Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Marcus
7, 31 - 37

Door Jan Rooijakkers, gehouden op 6 september 2009

 

Open je – effeta

 

Als ik de krant opsla, zoek ik nooit op de eerste plaats naar bezinnende teksten; nee, altijd kijk ik eerst naar de actualiteiten. Waarom ben ik dat gaan doen? Ik denk dat ik niet de enige ben die God en geloof spontaan beperk tot de meer spaarzame momenten. Ja, welke momenten? Niet dat we God en geloof en overtuiging niet belangrijk vinden. We komen op zondag, nu, hier bij elkaar om juist die wat stuggere kant van het leven, de onderstroom weer te voeden. Vanuit die achtergrond wil ik met u de lezingen van vandaag binnengaan:

Kijken we naar Jezus zelf: Jezus komt uit de streek van de heidenen waar hij voor het eerst een genezing heeft verricht aan een niet-Israëliet! Een Syrofenicische vrouw “uit de heidenen”, die vond “dat de hondjes mochten mee-eten van de kruimels die van tafel vallen!”. Hij heeft zich gewonnen gegeven: het is niet goed het brood aan de niet-Israëlieten te geven, had hij gezegd. Maar de Geest overtuigde Hem ervan de Syrofenicische vrouw toch toe te laten. Jezus voelde dat zijn Roeping zich verbreedde: zijn zending werd ook door de heidenen verstaan en gehoord. “Sjema Israël”- hoor Israël, zijn dagelijks morgengebed werd grondig gewijzigd: Hoort volkeren!

 Nu in deze halfheidense Dekapolis wordt hem een dove niet-Israëliet gebracht. Hij legt niet slechts de handen zegenend op maar geneest hem met een lijfelijke heftigheid en een nabijheid van vingers in de oren, speeksel op de tong, zuchten en het gebod: ga open! Met een diepe zucht, uit de grond van zijn ziel, bidt Hij: “Wordt ook een levend wezen, kom bij de horenden”! Jezus zelf is net van te voren opengegaan voor de heidenen, ook zij zijn geroepen. In deze heidense diasporastreek lijkt Hij wel bevlogen om ook de heidenen open te laten komen voor de blijde boodschap. Sjema Israël wil Hij werkelijk verbreden naar ‘álle mensen’.

Daar rijmt ook het woord van Jesaja op, dat we zojuist hoorden: “De woestijn zal weer bloeien, zeg dit tot allen die radeloos zijn, de tong van de stomme zal gaan juichen!” Hij roept zijn volk op, om uit het land van hun ballingschap terug te keren naar het hun beloofde land: de woestijn gaat weer leven geven, vertrouw dat nu. Hoe durft hij dat zo stellig te zeggen? Hij put zijn visioen niet uit het leven van Babylon, maar uit het overzien van de hele geschiedenis: hoe hun God steeds weer bevrijdt en redt en steeds opnieuw toekomst gegeven heeft aan hen die zich met Hem inlieten.

Jezus kreeg een breder perspectief, Hij nam dit aan. Veranderde eraan. Vanuit die verandering keek hij naar de wat passieve doofstomme die gebracht werd; door Jezus’ hartstochtelijk verlangen om deze man te vitaliseren werd die weer aan de kring van het volk teruggegeven – als een nieuwe mens. De heidenen kregen nieuw perspectief.

Ik voor mij put ook voor vandaag daaruit een nieuwe kijk op de realiteit waarin ik sta – zeg maar: gewoon de krant of de Lavra – , zoals Jesaja dat deed: durf in alle dove en dorre mensen en situaties, die ons zo vaak ontmoedigen en plat slaan, toch te kijken vanuit Gods langere adem: elke woestijn – en woestijn is inderdaad afzien – kun je overleven als je blijft geloven dat er eens regen gaat komen.

Of ook wij vandaag de toegezegde bloei van onze woestenijen als perspectief hooghouden, midden in onze brokkelige probeersels van christelijke maatschappijopbouw, en midden in onze kritiek op elkaar waar kranten mee volgeschreven staan, dat is onze geloofsuitdaging – zeg ik.

En ik versta de boodschap van vandaag niet als een lesje van Jezus. Maar Hij gaat ons voor: Hij liet zich veranderen van het kleinere “Israëliperspectief – Sjema Israël”naar het bredere van alle volkeren “Hoor alle volkeren, “  

Laten we zijn hartgrondig zuchten goed horen – “heel de wereld zucht in barensweeën totdat ze bevrijd zal zijn’- , zodat we weer gaan geloven, dat zijn boodschap – een bewoonbare wereld is ook nu mogelijk – onze taak is. Wij zullen de droge woestijn bevloeien, zodat hier en daar – al is het maar een vierkante meter per persoon tot oase van vreugde, gerechtigheid en vrede wordt.  Dan zijn de wonderen nog lang niet de wereld uit.