|
|
Preken: Matteüs
11, 2 - 11
Door Tineke
Renkema, gehouden op 12 december 2004
Geopend worden voor het spoor van licht
Dit hadden we misschien niet verwacht, deze
vraag van Johannes: “Bent u diegene die komen zou of moeten wij een
ander verwachten”. Het was immers deze Johannes, wiens roeping het
was de weg voor Jezus vrij te maken. Het was immers deze Johannes
die hem aanwees: Hij is het. En nu horen we hem toch deze vraag
stellen.
Johannes zit in
de gevangenis. We horen later in het evangelie, dat zijn optreden
tegen alles wat onzuiver en kwaad was, hem in deze uiterst benarde
positie heeft gebracht, toen hij Herodes aansprak op zijn overspel.
Het zal hem zijn leven gaan kosten.
Het is nacht voor Johannes. Hij is geïsoleerd
en afgesloten van de buitenwereld. Hij is alleen, helemaal aan
zichzelf overgeleverd. Hij heeft niet met eigen ogen kunnen zien hoe
Jezus rondgaat: getuigend en genezend. Hij is afhankelijk geworden
van berichten van anderen over Jezus.
Bent u diegene die komen zou of moeten wij een
ander verwachten? Je kunt deze vraag op allerlei manieren verstaan,
maar misschien ligt het het meest voor de hand dat deze vraag een
bange vraag is, alsof de twijfel aan hem knaagt. Een vraag van
iemand die in de nacht verkeert en opgesloten is geraakt. Heb ik mij
misschien vergist in deze Jezus aan te wijzen als de Komende, de
Messias? Is mijn geloof in hem geen illusie? Maar als ik me vergist
heb in hem, heb ik me dan ook niet vergist in mijzelf? Is alles
waarvoor ik geleefd heb dan wel de moeite waard geweest? Is mijn
leven dan geen mislukking? Vragen van een mens in de Godverlatenheid
van de nacht.
Bent u diegene die komen zou of moeten wij een
ander verwachten? Had Johannes misschien ook een bepaalde
verwachting van Jezus, zoals dat hij groter en sterker zou zijn dan
Johannes zelf? Een verwachting, een beeld, dat wellicht niet
overeenkwam met wat hij hoorde over het optreden van de Messias. De
verhalen, die hij hoorde over Jezus, waren immers zo anders dan hoe
hijzelf was opgetreden. Jezus' optreden lag zo weinig in het
verlengde van hemzelf. Immers predikte Johannes niet het
oordeel: Iedere boom die geen vrucht zou dragen zou worden omgehakt?
Verwachtte hij niet het koninkrijk van God met nog sterkere arm en
meer machtige hand?
We zien dan in het verhaal, hoe Johannes een
weg zoekt uit zijn afgeslotenheid, uit zijn, ook geestelijke,
gevangenschap. Hij stelt zijn bange vraag hardop. Hij brengt de
vraag naar buiten die van binnen in hem brandt. Via zijn leerlingen
komt de vraag bij Jezus terecht.
Bent u het die
komen zou of moeten wij een ander verwachten?
En Jezus antwoordt dat zij tegen Johannes moeten zeggen wat zij
horen en zien. Deze leerlingen zijn immers nu zijn ogen. En dan
klinken oude woorden, woorden uit de profeet Jesaja, de profeet bij
uitstek die de Messiaanse tijd aankondigde: bijvoorbeeld over
blinden die gaan zien en lammen die lopen.
Dat antwoord van
Jezus wil ik er even uitlichten Het is m.i. uiterst richtinggevend.
Het antwoord van Jezus is geen “Ja, dat ben ik, geloof het nu maar”.
Hij doet helemaal geen uitspraak over zichzelf op de vraag of Hij de
langverwachte is. Hij geeft geen garantie af over zichzelf. Hij
biedt op die manier geen houvast. Integendeel, het bijzondere is,
dat Jezus met zijn antwoord aan Johannes hem terugverwijst naar het
vertrouwen op zijn eigen ervaringen.
Jezus gaat daarin
nog verder, nl door i.p.v. zichzelf te openbaren over Johannes te
getuigen. Jezus brengt zijn schatplichtigheid onder woorden, als hij
vertelt hoe deze Johannes voor hem de weg vrijmaakte.
Ik hoor uit het antwoord van Jezus, een
antwoord wellicht ook aan ons: Blijf geloven in wat je ooit zelf
zag, blijf geloven waar je ooit van droomde, blijf geloven in je
roeping. Blijf geloven in jezelf en in mij, hoe uitzichtloos jouw
situatie ook is en hoe anders ik ben dan je dacht. Ik, Jezus, ga
mijn weg zonder aanzien, zonder macht. Die weg wordt door
uitzuivering en omkeer geopend, maar die weg moet ik in liefde gaan.
Dat is mijn weg.
Bent u het die
komen zou of moeten wij een ander verwachten? De vraag van Johannes
in zijn nacht, soms ook onze vraag, zoals: Zoveel eeuwen christendom
en wat zijn de vruchten? Verandert er wel iets ten goede?
We herkennen het misschien maar al te goed: de twijfel, het bange
vragen naar de zin van ons bestaan, geconfronteerd met zoveel leed
en zoveel geweld, zoveel moeite om in liefde naast elkaar te
bestaan, ook op deze kleine plek. Dat bange vragen, dat des te
sterker opkomt in de mate waarin ik afgesloten en geïsoleerd raak.
Dan kan het gebeuren dat het duister tot ons spreekt. Dat alles
zinloos lijkt, en dat we zeker lijken te weten dat heel onze inzet
te gebrekkig is om vrucht van leven voort te brengen. Nacht,
gevangenis.
In de mate waarin ik afgesloten ben, in die mate dreig ik het geloof
te verliezen dat de woestijn zal bloeien en God ons zal bevrijden,
zoals Jesaja profeteert. De grote twijfel slaat toe, als ik geen
open verbinding meer heb met mijzelf, de ander en God.
Het evangelie van
vandaag reikt ons aan, wat wij dan kunnen doen. Het staat mij dan te
doen om met mijn bange vragen, die branden in mijn hart, naar buiten
te gaan. Wat binnen is naar buiten brengen. Dat was wat Johannes
deed. Hij waagde het deze, voor hemzelf, maar ook voor Jezus, zo
pijnlijke vraag te stellen.
Wat verandert er dan? Wat verandert als wij wat we van binnen
meemaken naar buiten brengen? Er verandert ogenschijnlijk niets.
Mijn situatie verandert niet, maar het wordt mogelijk dat de ander
mij bevrijdt door mij en mijn bange vragen te aanvaarden. Door de
beweging naar de ander, naar buiten, kan ik worden aangeraakt in wat
ik ooit zelf heb gezien en geloofd. Zo ontstaat er weer verbinding
met mijzelf en de ander. Maar ook verbinding met onze God, want door
de ogen van de ander wordt het mogelijk, dat ik weer geopend word
voor het spoor van Zijn licht, dat zichtbaar wordt door mensen, die
als Jezus de weg zijn gegaan tot op de dag van vandaag. Dat spoor
van mensen, kleine lichtdragers, waar wij deel van uit mogen maken.
En zo, En toch... komt het licht.
|