Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Marcus
6, 7 - 13

Door Koos van Etten, gehouden op 12 juli 2009

 

Roeping en zending

 

Pastor Penne heeft in de afgelopen tijd een aantal brieven verstuurd naar jongeren in de parochie van Bergeijk en hen gewezen op de mogelijkheid dat ze roeping zouden kunnen hebben, roeping tot het priesterschap. Er worden nogal grapjes over gemaakt en zelfs kritiek geuit, maar op zich kan ik dit initiatief wel ondersteunen.

Het gaat immers over roeping, waar beide lezingen ook over spreken. Maar dan voor ons allen bedoeld, want het gaat over roeping tot leerling-zijn en daarvoor zijn we allemaal uitgenodigd. Zo begint het evangelie: Jezus roept de twaalf leerlingen. Wat gebeurt er dan? Tevoren heeft Marcus verteld, dat Jezus de twaalf riep om bij hem te zijn, heel dichtbij dus, om met hem op te trekken en al doende van hem te leren. Hij had Simon en Andreas weggehaald achter de visnetten om ‘mensenvissers’ te worden d.w.z. een heel andere taak dan ze gewend waren. En Levi had hij achter zijn tolkantoor weggehaald om achter hem aan te gaan.

Nog heftiger horen we over de roeping van Amos in de eerste lezing. Toen Amos optrad als profeet in het heiligdom van Betel, zei de priester Amasja tegen hem: Wegwezen jij; ga maar naar Juda om daar je brood te verdienen als profeet.’ Maar Amos antwoordde: ‘’Ik behoor niet tot de kring van profeten die het doen om hun brood te verdienen. Ik heb een zelfstandig bedrijf als veehoeder en vijgenkweker. Maar de Heer heeft mij achter de schapen vandaan gehaald.’ Hij kon niet anders. Het onrecht dat hij zag, moest hij wel aan de kaak stellen. Het was een vuur dat van binnen in hem brandde. Het was geen gemakkelijke taak, maar hij nam die helemaal op zich.

Toen Nada, mevrouw Klomp, 42 jaar geleden begonnen is met samenleven, had ze geen idee wat er allemaal zou volgen. Ze wilde geen gemeenschap stichten. Ze was er niet voor opgeleid. ‘Maar’, zo heeft ze vaak verteld, de Heer heeft mij achter de schapen, achter ‘mijn winkel weggehaald.’ Zo verstond zij haar roeping en ze heeft die op zich genomen met de talenten die ze had. Zo is het ook velen van ons gegaan in deze gemeenschap. Soms word je gevraagd voor iets wat je niet kunt. ‘Moet je mij hebben? Ja, jou!’ En als je je er aan overgeeft, met alles wat je bent, komt er iets heel authentieks over.

 

Eenmaal geroepen, word je eropuit gestuurd. Jezus zendt zijn leerlingen twee aan twee uit. Dat waren nog niet zo’n verre tochten. Ze gingen naar verschillende dorpen rond Kafarnaüm als centrum. Dat waren één of twee dagreizen ver. Daarna kwamen ze weer terug bij Jezus, zoals we volgende week zullen horen. Maar Jezus stuurt ze eropuit om tot eigen ervaring te komen van wat het betekent leerling te zijn, gezondene, ‘apostel’. Hij betrekt ze in zijn eigen opdracht, door enerzijds te gaan verkondigen: Het rijk van God is dichtbij. Bekeer je en geloof in het evangelie. En door anderzijds hen demonen te laten uitdrijven en zieken te genezen. Het is woord en daad. Demonen uitdrijven, wat is dat? De leerlingen worden gevraagd zich te laten leiden door de geest van God, een goede geest. Maar soms komen ze mensen tegen die beheerst worden door een kwade geest: een geest van egoïsme, van geweld, van bezetenheid. Het zijn destructieve krachten die ons kunnen beheersen en waarvan we bevrijd moeten worden.

De leerlingen worden er dus op uitgestuurd, maar op één voorwaarde: dat ze niets meenemen, geen geld, geen reistas, geen dubbele kleren, alleen een stok en sandalen. Dat is dus het hoognodige. Voor de rest zijn ze afhankelijk van de mensen die ze ontmoeten. Zo worden ze eropuit gestuurd: in de eenvoud van wie ze zijn. Op hun tocht moeten ze dan leren onderscheiden wat goed is en vruchtbaar. Als ze namelijk een huis binnengaan en ze ontvangen worden, als er dus wederzijdsheid is, moeten ze daar blijven. Door hun aanwezigheid kan er iets tot stand komen: een klimaat van vrede of gerechtigheid. Maar als ze niet ontvangen worden, moeten ze verder trekken en zich niet laten inpalmen, hoe moeilijk of pijnlijk dat ook is. Want je kunt ook bevangen worden door die kwade macht in de ander. ‘Laat los’, zegt Jezus. Hij heeft het zelf ervaren in Nazaret, waar hij niets kon doen bij gebrek aan vertrouwen. Of na dit verhaal horen we over Johannes de Doper die zich als profeet heeft opgesteld, maar het met zijn leven moest bekopen.

Roeping en zending: we worden door Jezus geroepen om leerling te zijn en eropuit gestuurd, om al doende, door woord en daad, tot eigen geloofservaring te komen van wat het betekent volgeling van Jezus te zijn.