|
|
Door Koos van Etten,
gehouden op 12 juli 2009
Roeping en zending
Pastor Penne heeft
in de afgelopen tijd een aantal brieven verstuurd naar jongeren in
de parochie van Bergeijk en hen gewezen op de mogelijkheid dat ze
roeping zouden kunnen hebben, roeping tot het priesterschap. Er
worden nogal grapjes over gemaakt en zelfs kritiek geuit, maar op
zich kan ik dit initiatief wel ondersteunen.
Het gaat immers
over roeping, waar beide lezingen ook over spreken. Maar dan voor
ons allen bedoeld, want het gaat over roeping tot leerling-zijn en
daarvoor zijn we allemaal uitgenodigd. Zo begint het evangelie:
Jezus roept de twaalf leerlingen. Wat gebeurt er dan? Tevoren
heeft Marcus verteld, dat Jezus de twaalf riep om bij hem te zijn,
heel dichtbij dus, om met hem op te trekken en al doende van hem te
leren. Hij had Simon en Andreas weggehaald achter de visnetten om
‘mensenvissers’ te worden d.w.z. een heel andere taak dan ze gewend
waren. En Levi had hij achter zijn tolkantoor weggehaald om achter
hem aan te gaan.
Nog heftiger horen
we over de roeping van Amos in de eerste lezing. Toen Amos optrad
als profeet in het heiligdom van Betel, zei de priester Amasja tegen
hem: Wegwezen jij; ga maar naar Juda om daar je brood te
verdienen als profeet.’ Maar Amos antwoordde: ‘’Ik behoor
niet tot de kring van profeten die het doen om hun brood te
verdienen. Ik heb een zelfstandig bedrijf als veehoeder en
vijgenkweker. Maar de Heer heeft mij achter de schapen vandaan
gehaald.’ Hij kon niet anders. Het onrecht dat hij zag, moest
hij wel aan de kaak stellen. Het was een vuur dat van binnen in hem
brandde. Het was geen gemakkelijke taak, maar hij nam die helemaal
op zich.
Toen Nada, mevrouw
Klomp, 42 jaar geleden begonnen is met samenleven, had ze geen idee
wat er allemaal zou volgen. Ze wilde geen gemeenschap stichten. Ze
was er niet voor opgeleid. ‘Maar’, zo heeft ze vaak verteld, de
Heer heeft mij achter de schapen, achter ‘mijn winkel weggehaald.’
Zo verstond zij haar roeping en ze heeft die op zich genomen met de
talenten die ze had. Zo is het ook velen van ons gegaan in deze
gemeenschap. Soms word je gevraagd voor iets wat je niet kunt. ‘Moet
je mij hebben? Ja, jou!’ En als je je er aan overgeeft, met alles
wat je bent, komt er iets heel authentieks over.
Eenmaal geroepen,
word je eropuit gestuurd. Jezus zendt zijn leerlingen twee aan
twee uit. Dat waren nog niet zo’n verre tochten. Ze gingen naar
verschillende dorpen rond Kafarnaüm als centrum. Dat waren één of
twee dagreizen ver. Daarna kwamen ze weer terug bij Jezus, zoals we
volgende week zullen horen. Maar Jezus stuurt ze eropuit om tot
eigen ervaring te komen van wat het betekent leerling te zijn,
gezondene, ‘apostel’. Hij betrekt ze in zijn eigen opdracht, door
enerzijds te gaan verkondigen: Het rijk van God is dichtbij.
Bekeer je en geloof in het evangelie. En door anderzijds hen
demonen te laten uitdrijven en zieken te genezen. Het is woord en
daad. Demonen uitdrijven, wat is dat? De leerlingen worden gevraagd
zich te laten leiden door de geest van God, een goede geest. Maar
soms komen ze mensen tegen die beheerst worden door een kwade geest:
een geest van egoïsme, van geweld, van bezetenheid. Het zijn
destructieve krachten die ons kunnen beheersen en waarvan we bevrijd
moeten worden.
De leerlingen
worden er dus op uitgestuurd, maar op één voorwaarde: dat ze
niets meenemen, geen geld, geen reistas, geen dubbele kleren, alleen
een stok en sandalen. Dat is dus het hoognodige. Voor de rest
zijn ze afhankelijk van de mensen die ze ontmoeten. Zo worden ze
eropuit gestuurd: in de eenvoud van wie ze zijn. Op hun tocht moeten
ze dan leren onderscheiden wat goed is en vruchtbaar. Als ze
namelijk een huis binnengaan en ze ontvangen worden, als er dus
wederzijdsheid is, moeten ze daar blijven. Door hun aanwezigheid kan
er iets tot stand komen: een klimaat van vrede of gerechtigheid.
Maar als ze niet ontvangen worden, moeten ze verder trekken en zich
niet laten inpalmen, hoe moeilijk of pijnlijk dat ook is. Want je
kunt ook bevangen worden door die kwade macht in de ander. ‘Laat
los’, zegt Jezus. Hij heeft het zelf ervaren in Nazaret, waar hij
niets kon doen bij gebrek aan vertrouwen. Of na dit verhaal horen we
over Johannes de Doper die zich als profeet heeft opgesteld, maar
het met zijn leven moest bekopen.
Roeping en zending:
we worden door Jezus geroepen om leerling te zijn en eropuit
gestuurd, om al doende, door woord en daad, tot eigen
geloofservaring te komen van wat het betekent volgeling van Jezus te
zijn. |