zegt hij: “staat de langverwachte, de Komende ís nabij. Hij staat midden onder jullie. Hij zal dopen met heilige Geest en met vuur.” Zou Johannes een duidelijk inzicht in zijn roeping hebben gehad? Ik geloof dat het ogenblik van de doop van Jezus

voor Johannes een roepings-moment is geweest. Hij wil Jezus tegenhouden, maar die zegt hem: Laat het geschieden: wij moeten gerechtigheid volbrengen, jij en ik. Door de beschrijving van de evangelisten, die hem de woorden: “Hij moet groter, ik moet kleiner worden,” in de mond leggen, zou je het mogen geloven. In ieder geval is hij getuige van de godsopenbaring van Jezus bij zijn doop.

Na dit hoogtepunt wordt Jezus inderdaad alsmaar groter en Johannes steeds kleiner. Het volk en zijn leerlingen trekken achter die rabbi uit Nazareth aan. Steeds kleiner wordt Johannes, heel klein wordt Johannes tot in de dood; hij ondergaat het lot van een profeet. Zijn optreden vormt een bedreiging en het was levensgevaarlijk om zich met de privé-zaken van de koning in te laten: “Jij mag de vrouw van je broer niet hebben!’ had hij gezegd. In de kerker van Herodes bevindt Johannes zich in de duistere schoot van de aarde; en achter zijn woorden kun je zijn innerlijke duisternis en twijfel horen… ’Ben jij de Komende? Is alles voor niets geweest?’

Zijn leven had in het teken gestaan van de verwachting van het Godsrijk: dat zou zich met hemels geweld een weg banen, terwijl Jezus predikt dat je het van binnenuit, uit je hart moet laten komen.

En daar ligt hij nu. Is dat nu de zin van zijn leven? Is de Enige echt genade, zoals zijn naam aangeeft? Is het werkelijk Gods weg die hij was gegaan? Moest dat dan zo eindigen? Was niet alles slechts een product van zijn eigen verbeelding? En wat was er dan waar van de Messias? Vragen, eindeloze vragen. Wanneer enkele van zijn leerlingen tot hem weten door te dringen, stuurt hij hen naar Jezus met de indringende vraag: “Ben Jij het die komen moet, of moeten wij een ander verwachten?” Daarop antwoordt de Heer: “Blinden zien, lammen lopen, melaatsen worden rein, doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen waar zij recht op hebben.”

De profetie van Jesaja gaat in vervulling: Zo wil de Enige aanwezig komen. Dat is een echt antwoord. Maar Johannes stelt zijn vraag ook aan Jezus en niet alleen om zelf een antwoord te krijgen: “Durf jij het werk voort te zetten, waaraan ik was begonnen? Durf jij het nieuwe aan te kondigen als zoon van het verbond? Mag de genade en liefdevolle Aanwezige door jou heen komen?” Waarom voegt Jezus eraan toe: “Zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt?” Zegt Hij dat echt tegen Johannes? Johannes had toch geen aanstoot aan Hem genomen, in tegendeel. Ik geloof dat Jezus het tegen zichzelf zegt en ook tegen ons: “Als ze aanstoot aan je nemen, dan moet je dat met je leven bekopen! Aan Mij wordt al aanstoot genomen; Ik zal hetzelfde lot als Johannes ondergaan.”

Na de gevangenneming van Johannes, had Jezus immers de wijk genomen naar Galilea. Heeft Johannes de warmte van Jezus’ woorden ervaren? Heeft hij zich begrepen gevoeld? Wij weten het niet. Als de leerlingen zijn vertrokken legt Jezus over Johannes getuigenis af. “Luister naar mijn woorden. Ik zeg jullie: geen enkel mensenkind dat zich in dienst van het verbond van de Enige heeft gesteld, is groter dan Johannes de Doper. En toch is de kleinste in het Koninkrijk Gods groter dan hij.” In deze woorden van Jezus ligt heel het levensmysterie van Johannes besloten: de grootste en tegelijk de kleinste moeten zijn; de geweldige hoge vlucht en de diepste neergang; de alles meeslepende overtuiging en de pijnlijkste vragen. Nergens wordt zo duidelijk zichtbaar dat het niet de mens is die doet en alles maakt, maar dat de Enige werkzaam is in deze wereld en dat Hij mensen nodig heeft: Hij vraagt ons mee te werken met alles wat wij zijn.

Met recht wordt van Johannes gezegd dat hij de doper is en de voorloper van Jezus, maar meer nog is van hem waar dat hij zijn taak als profeet op zich heeft genomen: namelijk Jezus aanwijzen als de langverwachte, als Degene die komen zal, In deze Adventtijd zijn mensen zoals Johannes nodig, die durven aanwijzen en zeggen: Mensen, God is terug, Hij is midden onder ons – ook al is dat voor velen nog even wennen.