|
Door
Niek Werkhoven,
gehouden op 1
maart 2009
De ‘blijde
boodschap’ is geen goedkope genade!
Tegen het
imponerende decor van de hongerdoek op de achterwand, dreigen de
woorden van het evangelie wat te verbleken. Maar ze verdienen onze
aandacht, ze verdienen om er de ‘ontmoeting van de Ander’ mee aan te
gaan. “Spiritualiteit”, zo hoorde ik van de week, “is het zien van
een streepje licht dat door de kieren schijnt, als je ogen wat aan
het duister gewend zijn”. Een streepje licht, of misschien wel die
kleurrijke boog aan de donkere wolken waar de eerste lezing over
sprak. Donkere wolken hangen er genoeg om onze leefwereld. Een
financiële crisis die inmiddels al een economische crisis is
geworden met de voortekens van een sociale en ecologische crisis. En
de benauwende, bedrukkende sfeer in de Rooms-katholieke kerk, is
bedreigend voor de hele catholicon. Een streepje licht van
spiritualiteit, van geestkracht tot omvorming, tot verdere groei en
ontplooing, die zoals altijd voortkomt uit tegenstellingen.
Een hele hap; wat
zou je anders kunnen verwachten op deze eerste zondag van de
veertigdagentijd, deze ‘veertigdaagse retraite’ om ons leven te
richten op Pasen?
Het evangelie
verdient een aandachtig luisteren, die lastige voorwaarde om
ontmoeting tot haar recht te laten komen.
We hoorden het
bericht uit het oudste evangelie: het begin van Jezus’ optreden dat
zal uitlopen op die onbegrijpelijke paradox van dood en leven.
Het begin: zijn
doop door Johannes, of meer precies, wat er ná de doop gebeurde: het
openscheuren van de hemel waardoor de Geest, als een duif, kan
neerdalen in hem en hij kan horen: Jij bent mijn geliefde zoon.
Woorden die we even
vast moeten houden om de beproeving te verstaan. Openschéuren van de
hemel zegt Marcus, het gaat als het ware met geweld, de latere
evangelisten zullen het dan ook afzwakken door te zeggen ‘opengaan’,
zoals zij ook zeggen dat de Geest op hem neerdaalde in plaats
van in hem.
Dat geweld herhaalt
Marcus als hij vertelt dat de Geest Jezus terstond uitdreef
naar de woestijn. Hetzelfde uitdrijven waarmee Jezus demonen bij
bezeten mensen uitdrijft! Waarom zou Marcus deze krachtige woorden
gebruiken? De ander verstaan vereist niet alleen te horen wat
er verteld wordt maar vooral ook hoe dat gedaan wordt.
Geweld van de
Geest, maar van de Geest als een duif; dat is geen havik die
een mens tot een fanatieke gewelddadiger maakt. Het is die Geest van
kracht en vuur waarmee Jezus van het begin af aan gezalfd werd,
echrisen Christus, Messias werd, zoon van God.
Dat staat op het
spel: God die we ons niet kunnen voorstellen, van wie we ons geen
beeld mogen vormen, deze God zal in de geliefde zoon duidelijk maken
wat het is mens te zijn. Wat het wil zeggen voor leven te kiezen!
Zijn optreden, genezen van zieken, een menigte eten geven, riep
echter gemakkelijk misverstanden op. Mens worden ligt niet in het
gemakkelijke! Wanneer zulke misverstanden zich aandienden, trok
Jezus zich terug in eenzaamheid, zo horen we het regelmatig in het
evangelie. Zo biddend en reflecterend bleef hij waartoe hij gezalfd
was: koning van de Joden, maar anders; zoon van God, maar anders,
als dienstknecht.
Het lijkt dat
Marcus en de andere evangelisten, in dit verhaal van beproeving
samenbundelen dat het niet gaat om een leerervaring van Jezus, maar
om de invloed, de impact die Jezus op zijn leerlingen had, hoe hij
door hen gezien en ervaren werrd! Vanaf het begin van zijn openbaar
optreden is hij voor hen, dé mens, volledig beeld en gelijkenis van
God.
Vanaf dat begin ook
staat hij tegenover de Satan, de duivelse verleider om een god naar
het beeld en gelijkenis van de mens te scheppen. En we weten hoe
hoogmoed, hebzucht en onverschilligheid donkere wolken teweeg
brengen, net zo’n duisternis als angst, onmacht en zucht naar
veiligheid.
Jezus was daar in
die woestijn veertig dagen lang, zoals destijds Mozes hoog op de
Sinaï, om Gods woorden te ontvangen, zoals de profeet Elia om zijn
zending te vernemen, zoals trouwens heel het volk Israël in de
woestijn verbleef voor het beloofde land in zicht kwam.
Veertig dagen
temidden van wilde dieren. Wil Marcus hier herinneren aan Daniël in
de leeuwenkuil, onkwetsbaar door Gods bescherming? Wilde hij iets
oproepen van het paradijsverhaal, de vredige harmonie tussen mens en
dier? Maar dan is het wat vreemd dat Marcus er aan toevoegt dat
engelen hem ten dienste stonden. Of heeft Den Heyer het bij het
rechte eind? Hij hoort in deze woorden een bemoediging van Marcus
gericht aan de romeinse christenen. Marcus schrijft zijn evangelie
waarschijnlijk in Rome ten tijde dat christenen door Nero letterlijk
voor de wilde dieren geworpen werden.
Is ‘geloof’, is
christen-zijn dan zoveel waard dat je er voor doodgemarteld wil
worden? Kan een God van liefde en trouw zoiets vergen?
We horen de enorme
paradox doorklinken: een doodgemartelde Rechtvaardige die desondanks
de Levende is, eeuwig teken van leven!
Daarmee leven… niet
voor niets gebruikt Marcus woorden die een zeker geweld uitdrukken!
Met zijn verhaal – deze leer van de Apostelen – wordt ons geloof
heel kritisch bevraagd. Mens worden, met barmhartigheid, met
vergevings- gezindheid, met liefde en trouw de ontmoeting met de
ander aangaan… Bepaald geen dagelijkse routine!
Maar het is en het
blijft een blijde boodschap: Gods macht is nabij, toen, en nu
twintig eeuwen verder, want voor God is duizend jaren als één dag!
“Bekeer je en
vertrouw op de trouw en liefde van God, de Bron van leven!” Een
streepje licht als je ogen wat gewend zijn aan het donker om de
ontmoeting met de Ander aan te gaan.
Dat de heilige
Geest als een duif ons allen de weg mag wijzen, gesterkt door het
‘brood uit de hemel’. Het moge ons overkomen. |