Foto: Preken - Marcus
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot


Preken: Marcus
1, 9 - 15

Door Niek Werkhoven, gehouden op 1 maart 2009

 

De ‘blijde boodschap’ is geen goedkope genade!

 

Tegen het imponerende decor van de hongerdoek op de achterwand, dreigen de woorden van het evangelie wat te verbleken. Maar ze verdienen onze aandacht, ze verdienen om er de ‘ontmoeting van de Ander’ mee aan te gaan. “Spiritualiteit”, zo hoorde ik van de week, “is het zien van een streepje licht dat door de kieren schijnt, als je ogen wat aan het duister gewend zijn”. Een streepje licht, of misschien wel die kleurrijke boog aan de donkere wolken waar de eerste lezing over sprak. Donkere wolken hangen er genoeg om onze leefwereld. Een financiële crisis die inmiddels al een economische crisis is geworden met de voortekens van een sociale en ecologische crisis. En de benauwende, bedrukkende sfeer in de Rooms-katholieke kerk, is bedreigend voor de hele catholicon. Een streepje licht van spiritualiteit, van geestkracht tot omvorming, tot verdere groei en ontplooing, die zoals altijd voortkomt uit tegenstellingen.

 

Een hele hap; wat zou je anders kunnen verwachten op deze eerste zondag van de veertigdagentijd, deze ‘veertigdaagse retraite’ om ons leven te richten op Pasen?

Het evangelie verdient een aandachtig luisteren, die lastige voorwaarde om ontmoeting tot haar recht te laten komen.

We hoorden het bericht uit het oudste evangelie: het begin van Jezus’ optreden dat zal uitlopen op die onbegrijpelijke paradox van dood en leven.

Het begin: zijn doop door Johannes, of meer precies, wat er ná de doop gebeurde: het openscheuren van de hemel waardoor de Geest, als een duif, kan neerdalen in hem en hij kan horen: Jij bent mijn geliefde zoon.

Woorden die we even vast moeten houden om de beproeving te verstaan. Openschéuren van de hemel zegt Marcus, het gaat als het ware met geweld, de latere evangelisten zullen het dan ook afzwakken door te zeggen ‘opengaan’, zoals zij ook zeggen dat de Geest op hem neerdaalde in plaats van in hem.

 

Dat geweld herhaalt Marcus als hij vertelt dat de Geest Jezus terstond uitdreef naar de woestijn. Hetzelfde uitdrijven waarmee Jezus demonen bij bezeten mensen uitdrijft! Waarom zou Marcus deze krachtige woorden gebruiken? De ander verstaan vereist niet alleen te horen wat er verteld wordt maar vooral ook hoe dat gedaan wordt.

Geweld van de Geest, maar van de Geest als een duif; dat is geen havik die een mens tot een fanatieke gewelddadiger maakt. Het is die Geest van kracht en vuur waarmee Jezus van het begin af aan gezalfd werd, echrisen Christus, Messias werd, zoon van God.

Dat staat op het spel: God die we ons niet kunnen voorstellen, van wie we ons geen beeld mogen vormen, deze God zal in de geliefde zoon duidelijk maken wat het is mens te zijn. Wat het wil zeggen voor leven te kiezen! Zijn optreden, genezen van zieken, een menigte eten geven, riep echter gemakkelijk misverstanden op. Mens worden ligt niet in het gemakkelijke! Wanneer zulke misverstanden zich aandienden, trok Jezus zich terug in eenzaamheid, zo horen we het regelmatig in het evangelie. Zo biddend en reflecterend bleef hij waartoe hij gezalfd was: koning van de Joden, maar anders; zoon van God, maar anders, als dienstknecht.

Het lijkt dat Marcus en de andere evangelisten, in dit verhaal van beproeving samenbundelen dat het niet gaat om een leerervaring van Jezus, maar om de invloed, de impact die Jezus op zijn leerlingen had, hoe hij door hen gezien en ervaren werrd! Vanaf het begin van zijn openbaar optreden is hij voor hen, dé mens, volledig beeld en gelijkenis van God.

Vanaf dat begin ook staat hij tegenover de Satan, de duivelse verleider om een god naar het beeld en gelijkenis van de mens te scheppen. En we weten hoe hoogmoed, hebzucht en onverschilligheid donkere wolken teweeg brengen, net zo’n duisternis als angst, onmacht en zucht naar veiligheid.

 

Jezus was daar in die woestijn veertig dagen lang, zoals destijds Mozes hoog op de Sinaï, om Gods woorden te ontvangen, zoals de profeet Elia om zijn zending te vernemen, zoals trouwens heel het volk Israël in de woestijn verbleef voor het beloofde land in zicht kwam.

Veertig dagen temidden van wilde dieren. Wil Marcus hier herinneren aan Daniël in de leeuwenkuil, onkwetsbaar door Gods bescherming? Wilde hij iets oproepen van het paradijsverhaal, de vredige harmonie tussen mens en dier? Maar dan is het wat vreemd dat Marcus er aan toevoegt dat engelen hem ten dienste stonden. Of heeft Den Heyer het bij het rechte eind? Hij hoort in deze woorden een bemoediging van Marcus gericht aan de romeinse christenen. Marcus schrijft zijn evangelie waarschijnlijk in Rome ten tijde dat christenen door Nero letterlijk voor de wilde dieren geworpen werden.

Is ‘geloof’, is christen-zijn dan zoveel waard dat je er voor doodgemarteld wil worden? Kan een God van liefde en trouw zoiets vergen?

We horen de enorme paradox doorklinken: een doodgemartelde Rechtvaardige die desondanks de Levende is, eeuwig teken van leven!

 

Daarmee leven… niet voor niets gebruikt Marcus woorden die een zeker geweld uitdrukken! Met zijn verhaal – deze leer van de Apostelen – wordt ons geloof heel kritisch bevraagd. Mens worden, met barmhartigheid, met vergevings- gezindheid, met liefde en trouw de ontmoeting met de ander aangaan… Bepaald geen dagelijkse routine!

Maar het is en het blijft een blijde boodschap: Gods macht is nabij, toen, en nu twintig eeuwen verder, want voor God is duizend jaren als één dag!

“Bekeer je en vertrouw op de trouw en liefde van God, de Bron van leven!” Een streepje licht als je ogen wat gewend zijn aan het donker om de ontmoeting met de Ander aan te gaan.

Dat de heilige Geest als een duif ons allen de weg mag wijzen, gesterkt door het ‘brood uit de hemel’. Het moge ons overkomen.